0

Die is, Die was en Die komen zal
De "Openbaring"nader beschouwd


* Verborgen hoop ...
Lees verder

* Waarom de Openbaring werd gegeven
Lees verder

* De brieven aan de zeven gemeenten
Lees verder

* Efeze
Lees verder

* Smyrna
Lees verder

* Pergamus
Lees verder

* Thyatira
Lees verder

* Sardes
Lees verder

* Filadelfia
Lees verder

* Laodicea
Lees verder

* Nabeschouwung
Lees verder

* De troonsheerlijkheid van de Vader
Lees verder

* De heerlijkheid der verzoening door God de Zoon
Lees verder

* De zegels worden geopend.
Lees verder

* 1ste zegel
Lees verder

* 2de zegel
Lees verder

* 3de zegel
Lees verder

* 4de zegel
Lees verder

* 5de zegel
Lees verder

* 6de zegel
Lees verder

* 7de zegel
Lees verder

*De Goddelijke oogst voor en na de grote oordelen van God
Lees verder


* De bazuinen gaan klinken
Lees verder

* 1ste - 4de bazuin
Lees verder

* 5de bazuin
Lees verder

* 6de bazuin
Lees verder

* 7de bazuin
Lees verder

* De culminatie der demonische machten
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt  de wereld aangezegd
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt de wereld gegeven
Lees verder

* De openbaring van Gods grote verborgenheid
Lees verder

* De antichrist en zijn heerschappij
Lees verder

* Gods wegen in genade en gericht
Lees verder

* De zeven fiolen vol van de toorn van God
Lees verder

* De zeven fiolen van Gods toorn worden uitgegoten
Lees verder

* Gods oordeel over het grote Babylon als geestelijke macht
Lees verder

* Gods oordeel  over het grote Babylon als politieke en economische macht
Lees verder

* De inleiding tot het grote duizendjarig Rijk van Christus
Lees verder

* Aanvang en slot van het duizendjarig Vrederijk
Lees verder

* Taferelen uit Gods eeuwigheid en van het Nieuwe Jeruzalem
Lees verder

* Besluitend visioen en Jezus' laatste woorden
Lees verder




 

 

 

Home - Sitemap

 

De brief aan de gemeente te Pergamus 
Periode 312 n.Chr. tot 606 n.Chr.


 

De"hoererende" gemeente

Vers 12,
 "En schrijf aan de engel der Gemeente die in Pergamus is: Dit zegt Hij, Die het tweesnijdend scherp zwaard heeft "

De toestand van deze Gemeente is veel treuriger dan die van de vorige Gemeenten! Vandaar de aanhef. De Here Jezus Christus vertoont Zich hier in een gans ander karakter! Hier verschijnt Hij als de Rechter, Die het tweesnijdend scherp zwaard, Gods Woord, hanteert om gedachten en gevoelens en gezindheden te oordelen. De "hoererende Gemeente" is de Christelijke Kerk, die vanaf ongeveer 312 n.Chr. tot 606 n.Chr. VALSE leerstellingen heeft toegelaten en omhelsd. Deze hierna nader te duiden "valse leerstellingen" heeft God altijd veroordeeld.... Het hoeft ons niet te verwonderen, dat de Here hier verder zegt;


Vers 13a,
"Ik weet uw werken en waar gij woont, namelijk waar de troon des satans is."

Deze woorden tonen duidelijk aan, dat de Gemeente de plaats verlaten heeft, die haar Here en Hoofd haar heeft aangewezen, en dat zij zich, nu vereenzelvigd heeft met de wereld! Deze wereld is nu nog het domein van satan, want hij is "de overste der wereld". In deze geestelijke woestijn... die de wereld is, heeft satan zijn troon! En in plaats van vervolgd te worden door deze boze wereld, heeft de Gemeente van Pergamus in diezelfde wereld haar "rustplaats" gevonden en zelfs in zo'n mate, dat van haar wordt gezegd, dat zij daar WOONT!

Pergamus was toentertijd de politieke hoofdstad van de provincie, alwaar de keizerlijke aanbidding tot grote hoogte werd opgevoerd. Zo zelfs, dat voor het standbeeld van de keizer reukoffers werden gebracht, alsof men aan God ging reukofferen! De Christenen, die dit weigerden te doen, werden dan in staat van beschuldiging gesteld, omdat zij geacht werden de keizer niet goed gezind te zijn en niet zelden werden zij dan terechtgesteld.

