De grote levensvragen
Van begin tot einde

Home | Sitemap | Inhoud

's Mensen ontrouw -  Gods trouw

  


De mens is een levende ziel

De Bijbel brengt de "wording van de mens" in nauwe relatie tot God, zoals trouwens al het geschapene. Wij lezen in dit verband: "En de Here God had de mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen de adem des levens." (Gen.2:7).  De Bijbel vertelt wie de mens werkelijk is:  "een levende ziel".


En tot deze werkelijkheid behoort zowel de geschiedenis van zijn ontstaan, als ook het "van God doordrongen en gedragen ontstaan van de mens".
Om het nog eenvoudiger uit te drukken: het gaat in de Bijbel niet om "uiterlijke" dingen alleen (wat wij zien, meten, wegen en tellen kunnen, met andere woorden: wat wij aan de hand van vele gegevens kunnen onderzoeken), maar ook waartoe dit alles is ontstaan.


Waarom blijft de tijd niet stilstaan?

De Bijbel geeft antwoord op de vraag waarom het leven zich zo ontwikkelt, en waarom het niet blijft stil staan; waarom, vanwaar, en waartoe die dramatische ontwikkeling waarin de wereld zich bevindt? Waarom nemen dan toch zo vele mensen de Bijbel niet "au serieus"!? Omdat de Bijbel zich niet zo maar door ons laat gebruiken.  

Zeker, men kan er een "oppervlakkig" gebruik van maken; er links en rechts, hier en daar een tekst uitpikken en die aan elkaar rijgen, zoals men doet met kralen om er zodoende een snoer van te maken (Jehovagetuigen, Mormonen en Zevendedags-Adventisten hebben de gewoonte om dat te doen!),  maar, als wijzelf zoiets weleens gedaan hebben, zullen wij al wel gemerkt hebben, hoe saai, vervelend en doods zo'n verzameling wordt. Vooral als het gaat over "de laatste dingen".


De centrale persoon in de Godheid

Laten wij  het volgende voor ogen houden: een uiteenzetting, een verhandeling die doorspekt is met Bijbelteksten, is daardoor nog niet noodzakelijk getrouw aan "de geest van de Schrift".  Daarvoor is nodig, dat de aangehaalde teksten hun betekenis ontlenen aan het geheel, het verband, en vooral het centrum van de Bijbel. Wij geven hier een illustratie ter verduidelijking van wat wij bedoelen.

Als wij een tak afsnijden van een boom, kunnen wij er heel goed een wandelstok van maken; en kunnen wij er zelfs anderen mee slaan, maar nooit meer zal zij vrucht dragen! Zo gaat het nu ook met Bijbelteksten, als men die losmaakt uit de context; uit het geheel van het Bijbelse getuigenis, en ze niet in verband ziet met het centrum, met de centrale Persoon in de Godheid: Jezus Christus, de redder van de wereld.

En laten wij de moeilijkheden onder ogen zien en maar gerust toegeven, dat wij bij het "onderzoeken van de Schriften" op vele moeilijkheden stuiten, want de schrijvers van de verschillende Bijbelboeken hebben in tijden en in omstandigheden geschreven, die onderling sterk verschillen. Men kan dus niet zo maar teksten van hier en daar aan elkaar rijgen.


Ofschoon de mannen Gods van weleer gesproken hebben voor hun tijdgenoten,  toch is het belachelijk te beweren, dat het Bijbels getuigenis voor ons waardeloos is. Het IS en blijft  GOD''S WOORD!  De levende God heeft tot al die mensen van toen ter tijd gesproken, en zij hebben naar Hem geluisterd,  meer nog, zij hebben antwoord gegeven op Zijn oproep. En elke Goddelijke inspiratie, die in gehoorzaamheid door de mens wordt aanvaard, houdt steeds een waardevolle en beslissende betekenis in.


De grondvragen van het leven

Wij weten, dat "geen profetie der Schrift van eigen uitlegging is,  maar dat de Heilige Geest heilige mensen Gods heeft geïnspireerd, waardoor deze de profetie hebben kunnen uitbrengen" (II Peter.!: 20-21).  Sektarische verklaringen als "Bruidsleer", "Tabernakelleer en  "Bruidswoord" e.d., die sommige aanhangers er toe aanzetten, volledig de band met andere  Christelijke gemeenschappen te verbreken, heeft reeds al te veel schade aangericht.

