Die is, Die was en Die komen zal
De "Openbaring"nader beschouwd


* Verborgen hoop ...
Lees verder

* Waarom de Openbaring werd gegeven
Lees verder

* De brieven aan de zeven gemeenten
Lees verder

* Efeze
Lees verder

* Smyrna
Lees verder

* Pergamus
Lees verder

* Thyatira
Lees verder

* Sardes
Lees verder

* Filadelfia
Lees verder

* Laodicea
Lees verder

* Nabeschouwung
Lees verder

* De troonsheerlijkheid van de Vader
Lees verder

* De heerlijkheid der verzoening door God de Zoon
Lees verder

* De zegels worden geopend.
Lees verder

* 1ste zegel
Lees verder

* 2de zegel
Lees verder

* 3de zegel
Lees verder

* 4de zegel
Lees verder

* 5de zegel
Lees verder

* 6de zegel
Lees verder

* 7de zegel
Lees verder

*De Goddelijke oogst voor en na de grote oordelen van God
Lees verder

* De bazuinen gaan klinken
Lees verder

* 1ste - 4de bazuin
Lees verder

* 5de bazuin
Lees verder

* 6de bazuin
Lees verder

* 7de bazuin
Lees verder

* De culminatie der demonische machten
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt  de wereld aangezegd
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt de wereld gegeven
Lees verder

* De openbaring van Gods grote verborgenheid
Lees verder

* De antichrist en zijn heerschappij
Lees verder

* Gods wegen in genade en gericht
Lees verder

* De zeven fiolen vol van de toorn van God
Lees verder

* De zeven fiolen van Gods toorn worden uitgegoten
Lees verder

* Gods oordeel over het grote Babylon als geestelijke macht
Lees verder

* Gods oordeel  over het grote Babylon als politieke en economische macht
Lees verder

* De inleiding tot het grote duizendjarig Rijk van Christus
Lees verder

* Aanvang en slot van het duizendjarig Vrederijk
Lees verder

* Taferelen uit Gods eeuwigheid en van het Nieuwe Jeruzalem
Lees verder

* Besluitend visioen en Jezus' laatste woorden
Lees verder




 

 

 

Home - Sitemap

 

De brief aan de gemeente te Thyatira
Periode 606 tot 1520


 

De "militante" gemeente

Vers 18,
"En schrijf aan de engel te Thyatira: Dit zegt de Zoon Gods, Die Zijn ogen heeft als een vuurvlam, en Zijn voeten zijn blinkend koper gelijk".

Deze is de "Militante Gemeente", die vanaf het jaar 606 tot 1520 heeft geduurd. Was de zonde in de Gemeente te Pergamus opgeklommen tot grote hoogte, in deze gemeente kwam ze tot zulk een uitbreiding, dat ALLES er door bedorven werd. Een onherroepelijk oordeel zou dan ook deze Gemeente treffen, daar "het geheel" als onherstelbaar moest worden beschouwd en moest worden prijsgegeven.. In overeenstemming hiermede zijn dan ook de bewoordingen, waarmee de Here Jezus Christus Zich tot deze Gemeente richtte. Vuur is het symbool van oordeel. Dit oordeel is onfeilbaar; deze ogen zijn alles doordringend. Koper is het symbool van oordeel over de zonde. Eer dit nu wordt uitgesproken en uitgevoerd, staat de Zoon van God stil bij de kandelaar van Thyatira en zegt:


Vers 19:
"Ik weet uw werken en uw liefde, en dienst en geloof, en uw lijdzaamheid en uw werken, dat de laatste meer zijn dan de eerste."


Geloof en liefde
Het hier nog aanwezige "goede", alhoewel in zeer geringe mate, strekte Hem toch tot vreugde. Zijn Heilandshart werd erdoor verblijd en wij constateren, dat het kleinste bewijs van getrouwheid aan en van liefde voor Hem aan Hem niet onopgemerkt voorbijgaat . Wat in de Gemeente te Efeze niet meer werd gevonden door het al speurend oog van Jezus, dat was in deze Gemeente nog aanwezig: geloof en liefde!
Toch moest aan dit alles een "maar" worden toegevoegd, want dit geloof en deze liefde werden gekoppeld aan het aanwezige en geconstateerde kwaad van die dagen. Hier werden de meest ergerlijke dwalingen in de leer ingevoerd, alsof ze Goddelijke waarheden waren. De mensen waren zodoende in verbinding getreden met de duivel zelf!.


Vers 20:
"Maar Ik heb tegen u, dat gij de vrouw Izebel, die van zich zelf zegt een profetes te zijn, laat leren, en Mijn dienstknechten verleiden, dat ze hoereren en afgodenoffer eten."