 Ook bevond zich te Pergamus het grote altaar van de (af)god Jupiter. Hierdoor werd Pergamus als vanzelf het centrum van alle mogelijke heidense boosheden. Satan, de god van deze wereld en de vorst van de machten der lucht, is de bron van alle corruptie, van alle bederf; het doet niets ter zake in welke vorm en/of gedaante deze wordt gevonden. Wat satan doet, wordt ons zo duidelik geschilderdin: 

2Kor.4:4,
"In welke (dit zijn degenen die verloren gaan) de God dezer eeuw de zinnen verblind heeft, namelijk der ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het Beeld Gods is."
Laten wij in dit verband ook Joh.14:30 en 16:11 onderzoeken.

Joh.14:30, "Ik zal niet veel meer met u spreken, want de overste dezer wereld komt en heeft aan MIJ niets."
Joh.16:11,
 "De Geest van God zal de wereld overtuigen van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is."  
Toch kon de Here Jezus Christus nog als volgt spreken:

Vers 13b,
"Gij houdt Mijn Naam en hebt Mijn geloof niet verloochend, ook in die dagen, in welke Antipas Mijn trouwe getuige was, welke gedood is bij u lieden waar de satan woont ."

Ondanks zij hun ziel moesten kwellen vanwege het vele goddeloze, dat in hun midden gevonden werd, zo waren zij noch van het geloof, noch van Christus afgevallen, zij hielden beide: èn de Naam des Heren èn het geloof nog steeds vast. In die dagen van grote goddeloosheid was Antipas "de getrouwe getuige". Hij zal in het licht van al het vorengaande wel hebben behoord tot degenen, die geweigerd hebben de keizer te aanbidden.
Voor deze weigering werd hij toen ter dood gebracht; maar zijn heldhaftig martelaarschap gaf de Gemeente een goede naam. Daar waren echter in de Gemeente in Pergamus twee verschrikkelijke kwade dingen:  1. de Leer van Bileam en 2. de Leer der Nicolaieten.


Vers 14-15,
"
Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat gij aldaar hebt, die de lering van Bileam houden die Balak leerde de kinderen Israëls een aanstoot voor te werpen, opdat zij zouden afgoden offeren en hoereren. Alzo hebt ook gij, die de lering der Nicolaieten houden, hetwelk Ik haat."

De eerste lering kwam neer op eten van afgodenoffer en hoereren! De tweede liet overspel en ontucht in de Gemeente toe! In beide gevallen komt het neer op dat, door God zo gans en al veroordeelde compromis. Van Bileams zonde kunnen wij lezen in het boek Numeri, de hoofdstukken 24,25 en 31. En wanneer wij een en ander vergelijken met hetgeen geschreven staat in 2 Petr. 2:12-15 en Judas 11, zo zal ons het totale beeld van dit kwaad nog duidelijker worden.


2 Petr. 2:12-15
"Maar dezen (als onredelijke dieren die de natuur volgen en voortgebracht zijn om gevangen en gedood te worden), dewijl zij lasteren hetgeen zij niet verstaan,.. zullen in hun verdorvenheid verdorven worden en zullen verkrijgen het loon der ongerechtigheid, als die de dagelijkse weelde hun vermaak achten, zijnde vlekken en smetten en zijn weelderig in hun bedriegerijen, als zij in de maaltijden met u zijn; hebbende de ogen vol overspel en die niet ophouden met zondigen, verlokkende de onvaste zielen, hebbende het hart geoefend in gierigheid, kinderen der vervloeking, die de rechte weg verlaten hebbende, zijn verdwaald en volgen de weg van Bileam, de zoon Bosor, die het loon der ongerechtigheid liefgehad heeft;"

Judas 11,
  "Wee hun, want zij zijn de weg van Kain ingegaan en door de verleiding van het loon van Bileam zijn zij inenengestort en zijn door de tegenspreking van Korach vergaan."
De hier genoemde valse leringen vermengden heidense gebruiken met de Christelijke uitleving van het Evangelie van het Koninkrijk. Ontoelaatbare praktijken werden, ter verzadiging van de begeerlijkheden van het vlees, gehandhaafd. En wij behoeven heus niet alleen te denken aan hoererijen en overspelen in de letterlijke zin van het woord. De Bijbel leert ons, dat er zowel een "besmetting des vlezes" is, als "een besmetting des geestes".


2 Kor.7:1,
 "Dewijl wij dan deze beloften hebben, geliefden, laat ons onszelf reinigen van alle besmetting des vlezes en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreze Gods."


