Die is, Die was en Die komen zal
De "Openbaring"nader beschouwd


* Verborgen hoop ...
Lees verder

* Waarom de Openbaring werd gegeven
Lees verder

* De brieven aan de zeven gemeenten
Lees verder

* Efeze
Lees verder

* Smyrna
Lees verder

* Pergamus
Lees verder

* Thyatira
Lees verder

* Sardes
Lees verder

* Filadelfia
Lees verder

* Laodicea
Lees verder

* Nabeschouwung
Lees verder

* De troonsheerlijkheid van de Vader
Lees verder

* De heerlijkheid der verzoening door God de Zoon
Lees verder

* De zegels worden geopend.
Lees verder

* 1ste zegel
Lees verder

* 2de zegel
Lees verder

* 3de zegel
Lees verder

* 4de zegel
Lees verder

* 5de zegel
Lees verder

* 6de zegel
Lees verder

* 7de zegel
Lees verder

*De Goddelijke oogst voor en na de grote oordelen van God
Lees verder

* De bazuinen gaan klinken
Lees verder

* 1ste - 4de bazuin
Lees verder

* 5de bazuin
Lees verder

* 6de bazuin
Lees verder

* 7de bazuin
Lees verder

* De culminatie der demonische machten
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt  de wereld aangezegd
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt de wereld gegeven
Lees verder

* De openbaring van Gods grote verborgenheid
Lees verder

* De antichrist en zijn heerschappij
Lees verder

* Gods wegen in genade en gericht
Lees verder

* De zeven fiolen vol van de toorn van God
Lees verder

* De zeven fiolen van Gods toorn worden uitgegoten
Lees verder

* Gods oordeel over het grote Babylon als geestelijke macht
Lees verder

* Gods oordeel  over het grote Babylon als politieke en economische macht
Lees verder

* De inleiding tot het grote duizendjarig Rijk van Christus
Lees verder

* Aanvang en slot van het duizendjarig Vrederijk
Lees verder

* Taferelen uit Gods eeuwigheid en van het Nieuwe Jeruzalem
Lees verder

* Besluitend visioen en Jezus' laatste woorden
Lees verder




 

 

 

Home - Sitemap

 

De brief aan de gemeente te Laodicea
 Periode 1750 tot 1900


 

De "moderne" gemeente 

Was de periode van de Filadelfia-Gemeente
profetisch gezien, die van "de loyale, liefdevolle Gemeente van 1750 tot 1900, de laatste periode van de kerkgeschiedenis, die van 1900 tot het tijdperk van de Grote Verdrukking, is die van "moderne" gemeente.
Deze Gemeente wordt ons in de 7e brief beschreven;
het is de brief aan de Gemeente te Laodicéa. In dit laatste tijds bestek hebben wij te maken met de afvallig kerk  
Wij zagen in in Thyatira het "Romanisme" met al haar dwalingen, gruwelen en wreedheden; de Roomse kerk van h
eden heeft zich in geen enkel opzicht bekeerd van haar afgodische wegen, maar is in haar Christelijk-heidendom blijven staan. Het door de Here in Thyatira aangekondigde oordeel is hierom ook iets, dat nu nog komen moe
t.


De Kerkperiode van Thyatira heeft zich ook gedurende de "Filadelfia-periode" voort gezet en culmineert zich in de "Laodicéa-periode", terwijl
er in deze slotperiode ook "Filadelfia-gelovigen" zijn, ware gelovigen, die afgezonderd van de massa der belijders, blijven leven in de verwachting van 's Heren wederkomst.
Ook de Sardes-Gemeente zette zich in de "Filade
lfia-periode" voort en geraakte uiteindelijk in de verschrikkelijke toestand, die wij hier in Laodicéa zullen aantreffen en bespreken. Deze onderscheiden kerkperioden "overlappen elkaar profetisch." Laten wij nu even stilstaan bij de verschillende feiten en onze aandacht sterk bepalen bij "het karakter van deze brief."


Vers 14,

 "En schrijf aan de engel van de Gemeente van de Laodicenzen: Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige Getuige, het Begin der Schepping Gods."