De donkere Middeleeuwem
Hier worden wij herinnerd aan die donkere, goddeloze dagen van koning Achab, een koning van Israël, die zijn goddeloze vrouw blindelings volgde, nadat hij was gekomen onder haar invloed. Niet alleen misbruikte hij de koninklijke macht om de afgodendienst van Baal in Israël in te voeren, maar hij vervolgde bovendien allen, die zich aan de dienst van Jehova-God bleven wijden met een dodelijke en bloedige haat.
In deze Gemeente was er dus "een erkende macht" die met steeds groeiend en aanmatigend gezag de gruwelijkste dwalingen als waarheden introduceerde.
De Baal-dienst werd toentertijd in Israël ingevoerd, gepaard aan hoererij, overspel en het eten van allerlei afgodenoffers. Hierdoor werd hem, de duivel en satanas, alle macht in handen gegeven.


Een en ander doet ons denken aan de uitspraak van Paulus in zijn eerste brief aan de Korinthiers, hoofdstuk:10, de verzen 20 en 21
: "Ja, ik zeg dat hetgeen de heidenen offeren, zij de duivelen offeren en niet Gode. En ik wil niet, dat gij met de duivelen gemeenschap hebt. Gij kunt de drinkbeker des Heren niet drinken en de drinkbeker der duivelen; gij kunt niet deelachtig zijn de tafel des Heren en de tafel der duivelen."
Voorwaar, hier vinden wij de beschrijving van de Gemeente ten tijde van de "donkere Middeleeuwen"
.  Van alle kanten waren allerlei goddeloze mensen en allerlei dwaalleringen de Gemeente binnengedrongen, en zodoende ontstond een toestand, die het beste kon worden vergeleken met de boze dagen van Izebel.


De aanname van het Christendom door het Romeinse keizerrijk en het plaatsen van het kruis (eenmaal het symbool van smaad en schande) op de keizerlijke banieren, hadden de Gemeente van Jezus Christus generlei winst gebracht… Integendeel, dwaling en afgoderij werden niet alleen geduld, maar zelfs openlijk geleerd en geaccepteerd als stelsel.
Hoe heerlijk het getuigenis van de weinige getrouwen in deze Gemeente ook was, "Izebel" ging voort met haar vervolgingen en ten hemel schreiende goddeloosheden. Zelfs de gezegende Hervorming, die wij in de Kerkgeschiedenis zien optreden, vermocht niets tegen de dwalingen en goddeloosheid van die dagen.....


Vers 21:
"En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich zou bekeren van haar hoererij, en zij heeft zich niet bekeerd."


De Kerk van Rome

Wij zien door de eeuwen heen, dat, wat de Kerk van Rome in de Middeleeuwen was, zij dat thans nog is. In geen enkel opzicht heeft zij haar principes prijsgegeven, integendeel… deze zijn onder de verschillende pausen zelfs verscherpt. Indien de huidige omstandigheden zulks zouden veroorloven, zouden de ware gelovigen (in hun ogen niets anders dan verfoeilijke "ketters" ), ook nu even hevig worden vervolgd ! Hierom wordt dan ook het oordeel uitgesproken met de volgende bewoordingen:

Vers 22:
“Zie, Ik werp haar te bed, en die met haar overspel bedrijven, in grote verdrukking, zo zij zich niet bekeren van hun werken. En kinderen zal Ik door de dood ombrengen."


Valse cults

Willen wij de praktijken van het heidens-Christelijk Rome goed verstaan, zo moeten wij Izebels' dagen en daden goed bestuderen.
Wij, die geloven gelijkerwijs de Schrift het zegt, weten wat God denkt en zegt van alle dergelijke "valse cults en godsdiensten", die ook vandaag de dag worden gevonden... Wij weten van hun lot en bestemming overeenkomstig het raadsplan van God, dat zegt, dat alle soorten van mysticisme, spiritisme, spiritualisme en wat dies meer zij, alrede veroordeeld zijn. Wordt dit oordeel uitgesteld, het zal geen afstel van dit vonnis wezen! God zal komen tot Zijn recht! Halleluja! De Roomse Kerk zal haar oordeel niet ontgaan! Volhardend als zij is in haar goddeloosheid, zal het feilloos oordeel van God haar zeker treffen. De volgende woorden, toegevoegd aan de vorengaande, maken dat niets behoeft te worden misverstaan:


Vers 23:
"En al de Gemeenten zullen weten, dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoekt. En Ik zal ulieden geven een iegelijk naar uw werken".