Wij spreken uit ervaring, want  wij hebben levenstragediën met alle gevolgen van dien, zich zien afspelen in eigen familiekring en ook in het gezinsleven van andere lieve kinderen Gods. Bedenken wij wel bij alle onderzoek, dat wij geen enkel recht hebben op volkomen inlichting; d.w.z. op een openbaring van uit de hemel, waaraan  de Openbaarde niets meer kan toevoegen. Jezus Christus wandelde eenmaal hier op aarde.

Hij heeft hier gesproken, Zijn discipelen hebben Zijn woorden verzameld en overgeleverd, en wij hebben geen enkele reden om te veronderstellen, dat zij Zijn onderwijs verdraaid  hebben.  Zeker is, dat zij slechts een deel van wat Hij geopenbaard heeft, hebben overgeleverd. Vergelijken wij Joh.20:30 met ondermeer 21:25 en Hand.1:3, zo worden wij hiervan overtuigd. Maar niemand van ons zal de pretentie hebben, dat hij of zij het beter zou hebben gedaan.

Wij zijn Hem alle dank verschuldigd, dat wij in de Bijbel een onuitputtelijke bron van openbaringen hebben, en vol vertrouwen zullen wij dan ook de Heilige Schrift raadplegen, omdat wij geloven, dat God allen die geschreven hebben,  heeft geïnspireerd, en dat Hijzelf er Zich van bedient, om Zijn Gemeente hier op aarde en in de wereld te onderrichten t.a.v. de grondvragen van het leven.


De bestemming van de mens

De Gemeente van Jezus Christus heeft de verantwoordelijkheid, het licht, dat zij ontvangen heeft, door te geven aan de wereld; of deze het wil aannemen of niet. "Gij zult  Mijne  getuigen zijn" heeft Jezus gezegd. Dit is niet alleen Zijn OPDRACHT, maar het is ook Zijn BEVEL. Dat wij dit verstaan.  Voor de mens bestaan er feitelijk twee werelden: onze eigen, persoonlijke wereld, en de wereld zoals wij die rondom ons beleven. En wij mensen hebben inderdaad in de schepping een uitzonderlijke roeping ontvangen, namelijk:

> bestemd God lief te hebben boven alles en allen;

> geroepen om Zijn beeld uit te dragen, daarin, dat wij de naaste zullen leren liefhebben als ons zelven;

> er voor zorgdragend, dat alles eerlijk en met orde geschiedt door te heersen over al het geschapene.


Geen aanknopingspunten

Ogenschijnlijk vinden wij in de Bijbel helemaal geen "aanknopingspunten" met onze hedendaagse wereld. De Bijbel spreekt van ploegen, zaaien, oogsten, een wereld van koningen en profeten, van herders en van boeren. Schijnbaar is de Bijbelvreemd aan onze "moderne" wereld, zoals deze nu geregeerd wordt door wetenschap en techniek.

Het betreurenswaardige is, dat techniek het middel behoort te zijn om de wereld aan de mens te onderwerpen, maar wat zien wij in werkelijkheid gebeuren? De mens zelf is beklemd geraakt in het "apparaat", dat hijzelf zo geestdriftig heeft ontworpen. |Techniek en wetenschap, allebei maken, dat de mens moet werken, hard moet werken, moet functioneren, om het apparaat op gang te houden.

Wat zegt dit ons? De mens zelf is reeds lang tot een functie geworden! En dit  begon daar, waar de mens door zijn begeerte naar hetgeen hem verboden was, tegelijkertijd de Satan en het kwaad in zijn leven binnen heeft gelaten, met alle vreselijke gevolgen.  Op de  eerste bladzijden van de Bijbel kunnen wij lezen, dat God de mens opdraagt de aarde aan zich te onderwerpen en over haar te heersen.  Met andere woorden - te beschikken over wetten en regels, die het leven op aarde bepalen. Wij werden niet hopeloos uitgeleverd, maar het was en is onze bestemming, om met onze goede God samen te werken.(Gen.1:28-29).