Het is
dit Wezen van God, Zijn Goddelijke Eigenschappen, die door Laodicéa worden geloochend. Hoe bedorven alles in de Gemeente ook is, hoe groot de afdwalingen ook in Christus zien en vinden wij te allen tijde die reine, zondeloze, onuitputtelijke en Goddelijke volheid, die in feite in en door de Gemeente  moet worden gopenbaard! Jezus is en blijft "de Amen"  dit is: "De bevestiging en de eind vervulling" van alle beloften Gods, altijd en overal, ook al is er geen belijdenis meer te vinden.
Evenzo is Hij ook "
De onwankelbare getuige", dit wil zeggen, dat Hij is en blijft " De openbaarder van alles", ook al  kent de Gemeente geen getuigenis meer tot eer en verheerijking van Zijn Naam.
Hij, de Here Jezus Christus, is "het Begin der Schepping Gods", der Nieuwe Schepping; daarvandaan, dat Laodicéa verantwoordelijk wordt gesteld, omdat alles hier de gedaante heeft van de oude schepping ...


Vers 15:16,
"Il weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och of gij koud waart of heet. "Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.".

De
Laodicenzen zijn"naambelijders", nergens is hier iets  te vinden van "het nieuwe" in de mens; nergens... de openbaring van "de kracht" deszelve door de Heilige Geest.  Hoeveel te groter is dan de aanklacht, indien wij bedenken, dat er van onwetendheid absoluut geen sprake is. Alle hier gevonden grove en ergerlijke tekortkomingen bestaan veel meer uit lauwheid en onverschilligheid, gepaard aan eigenwaan en verregaande aanmatiging.

God kan "onwetendheid" nog pardonneren, maar gewilde "onverschilligheid en lauwheid" kunnen niet worden geduld, daarom zullen dezen uit Zijn mond gespuwd worden. Deze bijzonder sterke uitdrukking door Christus gebezigd, klinkt des te onheilspellender, des te verpletterender, daar zij komt van de 'lippen van die Ene, Die een schier oneindig geduld, liefde, genade en lankmoedigheid aan de dag legt.
Lauwheid is het ergste, dat de Here Jezus kent!

Hoe geheel anders denken wij mensen, en hoe verschillend zijn onze wegen van die van God. Wij zouden een veel harder oordeel vellen over de Gemeente te Thyatira dan over die te Laodicéa. Maar voor de Here Jezus Christus is de geestelijke conditie van Laodicéa de slechtste en alzo het meest te veroordelen.


Vers 17,
“: Want gij zegt: il ben rijk en verrijkt geworden en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig en jammerlijk, en arm en blind en naakt".

Zo groot is haar geestelijke verblinding, dat zij zich nog beroemt in het bezit te zijn van
al de schatten van kennis em wetenschap.
Zij verheft zich en is trots, dat zij over de gehele aarde de Naam van God heeft bekend gemaakt, en dat zij ... macht en aanzien heeft weten te vermeerderen, al is het dan ten koste van een doof geworden geweten en van een hart, dat opgehouden heeft te kloppen voor de aanbiddelijke persoonlijkheid van Jezus Christus als Bruidegom en Here.
Is deze Gemeente lauw, zelfvoldaan, dubbelhartig,formeel, onverschillig, afgedwaald, eigenwillig, eigenrechtig, , WERELDS, geestelijk vlind, toch klinkt tot hen Jezus' liefdevolle stem:


Vers 18,
"Ik raad u, dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden ; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden en .. de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde, en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt."

Welk een tedere boodschap, vol van barmhartigheid! En dat aan ellendige, jammerlijke, arme, blinde en naakte Laodicenzen, die op geen andere manier kunnen worden toegesproken, dan zoals wij het hier lezen, als
onbekeerde zondaars! Hun ontbreekt werkelijk alles, wat te vinden is in harten en levens van ware Christenen.  Wie toch kan ooit rijk zijn zonder het goud, dat in het vuur beproefd is, dit is: zonder Gods Woord, zonder geloof, zonder  de Heilige Geest! Dat wij in dit verband nu ook onderzoeken en vergelijken Psalm19:8-15, Jakobus 2:5, Hand. 3:1-10.0