Het begin van de Rooms-Katholieke leerstellingen
In beide gevallen zijn de bedrijvers veroordeeld. Daar is in Gods ogen absoluut geen verschil. Zonde is bij God zonde! Zowel het
Babylonisme als het Nicolaietisme vormden het begin van de Rooms-Katholieke  leerstellingen: een  waar mengsel van Kerk en wereld, met al wat daaraan noodwendig vastzit. De weg lijkt recht, maar het einde ervan is de dood. Wat in Efeze als "daden" gekend werd, was in Pergamus uitgegroeid tot leerstelling.... De satan, die in Smyrna "vervolger" was, werd in Pergamus aangetroffen als "verleider". Vermenging van kerk en wereld is satanisch, in welke vorm of gedaante ook. Zo vroeger, zó nu!

Organisatie brengen in het organisme van de Gemeente, als het Levende Lichaam  van Christus, is evenzo satanisch. Het is hetzelfde gif in een meer aannemelijke vorm. Genade werd gebruikt, beter gezegd "misbruikt", en dit is heden ten dage evenzo, als een "dekmantel" van boosheid en van zonde. Wij zien zoals gezegd in deze laatste dagen een herhaling van dezelfde zonde: velen dragen de Naam van Christus, nemen deel aan Christelijke voorrechten, maar leven tegelijkertijd in de zonde en dienen de wereld.

De Kerkgeschiedenis verhaalt, dat in de 4e eeuw n.Chr. een dergelijke profetische voorstelling van zaken werd gekend in de Gemeente. De vervolgingen hadden een einde genomen. Toch was het doel niet bereikt
.   In plaats van terug te keren tot de eerste werken en de oude beproefde paden te betreden, dwaalde de Gemeente nog verder af van de Bron van alle Waarheid, waardoor zij haar aparte, uitzonderlijke plaats van afzondering en gescheiden zijn van de wereld niet kon bewaren. Satan veranderde nu van tactiek.. en let nu op, wat voor kwaad er werd gebrouwen.

Eerst werd de Gemeente door de wereld in een voortgezette vijandschap ver van zich gestoten en werd de eerste op allerlei mogelijke manieren en met alle beschikbare middelen vervolgd.... Thans kwam het naar martelaarsbloed dorstende zwaard der vervolging in de schede tot rust en trachtte de duivel langs andere wegen en op een andere manier, de Gemeente ten val te brengen. Wat ontzettende gruwelen niet konden bewerkstelligen, werd gepoogd te bereiken langs de weg van strelen en vleien. De leeuw hield op met briesen en brullen en het zachte sissen van de "Oude slang" kwam er voor in de plaats. Wat bloedige vervolgingen met orkaankracht niet teweeg konden brengen, werd nu bewerkstelligd door de altijd verblindende glans van "uitwendige" rust en vrede.

De geschiedenis geeft ons door, dat de toenmalige Romeinse keizer Constantijn, in 311 n.Chr. overging tot het Christendom, echter onder de voorwaarde, dat hij pas gedoopt zou worden aan het eind van zijn leven,.... Hierdoor meende hij alsdan te zullen worden reingewassen van al de zonden begaan gedurende zijn ganse leven.
0, wat was de Gemeente gevleid met deze toetreding (?), en met welke eerbewijzen werd de Gemeente begiftigd! Het door de duivel beoogde doel was spoedig daar: de Gemeente vergat zichzelf "onbesmet" te bewaren van de wereld. Langzaam maar zeker zetelde er iets in haar midden, dat alle overeenkomsten had met "trouweloosheid" en "verraad."

De wereld was binnengeslopen en nam de overhand; de Gemeente verloor haar eenvoudigheid en geestelijk karakter...
Dit laatste zo zeer, dat zij zich geheel en al stelde onder bescherming van de macht van de staat, waardoor deze algehele bemoeienis kreeg in kerkelijke aangelegenheden, en zodoende alles kon regelen naar wereldse zin!
Helaas! wij zien dezelfde dingen gebeuren in deze laatste dagen van een in alle opzichten verdorven eeuw! Mensen worden ook thans liefhebbers van zichzelf instede van liefhebbers van God. Menselijke opvattingen, meningen en inzichten worden verheven boven Goddelijke inzettingen en Bijbelse waarheden! Menselijke organisatie wordt gesteld in de plaats van het Goddelijk organisme!