Het Woord is Christus

Velerlei leed en smart, oorlogen en rampen, allemaal waarschuwingen met betrekking tot het einde der wereld. De Bijbel spreekt een onverbiddelijke taal, en niemand kan ontkomen aan haar oordeel, dat het einde van een-tegen-God-opstandige-mensheid bezegelt. Daarom zijn wij er van overtuigd, dat er zeker een einde der wereld zal zijn; een ondergang van deze wereld met haar hooggeroemde wetenschap en techniek. Eerlijk en volkomen verdiend.

Is dit de gehele Bijbelse boodschap? 0, neen, gelukkig niet. In de Bijbel staan voor het besef van de moderne wereld, voorwaar, hoogst "merkwaardige" zaken. Zo bijvoorbeeld wat geschreven staat in Joh.1:1-3. Enkele verzen verder lezen wij dan "En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond" (v. 14). Dat  Woord is Christus Zelf. Met de willens en wetens kruisiging van Jezus Christus, heeft de wereld het Woord van God verworpen.

Hoe verbaasd, verslagen en verwondend staat daar dan een schuldige wereld te kijken, wanneer God spreekt van Zijn mateloze liefde voor de wereld, "dat Hij Zijn eniggeboren  Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft niet zal verderven, maar het eeuwige leven zal hebben" (Joh.3:16).


God is liefde

Alleen God kan dat, omdat Hijzelf liefde is (I Joh. 4:8). De bliksem van God's toorn, van God's oordeel, sloeg Hem, Die gewillig was om in onze plaats de slagen van de Goddelijke vloek op te vangen.  Dat de mens is veranderd, de verkeerde weg is opgegaan, zijn omgeving heeft bedorven, dat alles is onweerlegbaar vastgelegd in de Bijbel; maar God is nooit afgeweken van Zijn vaste voornemen Zijn schepsels lief te hebben en te redden in deze tijd voor de eeuwigheid.

Vanaf die eerste donkere bladzijden van de Heilige Schrift die volgen op dat wondere verhaal van de schepping, zijn er steeds weer "vreemde lichten" aan de hemel. Er wordt gesproken van het zaad van de vrouw, dat de kop van de slang zal vermorzelen (Gen.3:15), en daarmede wordt dan de eindoverwinning op Satan en de machten van de duisternis aangekondigd; de broedermoordenaar ontvangt een teken, dat hem beschermt (Gen.4:15).

Na de zondvloed staat God's regenboog boven de aarde te stralen en kondigt de Here God een eeuwig verbond met de gehele mensheid aan (Gen.9:8-17). En dan komt de climax: Na de val van de mens blijkt warempel, dat God nog staat aan de kant van de mens. Hoe is dat mogelijk vragen wij ons af. De Bijbel geeft ons het juiste antwoord: de ganse schepping, ook de mens, is op God en in Christus betrokken geschapen! En de mens, Gods bemoeienissen met Zijn schepselen zijn de beste bewijzen, heeft een bestemming; een bestemming, die ons in Christus voor ogen wordt gesteld.

Daarom is het voor Christenen onmogelijk te spreken over alles wat God heeft geschapen, zonder ons de gestalte van Christus voor ogen te stellen, Jezus Christus is niet zomaar een "figuur", Die eens hier op aarde geleefd heeft en geschiedenis heeft gemaakt. Christus is onvoorwaardelijk "het beeld Gods"...."Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn" (Filip.2:6) en "Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid (van God), en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid (van God)..." (Hebr.1:2-3). Amen.


Magna Charta

Men doorziet niet, dat hierdoor Gods trouw wordt bevestigd, in een omvang, die alle landen en volkeren ter wereld en alle eeuwen omspant. Glorie voor Hem, Die ons eerst heeft liefgehad! In dit wereldwijde kader vindt het verbond van God, dat Hij met Abraham sluit en met het volk van "gelovigen" dat van hem afstamt, een plaats.

