Van begin tot einde
De grote levensvragen

Home | Sitemap | Inhoud

De gelegenheid des tijds

 

 

De grote dag nadert  

Het is voor Christenen van de grootste betekenis te weten, in welke tijd wij leven om trouw in de dienst des Heren te staan. De apostel Paulus schreef eenmaal deze regels: "En dit zeg ik te meer, dewijl wij de gelegenheid des tijds weten, dat het de ure is, dat wij  nu uit de slaap ontwaken; want de zaligheid is ons nu nader dan toen wij eerst geloofd hebben" (Rom.13:11).Wij zijn dus nu al in het "einde der tijden".

Deze uitdrukking vinden wij op diverse plaatsen in het Nieuwe Testament.  Onderzoeken en vergelijken wij ondermeer 1 Tim.4:1; 1 Petr.1: 5; Judas 18 en 1 Cor.7:29 ("de tijd is kort"). Met nog meer nadruk wordt elders gesproken over "de laatste dagen": Jes.2:2; Ezech,38: 16; Dan.10:14; Hand.2:17; Jak.5:3; 2 Tim.3:1; en zelfs over "het laatste uur”1 Joh.2:18 (twee keer).|
Wij dienen deze uitdrukkingen goed te begrijpen. Het gaat hier niet om een "chronologische bepaling" maar wel om (wat wij noemen) een "kwalificatie van onze tijd".

Maar waarom schrijven wij nu pas hierover? Hadden wij niet veel eerder hier     over moeten schrijven?? Mogelijk wel, doch wij hebben er de voorkeur aan gegeven toch maar eerst andere onderwerpen te behandelen. Want wij  zullen in het licht van al wat hieraan vooraf is gegaan de waarde en de betekenis van onze tijd eerst goed begrijpen. Wanneer wij ons de onsterfelijke tijd voorstellen van het Rijk God’s dan is er geen lengte van tijd, hoe lang die ook mag zijn, die niet is als een minuut. 

 

De laatste ure 
De apostel Johannes noemt bijvoorbeeld "de laatste ure", de tijd, waarin alle dingen  volbracht zijn, dat er niets meer overblijft dan de laatste openbaring van Jezus Christus. Wij leven in een tijd, die heel duidelijk gekend wordt als de "laatste dagen", waarvan de duur echter totaal onbekend blijft.
Dat wil dan niet zeggen, dat de jaren of eeuwen, die ondertussen verlopen zijn, zinloos zouden zijn. Verre van dat!  Maar welke zin onze tijd dan heeft? Toen Jezus Zijn discipelen verliet, heeft Hij hen niet zonder taak achtergelaten,  in een passief afwachten van Zijn wederkomst. In tegndeel – Hij  heeft hen verzekerd, dat Hij hen niet als wezen zou achterlaten, maar dat Hij met hen zou zijn "alle dagen tot de voleinding der wereld".

En Hij beloofde hen de Vader te zullen bidden, en de Trooster, de Geest der waarheid, te zenden, die hen in alle waarheid zou leiden. In al de waarheid, die geloofd wordt met het  hart en beleden met de mond. Tussen dat, wat Jezus Christus geheel alleen volbracht heeft, en wat Hij aan de einde zal openbaren,  ook alléén door Zijn macht en Zijn kracht, is er plaats voor onze medewerking. .. .  "mede-arbeid",  want wij zijn God''s medearbeiders..." (1 Cor.3:9').

De zin van ruimte en tijd 
Wat is de zin vande ruimte en tijd, die de mensheid nog gegeven wordt, nadat haar verzoening door Jezus Christus reeds is geschied en geproclameerd?
Godf heeft een doel: verwacht nog iets... God wil Zijn laatste en  beslissend Woord  niet spreken, zonder een menselijk antwoord, een menselijk "JA" gehoord te hebben, zonder dat Zijn genade een stem van menselijke dank wit de dieptevan de met Hem verzoende ziel heeft opgeroepen. .