Alles wordt in Evangelie en Kerk verwerkt met het grootste raffinement; het kwaad wordt bedektelijk, gecamoufleerd ingevoerd..,....
Ook in deze dagen tellen wij dienstknechten van satan in de gelederen der Christenen; het zijn verscheurende wolven, gehuld in schaapsvacht. Geen wonder, dat de Gemeente toentertijd, maar ook in onze dagen, krachteloos (dit is: zonder de drijvende kracht van de Heilige Geest
), geworden is.

Vanwege vele en velerlei dwalingen in haar midden, werd en is haar getuigenis van nul en gener waarde geworden!
Uiterlijk mogelijk toegenomen in aanzien en macht, had en heeft zij haar inwendige schoonheid verloren. Haar afdwalingen van de waarheid en eenvoud, die er alléén in Christus zijn, was zo groot, dat zij voor overwinning hield, wat niets anders was dan schande en oneer. Ook thans wordt deze goddeloze vermenging zowel individueel, dit is: in de Christen, als collectief, dit is: in gemeentelijk verband, gevonden. De praktijk laat ons voorbeelden te over zien.  Wie zal dit durven loochenen? Daarom is het niet te verwonderen, dat op het constateren van die tweevoudige zonden, genoemd in de verzen 14 en 15a, moest volgen: "Hetwelk Ik haat " (vers 15b). De Bijbel leert ons, dat het oordeel van God begint bij het huis Gods.

1 Petr.4:17-18, “Want het is de tijd, dat het oordeel begint bij het huis Gods, en indien het eerst bij ons begint, welk zal het einde zijn dergenen die het Evangelie ongehoorzaam zijn? En indien de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal de goddeloze en zondaar verschijnen?" Op de positieve uitspraak van de Here: "Hetwelk Ik haat!" volgt  wederom de roep tot bekeri
mg.


Vers 16,
"Bekeer u en zo niet, Ik zal welhaast bij u komen en zal tegen hen krijg voeren met het zwaard Mijns monds.
"

Met andere woorden: Keert terug van uw hoereren met de wereld, geeft haar gemeenschap prijs! Houdt u afzijdig...en zondert u geheel en al van haar af. Doet u dat niet,... dan komt onherroepelijk het oordeel!  In plaats dat hier geschreven staat: "Ik zal tegen u krijg voeren", staat er: "Ik zal tegen hen krijg voeren." De Here zal namelijk Zelf de strijd aanbinden tegen de`verleiders, zij die de Gemeente besmeurd hebben met hun veelvuldige ongerechtigheden. Hoe weinig getrouwen ook overgebleven zijn, toch denkt de Here Jezus Christus aan dezen nog met onveranderlijke liefde!

     Zo was het "zuurdesem" al begonnen om het gehele deeg te doorzuren, de harten der mensen werden reeds voorbereid voor de komende Middeleeuwen, waarin de Gemeente zou komen te verkeren… De weg werd door alle duivelse werkingen reeds voorbereid om de komende paus, als zichtbaar hoofd en zogenaamde "plaatsbekleder van Christus op aarde (!) de plaats te doen innemen van het hemelse Hoofd.
Het is echter de aanwezigheid der getrouwen, die maakt, dat de Here Jezus Christus Zijn blik nog gevestigd houdt op de Zijnen, en waardoor Hij bewogen wordt om hen toe te spreken met:


Vers 17,
"Wie oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeente zegt. Wie overwint, Ik zal hem geven te eten van het manna dat verborgen is en Ik zal hem geven een witte keursteen, en op de keursteen een nieuwe naam geschreven... welke niemand kent, dan die hem ontvangt."

Hier worden de overwinnaars wondervolle dingen aangeboden,
1.Het verborgen Manna,
2. Een witte keursteen,
3. Een nieuwe naam.

Zoals het karakter is van Hem, Die Zich aan deze Gemeente openbaart, evenzo is ook de belofte, die Hij doet, geheel in overeenstemming met de conditie van deze Gemeente. Dit "verborgen Manna" is het Woord van de levende God, dat door de Heilige Geest is levend gemaakt; terwijl dit levende Woord niemand anders is dan Christus Zelf.
Joh.6:49-51,
 "Uw vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn en zij zijn gestorven. Dit is het Brood, Dat uit de hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete en niet sterve. Ik ben dat levende Brood, Dat uit de hemel nedergedaald is, zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het brood, dat Ik hem geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld."