God heeft nooit de een of andere "sekte" bedoeld; integendeel, Hij beloofde Abraham "dat alle geslachten des aardbodems in hem gezegend' zullen worden" (Gen.12:3). Wij kunnen dus nooit goed spreken over het einde van de wereld, zonder de nadruk te leggen op het feit, dat in het begin Gods barmhartigheid reeds de overhand heeft gehad over de menselijke ondankbaarheid. Wij worden van nog meer overtuigd, als wij de volgende Schriftplaatsen tegelijkertijd met elkaar  vergelijken: Openb.4:3; 10:1. God zij alle eer en dank en lofprijzing!!

Wij kunnen de omvang van het Bijbels getuigenis met betrekking tot  de wereld ontdekken en verstaan, als wij al onze aandacht biddend richten op Hem, Die daar het Levend Middelpunt van is: Jezus Christus, de eniggeboen Zoon van de levende God -  DE GOD-MENS, de nieuwe schepping. Christus spreekt ons van de komst van Zijn Koninkrijk: het Koninkrijk Gods. En hiermee spreekt Hij uit, dat de wereld zich voortbeweegt naar de van Godswege verordineerde bestemming en "doel".

Aan het einde van de geschiedenis der mensheid zal hetgeen Hij heeft voorzegd in vervulling gaan. Dit Koninkrijk, "Het Millennium" moet komen. Dan zal blijken, dat geen offer, geen leed tevergeefs was.' En omdat deze bestemming in Christus openbaar werd, kon Hij getuigen: "Het Koninkrijk Gods is tot u gekomen" (Luk.11:20; 10:9b, 11; 21:31) In het Evangelie van Johannes horen wij Jezus Christus zeggen: "Mijn Vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook" (5:17).

Voor het onderwerp, dat wij nu onder de loep hebben, is deze tekst eenvoudig het "MAGNA CHARTA". Halleluja!! Amen. Daarom geloven wij ook met geheel ons hart en verstand, dat het lot van deze wereld rust in Gods handen, en dat Hij dat heeft overgedragen aan Zijn eniggeboren en geliefde Zoon. Wij weten ook, dat wij deze geloofsovertuiging niet behoeven te rechtvaardigen tegenover onze moderne wereld.

Zij is het eenstemmig getuigenis van alle waarachtige Christenen van alle eeuwen en in  alle landen. Amen. Wie zal hieraan iets kunnen veranderen, en wie zal aan alles een andere wending kunnen geven? Wie is daartoe bevoegd?? Geen mens, alleen "charlatans", die menen, dat zij alles kunnen doorgronden, die er zich ook op beroemen, alles onfeilbaar te kunnen voorspellen.


De schepping is op weg naar Christus

Alleen dan verstaan wij, dat (ondanks 's mensen ontrouw) de schepping voort gaat, en op weg is, onderweg is naar het door God beoogde doel: naar Christus. "In den beginne was het Woord... Alle dingen zijn door het Woord gemaakt... In Hem was het leven..." (Joh.1:1-3). "Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot één te vergaderen in Christus,  beide dat in de hemel is, en dat op de aarde is" (Ef.1:10). "Alle dingen zijn Mij overgegeven van Mijn Vader..." ( Matt.11:27a),

De "verwording" van onze tijd is een rechtstreekse aanslag op God en Zijn schepping! Hoe noodzakelijk is het dan, dat zij, die naar Christelijke overtuiging willen leven, zich bezinnen op en zich verantwoorden t.a.v. dit veelzeggend feit.  Het was en is voor ons een verrassing te hebben mogen ontdekken, hoezeer de levensgang van grote mannen van wetenschap, zoals bv. Diesel, Bosch, Ford, Carnegie, e.a., zich tijdens hun leven hiermede hebben beziggehouden. Voor ons ter navolging.

's Mensen ontrouw komt zo duidelijk naar voren in de passages van de Brieven der apostelen, zo als wij deze vinden in het N.T. Vooral Paulus en Petrus hebben alle nadruk op deze ontrouw gelegd. Overtuigd worden wij als wij de volgende Schriftuur raadplegen: I Tim.4:1-3; 6: 9-10; II Tim.3:-1-8; II Petr.2:1-3. Gods onkreukbare trouw vinden wij overal waar wij in de Bijbel lezen van Zijn liefdevolle vermaningen, ernstige waarschuwingen, wondervolle voorzieningen ten behoeve van ziel en geest en lichaam der gelovigen.