Wij weten het... de tijd is vol van lessen. Dit zal ongetwijfeld  nog erg zwak blijven; en het antwoord op die goddelijke genade zal wederom volle genade nodig hebben. Want allen zullen niet geloven, erkennen, belijden. Zij, die dit zullen doen, zullen in alle generaties (ook in deze eindtijd) een minderheid vormen. Gode zij dank, deze handvol 'antwoordenden',  is er altijd geweest. Onder de liefdevolle, maar ook straffe leiding van de Heilige Geest leeft De Gemeente van Jezus Christus! Halleluja!!

Zij wordt geformeerd en breidt zich uit over het ganse rond der aarde, ofschoon zij zich in onze tijd nog deformeert en reformeert,... .zich verdeelt en weer hergroepeert -treurig, maar waar- en zij gaat voorwaarts en verkondigt de Blijde Boodschap tot aan het einde der aarde (met vooruitgang en teruggang in haar zendingsijver!). Zij is zich bewust van haar opdracht:"En dit Evangelie van het Koinkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle Volkeren; en dan zal het einde komen" (Matt.24:14). 

 

De Gemeente 
De Gemeente van Jezus Christus is geen doel in zichzelf, zoals zo velen denken. Zij kan er niet op bedacht zijn, het gemakkelijk te hebben, zich  niet bezig houden met reputatie, uitbreiding, uiterlijk vertoon,  haar tijd doorbrengen met verliefd te kijken naar zichzelf. Zij is er voor de Here Jezus Christus, voor Zijn Woord, en om als een Licht te zijn voor de wereld! Zij leeft, als zij gehoorzaam en missionnair is. Teruggetrokken in zichzelf verwelkt zij, gaat zij tot ontbinding over, en verdrinkt zij zichzelf in haar spiegelbeeld... Bij alle menselijke wisselvalligheden herhaalt de geschiedenis zich. Dat wij hierop letten!!

Onder het Oude Verbond heeft God’s volk herhaaldelijk gelonkt en geflirt naar en met de afgoden, . … de wegen der heidenen verkozen, … zich vervolgens gestort in tweespalt en verdeeldheid, en het werk tenslotte latend aan de grote machten van de wereld .Wie zou durven beweren, dat de gemeente, zoals wij die heden ten dage kennen, het er beter heeft afgebracht onder het niewue verbond? Wordt ook nu niet de brede weg bewandeld, wereldgezindheid aangeekweekt en deszelfs gelijkvormigheid in haar gelederen getolereerd? Kunnen we niet beter spreken van hoogverraad jegens haar roeping?

Vanwaar anders die duizend en een stukken waarin zij uiteengevallen is, als een spiegel gevallen van de plaats waar zij stond?  Is het zout niet allang smakeloos geworden? En toch,  ondanks deze  verregaande ontrouw, dit ten hemel schrijend verraad, werkt de Heilige Geest in het verborgene aan de formatie van de Bruidsgemeente.  Halleluja.

 

Christus blijft souverijn 
Christus als het hoofd blijft souverijn. Wat geschreven staat in 1 Cor. 15:25 moet gebeuren. Daarom bestaat het Lichaam nog,  ondanks haar zwakheid en verraad; en als Christus haar niet aan haar lot overlaat, wat zullen wij dan moeten doen?

Weet u, geachte lezer, geachte lezeres, hoe wij het zien? De latste dagen van onze wereld zijn als totaliteit net als een brug, die tussen twee grote pijlers hangt, die gevormd worden door de tweevoudige komsten van Jezus Christus, de brug,  die opgehangen is tussen twee oevers: de lijdende Jezus en de verheerlijkte Jezus. Alleen de gemeente van Jezus Christus en deze twee pijlers die haar dragen.  De wereld kent die niet. En omdat wij nog in de wereld zijn, maar niet van de wereld, is het Christelijk getuigenis noodzakelijk. Dat God de Heilige Geest ons zal bekwamen om getrouw te blijven. Amen.

Daar is dan ook nog altijd een veeluldig geuigenis, en hiervan willen wij de volgende elementen nagaan.