Welke mens wordt door God als bekleed gezien?
Immers alleen
hij, die Zijn "witte kleed" aan heeft, het Bruiloftskleed van Gods gerechtigheid, dat hem wordt geschonken in en door de Heilige Geest; Gods liefde, dat hem in het hart wordt uitgestort! Om dit nog beter te verstaan, moeten wij Openb.7:14, 19:9; Efeze 5:23-33 en het Hooglied van Salomo 4:7 tezamen in het verband bestuderen.
En wie heeft geopende ogen zonder de hier bedoelde ogenzalf, dit is:
zonder het door de Heilige Geest gezalfde Woord.  Bestudeert in dit verband de volgende Schriftplaatsen: Psalm 119:130; Joh.14:26; 16:13.
Wanneer wij dan verder lezen, dat dit alles de Gemeente te Laodicéa wordt aangeboden, dan stijgt het schaamrood naar de wangen, als hieraan wordt toegevoegd:


Vers 19,
"Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig en bekeer u."


Maar er wordt NIET naar de Stem des Heren geluisterd , en daarom werd het oordeel al eerder uitgesproken: "
Ik zal u uit Mijn mond spuwen..."
Laat ons letten op het volgende: Hoewel de Here Jezus ook deze Gemeente oproept om zich te bekeren, staat
Hij hier BUITEN DE DEUR! Hij bevindt Zich er buiten, want Hij staat vóór de deur:


Vers 20, .
 
"Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij."

Hoe verschrikkelijk! Een Gemeente die zichzelf noemt naar de Naam van Christus, maar Christus
buiten de deur laat staan! Het Hoofd moet in Zijn eigen gemeente  (Zijn Lichaam) vragen om  binnengelaten te worden!
Aldus is het
karakter van de Christenheid in deze  laatste dagen. Wat hier wordt getuigd, kan - Gode zij dank - nog niet gezegd worden van de huidige Gemeente als een totaliteit. Toch is de geschetste toestand reeds aanwezig.... Door Gods genade zijn er nog waarachtige "Lidmaten van het Lichaam". Naarmate het einde naderbij komt, verscherpt deze toestand, en in de profetische beschrijving duurt deze voort tot de tijd van de Grote Verdrukking...


Daar is een vermaning, die geldt voor het ganse Christendom door alle eeuwen. Met welke goede bedoelingen ook gegeven, toch is zij zonder uitwerking gebleven. Wij kunnen deze vermaning vinden in
Rom.11:22.

"Zie dan de goedertierenheid en de gestrengheid Gods: de gestrengheid wel over degenen, die gevallen zijn, maar de goedertierenheid over u, indien gij in de goedertierenheid blijft; anders zult ook gij afgehouwen worden."
Welnu, de GEMEENTE ALS GEHEEL heeft inderdaad niet volhard in deze goedertierenheid van God.


Vers 21-22,
 "Wie overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten op Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb en ben gezeten met Mijn Vader op Zijn troon. Wie oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt."

Niettegenstaande de abominabele, miserabele toestand, toch nog een dergelijke belofte, die ons spreekt van "heersen met Christus". (Let op de "troon positie!").
0, liefde van God, oneindig groot en teer! Het is zo geheel in overeenstemming met de toestand van degene,
die overwint!
De Heiland staat buiten de deur, staat eveneens aan de andere kant gereed,
om de ontrouwen en lauwen "uit Zijn mond te spuwen." Toch klopt Hij, of er misschien nog iemand is, die Hem wil en zal opendoen   Hij zal binnenkomen om met hem gemeenschap te hebben en hem  deel te doen heben aan Zijn heerschappij.  Wanneer de Here Jezus Christus straks wederkomt in de heerlijkheid Zijns Vaders met grote kracht en op de wolken des hemels, dan zullen zeer zeker deze overwinnaars met Hem regeren.... 1000 lange jaren, gedurende het Millennium (Oppnb. 20: 4 en 6).... Halleluja!

Aantekening:
Laodicea heeft
- als
lofprijs: geen.
- als
veroordelimg Lauw, arm, blind, naakt,en miserabel.
- als
titel voor Christus: De Amen, de Getrouwe en Waarachtige  Getuige.

 


 

Terug  ~ Omhoog  ~  Verder