Zelfs daar waar Hij kastijdt,  wordt Zijn reddende liefde openbaar. "Want die de Here lief heeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijk zoon, die Hij aanneemt" (Hebr.12:6). Hem zij de dank en de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid!! Amen.


Kruis en opstanding

Maar wij zijn toch niet zo dom om ons te laten vangen in hun strikken. Christenen gaan ook niet hun geesten en schimmige media consulteren, om zodoende inzicht te krijgen in de toekomst. Onze wereld van vandaag is vol van zulke lieden, en al deze door wanhoop, ingegeven stappen worden Christenen bespaard, dank zij Gods wondere liefde en genade. Wij willen het brandende vraagstuk betreffende "Begin en Einde" - "Schepping en Wederkomst" aansnijden als Gods kinderen, als Christenen, met de zekerheid, dat alleen Jezus Christus in deze zaken bevoegd is.

Want wat betekent aan de ene kant het pessimisme na de duisternis van Calvarie? Wat betekent het optimisme na het allesverblindende licht van Paasmorgen??  Pessimisten zullen altijd ergens een "achterdeurtje" hebben, die zij wijselijk openhouden; en ondanks alles beven zelfs de optimisten diep in hun hart van angst.

Kruis en opstanding laten de mens geen ruimte zich te onttrekken aan het oordeel van God; evenmin als aan de uitwerking van Zijn liefde en genade, Alleen Jezus Christus heeft alle recht op ons volledig vertrouwen. Willen wij dus weten, wat wij moeten denken van "Begin en Einde - Schepping en Wederkomst" dan moeten wij allen tot Hem gaan, onze toevlucht nemen tot Hem, en Hem nederig bidden: "Zendt Gij Uw licht en Uw waarheid, o Heer!" ( Psalm.43:3a).

Alleen dan verstaan wij, dat (ondanks 's mensen ontrouw) de schepping voortgaat, en op weg is, onderweg is naar het door God beoogde doel: naar Christus. "In den beginne was het Woord... Alle dingen zijn door het Woord gemaakt... In Hem was het leven..." (Joh.1:1-3). "Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot één te vergaderen in Christus,  beide dat in de hemel is, en dat op de aarde is" (Ef.1:10). "Alle dingen zijn Mij overgegeven van Min Vader..." ( Matt.11:27a),

De "verwording" van onze tijd is een rechtstreekse aanslag op God en Zijn schepping! Hoe noodzakelijk is het dan, dat zij, die naar Christelijke overtuiging willen leven, zich bezinnen op en zich verantwoorden t.a.v. dit veelzeggend feit. Het was en is voor ons een verrassing te hebben mogen ontdekken, hoezeer de levensgang van grote mannen van wetenschap, zoals b.v. Diesel, Bosch, Ford, Carnegie, e.a., zich tijdens hun leven hiermede hebben beziggehouden. Voor ons ter navolging.

's Mensen ontrouw komt zo duidelijk naar voren in de passages van de Brieven der apostelen, z.a. wij deze vinden in het N.T. Vooral Paulus en Petrus hebben alle nadruk op deze ontrouw gelegd. Overtuigd worden wij als wij de volgende Schriftuur raadplegen: I Tim.4:1-3; 6: 9-10; II Tim.3:-1-8; II Petr.2:1-3.

Gods onkreukbare trouw vinden wij overal waar wij in de Bijbel lezen van Zijn liefdevolle vermaningen, ernstige waarschuwingen, wondervolle  voorzieningen ten behoeve van ziel en geest en lichaam der gelovigen. Zelfs daar waar Hij kastijdt altijd, wordt Zijn reddende liefde openbaar. "Want die de Here lief­heeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijk zoon, die Hij aanneemt" (Hebr.12:6). Hem zij de dank en de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid!! Amen.

 
 
 
 

Home | Sitemap | Inhoud

 

<< Het uitgangspunt

>> Omweg en toch DE weg