Ten neerste:
de aanwezigheid in de wereld
(mondelinge verkondiging van het  Evangelie) en

ten tweede:
het profetisch getuigenis en het getuigend handele

 

Alvorens echter in details te treden, willen wij er nog eens de nadruk op leggen, dat wij steunend op genade telkens weer tot de Here moeten komen, om onze toevlucht te nemen tot gebed en overdenking. Telkens weer moeten wij grijpen naar God’s Woord, waarin wij ons hebben te verdiepen,  tot lering, tot onderwijzing, om het te doen, opdat wij niet falen. De Bijbel staat immers vol vvermaningen die ons telkens terug te roepen naar de Bron van elk waarachitg getuigenis. Als het gaat om de aanwezigheid in de wereld,  moet worden opgemerkt, dat wij voor alles onze houding tegenover de wereld moeten bepalen.

   Dit is nar onze bescheiden mening vooral van belang omdat velen van hen, die zich met de laatste dingen, en in het bijzonder met de Bijbelse profetieen hebben beziggehouden, wij treffen deze vooral aan in onze pinksterkringen, uitgingen van een verkeerde visie op de verhouding van het volk van God tot de mensheid in haar 0geheel.l 

Hoe zit dat, nu? Het Oude Testament herhaalt telkens dat Israël,  (sinds Abraham) als volk en natie "afgescheiden moest leven t.o.v. andere volken, en op geen enkele wijze deel mocht hebben aan hun verontreiniging. Het is evenzeer waar, dat het `Nieuwe Testament  met nadruk herhaalt, dat ook wij, (in tegenstelling tot de ongelovigen) "een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk..." zouden zijn.  Dat wij dus niet "gelijkvormig moeten worden aan deze verderfelijke wereld" (Rom.12i2), maar de dingen die “boven zijn" moeten zoeken, en moeten leven als "vreemdelingen en bijwoners" (Col.3:1). "Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige" (1 Petrus:2:11)

 

De opdracht 
Is Jezus Zelf niet zover gegaan, dat Hij in Zijn hogepriesterlijk gebed gebeden heeft: "Ik bid niet voor deze wereld" (Joh.17:9  en Hebr.13:14), en wij zo duidelijk het gebod te horen krijgen:
"Hebt de wereld niet lief, en hetgeen in de wereld is" (1 Joh.2:15). Wij zien dus hoe duidelijk  de zaak is: de opdracht is nog steeds dezelfde gebleven; onveranderd gelijk de Opdrachtgever onveranderlijk is!
 Wij moeten ons steeds meer losmaken van deze wereld. Het beste  wat wij als Christenen, als rasechte pinkstermensen, kunnen doen is als bekeerden bij elkaar gaan zitten in een hoekje, om (verteerd door heimwee naar het Jeruzalem boven) ons pelgrimslied te zingen: "ik heb mijn woning niet hier, maar daar boven"! Amen.

Wij hebben reeds gezien, dat Abraham niet werd geroepen om alles te verlaten om een sekte te vormen, maar om een "bron van zegen te zijn" en niet alleen voor enkelingen, maar voor alle "geslachten der aarde" (Gen.12:2-3). Zo vinden wij in het hele Oude Testament deze "opening naar  de wereld om ons heen..(Psalm.2:8). . Vergelijken wij e.e.a. met Jes.2:2 -5 en 25:6-9. Is dit alles in het Nieuwe Testament veranderd? Zeer zekèr niet! Wij zien iedere keer weer, dat Jezus met innerlijke ontferming bewogen is over de scharen... en dat de Verrezen Heiland Zijn discipelen uitzendt als "dragers van het Evangelie", naar "Alle volken overal ter wereld." (Matt.28:19; Mark 16:15) met de waarschuwing, dat zij zouden zijn "als schapen te midden van wolven": (Mat-10:16; vergel. met 5:10; 24:9;-Joh.15:20), en dat zij zouden bloot staan aan de grootste vervolgingen.

 

Vreemdelingen en bijwoners 
De Bruid(sgemeente), zo wonderbaar gesymboliseerd in de "gehuwde" vrouw van Openbaring 12, moet er zeer zeker op bedacht zijn, in de woestijn te moeten leven (de plaats welke God haar heeft toebereid) en achtervolgd door de tegenstander en geduchte vijand, die haar (Gode zij dank!) niet kan schaden. Geloofd zij de Naam des Heren! De door ons aangehaalde
Bijbelteksten, waarvan men zich graag bedient, om een "politiek van wereldmijding" te rechtvaardigen, komen voor in een verband, dat wij niet uit het oog mogen verliezen. Velen staan een "radikaal breken" met de wereld voor. Is dat wat Jezus bedoelt?