Waldenzen en Albigenzen

De daden van de Heer zullen worden gezien en gekend door al de Gemeenten. Daar was echter nog een getrouw overblijfsel te midden van die grote afvalligheid… en dit is ook zo, want de Kerkgeschiedenis vertelt ons van de gelovige "Waldenzen en Albigenzen" in die verschrikkelijke dagen van weleer; die door de Roomse Kerk werden vervolgd, maar die zich desondanks vastklampten aan Christus en zich ver hielden van al de ongerechtigheden van Rome.


Vers 24:
"Doch Ik zeg tot ulieden en tot de anderen, die in Thyatira zijn, zo velen als er deze leer niet hebben en die de diepten des satans niet gekend hebben, gelijk zij zeggen: Ik zal u geen andere last opleggen".

Er waren in deze Gemeente anderen, die de leer van Thyatira niet hadden, die de diepten des satans (zijn listen en lagen) niet gekend hebben. 0ok tot deze zegt de Here: " Ik zal u geen andere last opleggen." Alhoewel de Here Zich dus verblijdt over hun afzondering van alle kwaad, zo wil Hij hun toch geen andere last opleggen. Het is blijkbaar, dat de Here verwachtte dat zij in die grote donkerte, waarin zij gedompeld waren,niet hetzelfde inzicht zouden kunnen hebben, als wanneer de omstandigheden anders en gunstig zouden zijn geweest. Derhalve zegt Hij tot hen alleen:


Vers 25:
"Maar hetgeen gij hebt, houdt dat tot dat Ik zal komen".


Pottenbakkersvaten

Er is generlei inzicht meer: De kandelaar kan niet meer op de voor haar bestemde plaats gezet worden. Er blijft niets anders over, dan het oog gericht te houden op 's Heren toekomst, die een einde zal maken aan alle ellende en zonde! De getrouwen zullen worden verlost en geleid in het Vaderhuis daarboven, terwijl alle Izebel-kinderen zullen worden omgebracht. Thans volgen de belofte gegeven aan de overwinnaars.


Vers 26-29:
"En wie overwint en wie Mijn werken tot het einde toe bewaart, Ik zal hem macht geven over de heidenen en hij zal ze hoeden met een ijzeren staf; zij zullen als pottenbakkersvaten vermorzeld worden, gelijk ook Ik van Mijn Vader ontvangen heb. En Ik zal hem de Morgenster geven. Wie oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt."

De Morgenster
Deze Gemeente, die de heiligen vervolgde, zocht buiten Christus de heerschappij en de genietingen van de haar omringende wereld. Alle macht en heerschappij zal haar echter uit handen geslagen worden; zij zal worden prijsgegeven aan het zeker komende oordeel van God. Hij vergist Zich nooit! Wanneer alle wereldse macht, als pottenbakkersvaten verbrijzeld zal zijn, zal het "heilig overblijfsel" de heerschappij en de heerlijkheid van Christus delen. Hun zal zelfs nog méér worden geschonken, want de Here spreekt hier ook van " de Morgenster". jezus is de "Blinkende Morgenster".
Als "De zon der gerechtigheid" zal Hij gekend worden in allen die geloofd hebben. De heiligen zullen in en bij Hem gezien worden door de wereld, want....
wanneer Hij zal geopenbaard worden, zullen wij met Hem worden geopenbaard in heerlijkheid. Amen.


De Morgenster wordt slechts gezien en gekend door hen, die hebben gewaakt, zo ook zullen slechts zij, die gedurende die donkere "nacht" als kinderen des lichts en des daags niet hebben geslapen, maar gewaakt, Jezus de "Blinkende Morgenster" zien en kennen.
Hij komt haast weder en zal ze alsdan tot Zich nemen en binnenbrengen in de heerlijkheid Zijns Vaders... Dit doet ons sterk denken aan de woorden van Jezus in:

 oh.17:24,"Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt ....”. Ja, daar is nog méér voor de getrouwe en waakzame dienstknecht. Luister maar:

Joh.14:2-3,   "Ik ga henen om u plaats te bereiden. En zo wanneer Ik henen zal gegaan zijn en u plaats zal bereid hebben, zo kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt waar Ik ben".

Glorie voor Jezus!
Laat ons daarom onze blik gericht blijven houden op die voor Christenen zo wonderschone en heerlijke toekomst en laat ons ons nu reeds verheugen op dat onuitsprekelijke genot, dat ons straks in en door Jezus Christus wacht... en waaraan nooit meer een eind komen zal. Amen.


Aantekening:

 Thyatira heeft
- als lofprijs: Liefde, geloof, lijdzaamheid, getrouwheid
- als veroordeling: Toelating van de valse profetes
- als titel voor Christus: Hij, Die ogen heeft als een vlam vuurs en voeten als koper.

 



 

Terug  ~ Omhoog  ~  Verder