Evenals hier gesproken wordt van
"verborgen" Manna....(in tegenstelling met het manna, dat uit de hemel viel als voedsel voor Gods volk, een voedsel dat dagelijks moest worden verzameld gedurende de woestijnreis, zo wil de Here in de heerlijkheid van dat verborgen Manna – (vooraf geschaduwd door dat manna, dat zich bevond in de gouden pot, verborgen in de Arke des Verbonds ten tijde dat Israël God nog diende)  - de verborgen Christus is voor  de overwinnaars, opdat dezen hun eeuwige en zaligmakende gemeenschap alleen zouden zoeken en vinden in  "DE VERMAKINGEN IN CHRISTUS, Die Zich om hunnentwille zo diep vernederde.
Het is Gods wil, dat wij door deze wonderheerlijke gemeenschap niet alleen ons de smartvolle weg èn bediening èn overwinning van Christus zouden herinneren, maar ook door deze INNERLIJKE GEMEENSCHAP DES GEESTES zouden komen tot DEZELFDE ERVARINGEN!


De witte keursteen
 
De "witte keursteen" is naar onze bescheiden mening het teken en het bewijs van de VRIJSPRAAK uitgesproken door de hemelse Justitie èn van de GOEDKEURING van de Here inzake onze Gerechtigheid Gods, terwijl "de nieuwe naam", die door niemand anders wordt gekend dan alléén door degenen, die hem ontvangen, de BIJZONDERE BETREKKING TOT CHRISTUS uitdrukt, waarin de overwinnaars zullen staan, en zich verblijden tot in eeuwigheid.

Zoals de ontelbare scharen gevormd door alle rechtvaardigen in de hemel zullen deelhebben aan de hemelse vreugde en blijdschap, aan lofzang en aanbidding, ieder op zijn eigen bijzondere wijze, even zo geniet als een voorsmaak een ieder gelovige hier op aarde in de vervulling met de Heilige Geest zijn bijzondere gemeenschap met Christus, gepaard met en gekend in een bijzondere blijdschap van de ziel.
De vreugden van de een zullen nimmer worden gekend en gesmaakt door de ander. Een ieder geniet ze op een persoonlijke wijze. Zo ontvangt iedere overwinnaar een nieuwe naam, die enkel door de ontvanger gekend wordt. Voor een andere overwinnaar is er weer een andere, nieuwe naam, maar daar zal er één zijn, die allen gelijkelijk deelachtig zullen worden: de Naam van onze
Here Jezus Christus. .Amen.

Het is altijd het alleenrecht van God geweest om de namen van Zijn kinderen te veranderen. Hij deed dit met Abram en Sarai (Gen. 17:5-15). Hij noemde hen Abraham en Sarah. Hij gaf de namen Isaak en Jezus en veranderde die van Simon en Saul en van andere discipelen. Het zou ons te ver voeren om hier nog dieper op in te gaan. Alleen nog dit... dat de Bruidsgemeente van de Here straks de Naam van haar Bruidegom zal aanvaarden.

Openb.14:1,
 "En ik zag en zie, het Lam staande op de berg Sion en met Hem honderd vier en veertig duizend, hebbende de Naam Zijns Vaders geschreven aan hun voorhoofden."
Als zoiets in het natuurlijke reeds een voldongen feit is, hoe veel te meer is dit in het geestelijke. Welk een onuitsprekelijk en gezegend vooruitzicht!
 Laten wij in dit zelfde verband ook onderzoeken, wat geschreven staat in:  

Openbaring 19:7-10,  " Laat ons blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen en Zijn vrouw heeft zichzelf bereid. En haar is gegeven, dat zij bekleed worde met rein en blinkend fijn lijnwaad, want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen. En hij zeide tot mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de Bruiloft des Lams. En Hij Zeide tot mi: "Deze zijn de waarachtige woorden Gods.  En ik viel neder voor zijn voeten om hem te aanbidden, en hij zeide tot mij: zie dat gij dat niet doet; ik ben uw mede dienstknecht en van uw broederen, die de getuigenis van Jezus hebben, aanbid God. Want de getuigenis van Jezus is de geest der profetie."


Aantekening:

Pergamus heeft
- als lofprijs: Gij houdt Mijn Naam, en Gij hebt Mijn geloof niet verloochend
.
- als veroordeling: de twee
eerder genoemde valse leerstellingen.
- als titel voor Christus:
Hij, Die het tweesnijdend scherp zwaard heeft.

 

 


 

Terug  ~ Omhoog  ~  Verder