In de Bijbel lezen wij, dat het Gods wil is, dat Christenen een "heil natie" vormen,... leven als "vreemdelingen en bijwoners" op de aarde. Dat is goed en niet te loochenen. O.K., maar dan toch zeker ook om "de deugden te verkondigen van Hem, Die ons getrokken heeft uit de duisternis en ons heeft geroepen tot Zijn wonderbaar licht" (1 Petr.2:9). Om "een eerlijke wandel te leiden onder de heidenen, opdat in hetgeen zij kwalijk van ons spreken als van kwaaddoeners, zij uit onze goede werken God mogen verheerlijken in de dag der bezoeking" (v. 12).

 

Niet gelijkvorming worden 
Het is zeker, dat wij niet gelijkvormig moeten worden aan deze wereld! Zeker, maar er staat tevens geschreven, dat "wij zegenen moeten, die ons vervolgen,.., dat wij niemand kwaad voor kwaad zullen vergelden, en dat wij, indien het mogelijk is, vrede moeten houden met alle mensen" (Rom.12:14, 17-18).
Als er geschreven staat, dat wij "de dingen moeten zoeken, die boven zijn, waar Christus is" (Col.3:1), dan wil dat niet zeggen, dat er sprake moet zijn van een vaag heimwee naar de hemelse dingen alleen, maar van een verbonden zijn met Christus, Die van ons gehoorzaamheid verwacht tijdens ons leven hier op aarde!! 

Jezus heeft niet gebeden voor deze wereld. Accoord, maar Hij heeft ook gebeden voor de Zijnen, dat zij "een zijn, opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen lief hebt gehad gelijk Gij Mij lief gehad hebt “: (Joh.17:21, 23). Wanneer wij het Hoogpriesterlijk gebed van Jezus Christus goed (d.w.z. biddend) bestuderen en erover mediteren, zullen wij moeten toegeven, dat het geheel en al open is, naar de "wereld" (in dit hoofdstuk alleen komt de term 19 malen voor, wat toch wel wat wil zeggen!).

 

Deze wereld gaat voorbij  
Als ons tenslotte gevraagd wordt, "deze wereld niet lief te hebben", dan is het blijkens het vervolg (wat daarmede samenhangt), omdat "deze wereld en haar begeerlijkheid voorbijgaat" (1 Joh.2:16-17), natuurlijk, dat deze wereld als opstandige, rebellerende, afvallige wereld, niet lief te hebben. Maar is het dan wel gerechtvaardigd, zich uit de wereld helemaal terug te trekken, om alsdan als "gereinigden" op een hoopje bij elkaar te gaan zitten en verder niets meer te doen?

Wij willen de ernst van elke situatie onder ogen zien en de goede bedoelingen van velen, die de beslissing nemen met hun milieu te breken, ook niet miskennen, maar toch is het goed ook rekening te houden met de waarschuwing: "monnikken en nonnen menen de wereld ontvlucht te zijn, maar in hun kloosters zitten zij er dieper in, dan wanneer zij tussen het volk zouden leven; want juist in die kloosters is die wereld aanwezig met al hare begeerlijkheid".

 

Zwingli
En deze waarschuwing is nog wel liefst van de Zwitserse hervormer Zwingli, die (gelet op zijn vroeger leven) het toch wel geweten heeft. Wanneer wij hierover dieper nadenken, moeten wij toegeven (zonder te willen generaliseren), dat wij deze woorden in de eerste plaats op onszelf kunnen toepassen, als wij vergeten, dat de wereld evenzeer IN ons als BUITEN ons is!! Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig.

De Bijbel leert, dat de gelovige IN de wereld is, en dat hij er in moet blijven zonder VAN de wereld te zijn. Juist hij is geroepen om in de wereld zijn taak te volbrengen, én het werk van de tegenstander te doorbreken in de kracht des Heiligen Geestes. Als God de wereld zo zeer heeft liefgehad, dat Hij Zijn enig geboren Zoon gegeven heeft, dan kunnen wij niet inzien, waarom wij haar de rug meten toekeren met onverschilligheid en ongevoeligheid, die door Jezus nooit zo aan de dag gelegd zijn.  Velen beroepen zich zo graag op het bekende bevel: Gaat uit van Babel., mijn volk, opdat gij aan haar zonden geen gemeenschap hebt' (Openb.18:4; vergel. met Jes.48:20; 52:11; Jer.50: 8; 51:6, 45). Wat willen zij hiermede zeggen? Zij willen hiermee hun afkeer van de wereld aantonen en Bijbels rechtvaardigen.

Ons inziens zijn wij verkeerd bezig, als wij het Bijbels gebod misbruiken om een schuldige "desertie" te maskeren; ja, om die te willen rechtvaardigen. Veel meer wordt van ons dezelfde waakzame aanwezigheid gevraagd, die ook Jezus kende. Het farizeisme in al zijn vormen (en de farizer is juist het meest gevaarlijk, als hij zich vermomt als tollenaar!) doodt het getuigenis  van de Christen. Wij moeten het volgende nooit vergeten: zodra wij ons  slechts één millimeter verheffen boven onze naaste(n), met de gedachte  hem te willen oordelen al is het dan alleen maar voor één seconde dan kunnen wij hem de genade  van Jezus Christus niet meer verkondigen.

 

Hoe dient onze houding dan te zijn?  
Uit de Evangelien blijkt duidelijk dat Jezus werkelijk aanwezig kon zijn in de meest verschillende omstandigheden en gezelschappen. Deugdzame mensen hebben Hem weliswaar verweten, dat Hij mat mensen van slechte zeden ("met zondaars en tollenaren...Matt.9:11; 11:19; Mark.2:16; Luk.15:2), ..... ,  maar dat verhinderde Hem niet, bij gelegenheid, de uitnodiging van Simon de Farizeer te aanvaarden (Luk.7:36; 11:37; 14:1).     

Ter zelfdertijd heeft Hij tot de overpriesters en oudsten van het volk die zo zeer overtuigd waren van hun geestelijke superioriteit gezegd, dat "tollenaren en hoeren hen zouden voorgaan in het Koninkrijk Gods" (Matt.21:31). Zo ging Jezus om met de vurigste Joden ("gij zijt niet ver van het Koninkrijk God’s" zei Hij tot een van hen... Mark.12:34), als met Samaritanen, waarover Zijn discipelen zich verbaasden (Joh. 4:27). Jezus heeft zelfs te maken gehad met heidenen, zoals de hoofdman te Kapernam en de Syro-Fenisische vrouw, bij wie Hiji zo’n groot geloof gevonden had, zoals niet in Israel (Matt.8:10; 15:28). Hoe evenwichtig waren Jezus’ handel en wandel!! 

Toch, al heeft Jezus ook op tal van manieren Zijn zoekende en reddende liefde voor de mensheid bewezen, zelfs tot op het kruis, waarop Hij de schuld van de ganse wereld heeft gedragen, toch is Hij ook nooit (zelfs niet voor een ogenblik) medeplichtig geweest aan haar zonden. Hoe staat het met ons?? Wij echter zijn maar al te vaak medeplichtig, en lopen te koop met onze dieepe  afkeer van de wereld, terwull  in het verboroe 'de beeerlkheid der wereld' ons in het bloed kan zitten!

Wie van ons zal dit durven tegenspreken en tegelijkertijd God in Zijn aangezicht zien ?!? Hoe staat de wereld tegenover ons en ons getuigenis? In hoe verre wil zij met ons te maken hebben? Wij willen niet de nadruk leggen op onze verantwoordelijkheid, aanwezig te zijn in de wereld, omdat zij zou dingen naar onze belangstelling. Wij maken ons illusies, als wij geloven  dat de wereld door ons getuigenis zou kunnen worden bekeerd en "getemd", en niet beter zou vragen, dan goed met haar overeen te komen,.., haar diensten, zelfs haar medewerking zou aanvaarden. Wij geven ons er rekenschap van, dat de mensheid zich  steeds openlijker van het Christelijk geloof losmaakt en alleen nog maar schouderopahalend naar ons luistert. Waar dient het dan toe?

Wat nut is het, als wij zien, hoe het tegenwoordig Christendom (?) onder hoongelach terugkeert van de hel naar haar eerste ongebonden vrijheid!? De Christenheid kan er over klagen, zoals een misleid meisje weent over een ontrouwe minnaar, maar wat zich in onze dagen afspeelt, is niets anders dan het gevolg van de grote leugen, waaraan zij zich de eeuwen door heeft schuldig gemaakt! Zullen wij ons dan in de laatste dagen terugtrekken, omdat wij afgewezen worden?!? Zullen wij dan nu huilend bij de pakken neerzitten over zo veel ondankbaarheid?!? Zullen wij ons in deze boze dagen verbazen over het "heidens-christendom" (of is het "christelijk-heidendom"?), dat op alle terreinen steeds openlijker aan de dag treedt!?!

Is dit alles een geldige reden om moedeloos te worden,  om Hem, Die de wereld heeft overwonnen in de steek te laten onder het voorwendsel, dat wij zo weinig merken van die overwinning!?! Wij horen zo dikwijls beweren, dat het Christendom, het Bijbels Christedom wel te verstaan, stervende is. Wat denkt u ervan? Zou dat waar zijn?? Wij weten dat wat Jezus gezegd heeft, bij monde van Zijn geliefde apostel, in Openb.3:1. Aan de andere kant zijn wij ervan verzekerd, dat Hij tot in alle eeuwigheid leeft, en dat wij IN ALLES van Hem afhankelijk zijn, en niet van de gunst van de wereld!! Amen.

 

Naar dieper water 
Jezus vraagt ons
"af te steken naar dieper water" (Luk:5:4). Niet om ons te verdrinken, maar om daar "op Zijn Woord" de netten uit te werpen! Welke levenslessen zijn hier te leren? Het is verreweg het  beste om te handelen in het geloof aan Zijn Woord, en in de wetenschap  dat bij de wederkomst van de Here Jezus Christus de voosheid van deze wereld en van ons leven zal verdwijnen, en dat Hij Zijn Vrederijk op  deze aarde zal vestigen, opdat wij zo doende in staat zullen zijn langzamerhand de juiste houding te vinden, in plaats van starre principes  toe te passen alleen vanwege kennis,  doch niet in Zijn krachtl! Want de Heilige Geest heeft geen  "programma" - Hij leert ons Jezus uit te leven in deze wereld. Amen. Eis voor deze tijd (Matt.5:16).

Als het gaat om het (profetisch) getuigenis van de Gemeente,  moeten wij direct opmerken, dat de Gemeente nooit levend kan zijn, als zij niet vastberaden gericht is op de gehele mensheid. Zij leeft evenmin, als zij niet een  duidelijke boodschap heeft voor alle mensen. Het doet er niet toe, of zij die horen wil of niet. Want dit staat vast: het authentieke getuigenis heeft in de allereerste plaats betrekking op dat wat Jezus Christus reeds tijdens Zijn aardse loopbaan, zijn sterven en opstandin heeft gedaan.

"Wij  prediken Christus de Gekruisigde" 1 Cor.1:23...   met alles wat dit voor de gehele wereld inhoudt!
Wij zullen ons nooit van dit getuigenis kunnen ontdoen, hoewel het voor mensen van alle tijden een dwaasheid en ergernis is. De Gemeente van de Here Jezus Christus moet zich houden aan haar oorspronkelijke taak. Zij kan het Evangelie van het kruis niet vervangen door een meer aantrekkelijke, moderne boodschap, zonder haar Heer en Hoofd te verlochenen!  Deze boodscpap eindigt echter niet bij de hemelvaart van Jezus.

Wij blijven de heerschappij van Jezus Christus verkondigen, door de bovennatuurlijke kracht van de Heilige Geest, Die Hij de Zijnen verleent zo zij in Hem geloven "gelijkerwijs  de Schrift zegt". De water-en Geestesdoop en het Heilig Avondmaal zijn de tekenen van de reele tegenwoordigheid van Christus onder ons (Hand.2:38-39; 1 Cor.11; Joh. 6:53, 58 e.a.p.). "Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid" (Col. 1:27). Halleluja!  Het ChristelijIK getuigenis is bovendien niet volledig zonder de verkondiging van de wederkomst van Jezus Christus in Zijn volheid. En ook hier stokt de prediking niet, want bij waterdoop én Geestesdoop én Heilig Avondmaal des Heren, verwijzen eveneens naar de parousie: "de dood des Heren verkondigen totdat Hij komt " (1 Cor.11:26; Rom.6:4; 22-23 e,o.p.).

Een blijde en positieve boodschap, recht gesneden, kan wel niet alles doen ophouden, maar op z'n minst kan zij veel verhinderen. Gelukkig kunnen wij in 'onze tijd ook constateren, dat gemeenteleden over de hele wijde wereld wakker beginnen te worden; en bijzonder verheugend is het, als wij zien, hoe menigeen zich uitstrekt "naar het wit van het doel". Daar is overvloedige genade. Glorie voor God! Maar de Gemeente moet niet alleen  verkondigen: "Die is, én Die was, en Die komen zal",... niet alleen, "Jezus Christus is nog steeds dezelfde, gisteren, heden en tot in alle eeuwigheid" (Openb.1:8: Hebr.13: 8),  aar getuigenis heeft ook nog een ander aspect...

 

Bevrijding van alle lasrt    
Door de getrouwe verkondiging van de Blijde Boodschap van de verlossing door het kruis, worden zij, die haar aannemen, bevrijdt van de drukkende last van het rampzalig verleden. Wat de mens ook mag doen, om die te ontkennen, om zich er op een andere manier van te bevrijden, die last blijft hem drukken, totdat Goddelijke vergeving en verzoening in en door Jezus Christus hem ervan bevrijdt, en hij op zijn beurt begint zelf te vergeven! Door de verkondiging van de Blijde Hoop op de wederkomst van Jezus Christus, worden zij verlost, die deze ten volle aanvaarden,... bevrijdt van alle last van de toekomst.

Want het is een onwederlegbare waarheid, dat déze angst voor de onbekende toekomst de mensheid verteert!! Vluchten in al te kort durende geneugten, onsamenhangende dromen, zelfgebouwde luchtkastelen, kunnen haar van haar angst niet genezen. Alleen de gefundeerde hoop die Christus is in mensenharten wordt door de Heilige Geest. Geprezen zij Zijn Naam. Amen. En een ieder die dit licht heeft ontvangen, verspreidt overal daarvan de weerglans. Wie verlost is door Jezus Christus en gedoopt is met de Heilige Geest en vervuild blijft met God’s Geest, kan voortaan leven in de vrijheid welke het kindschap God's met zich brengt, en kan zich met alle krachten wijden aan alles wat van hem wordt gevgraagd.

Want in het heden ligt alsdan zijn verantwoordelijkheid. En hier hebben dan ook allen het pfrofetisch getuigenis nodig, als een lamp voor onze voet, om onze weg door deze donkere wereld te verlichten. Dit profetisch Woord (getuigenis) staat evenzo goed centraal, want “het onderwerp van de profetie is Christus Zelf….” Wij moeten trachten Hem overal te ontdekken. Het aanschouwen van Zijn stralende Persoon is het zekerste middel om ons te behoeden voor de ijdelheid des levens. Christus is en blijft het Middelpunt. In Hem zal eens alles in de hemel en op de aarde verenigd zijn. Men moet er zich voor wachten, het los te maken van het geheel van God's gedachten zoals  vastgelegd in Zijn wondervol raadsplan, want dat heeft steeds betrekking op Jezus Christus.

 

Hij is het  Licht der wereld  
Daarom ook is het de gemeente gegeven te spreken van de heerschappij van haar Here en hoop, in direct verband met het heden. Van Hem ontvangt zij daartoe het licht, dat haar in staat stelt om het valse in de wereld en in haar midden te ontdkeken en te ontmaskeren. Zo kan zij de hedendaagse geschiedenis  interpreteren, en bovendien de feiten van de dag helder onderscheiden, om daarin God’s plan aan te wijzen. Amen.

 

Home | Sitemap | Inhoud

<< Nieuwe hemel en een nieuwe aarde

>> De tekenen der tijden