Die is, Die was en Die komen zal
De "Openbaring"nader beschouwd


* Verborgen hoop ...
Lees verder

* Waarom de Openbaring werd gegeven
Lees verder

* De brieven aan de zeven gemeenten
Lees verder

* Efeze
Lees verder

* Smyrna
Lees verder

* Pergamus
Lees verder

* Thyatira
Lees verder

* Sardes
Lees verder

* Filadelfia
Lees verder

* Laodicea
Lees verder

* Nabeschouwung
Lees verder

* De troonsheerlijkheid van de Vader
Lees verder

* De heerlijkheid der verzoening door God de Zoon
Lees verder

* De zegels worden geopend.
Lees verder

* 1ste zegel
Lees verder

* 2de zegel
Lees verder

* 3de zegel
Lees verder

* 4de zegel
Lees verder

* 5de zegel
Lees verder

* 6de zegel
Lees verder

* 7de zegel
Lees verder

*De Goddelijke oogst voor en na de grote oordelen van God
Lees verder

* De bazuinen gaan klinken
Lees verder

* 1ste - 4de bazuin
Lees verder

* 5de bazuin
Lee verder

* 6de bazuin
Lees verder

* 7de bazuin
Lees verder

* De culminatie der demonische machten
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt  de wereld aangezegd
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt de wereld gegeven
Lees verder

* De openbaring van Gods grote verborgenheid
Lees verder

* De antichrist en zijn heerschappij
Lees verder

* Gods wegen in genade en gericht
Lees verder

* De zeven fiolen vol van de toorn van God
Lees verder

* De zeven fiolen van Gods toorn worden uitgegoten
Lees verder

* Gods oordeel over het grote Babylon als geestelijke macht
Lees verder

* Gods oordeel  over het grote Babylon als politieke en economische macht
Lees verder

* De inleiding tot het grote duizendjarig Rijk van Christus
Lees verder

* Aanvang en slot van het duizendjarig Vrederijk
Lees verder

* Taferelen uit Gods eeuwigheid en van het Nieuwe Jeruzalem
Lees verder

* Besluitend visioen en Jezus' laatste woorden
Lees verder




 

 

 

Home - Sitemap

 

De Goddelijke oogst voor en na de grote oordelen van God 
De vier winden worden vastgehouden


 

Natuurrampen

De inhoud van het zevende hoofdstuk van het Boek Openbaring moeten wij zien als een "voortzetting" van de gebeurtenissen, die onder de opening van het zesde zegel zullen verlopen, dus die van de universele natuurcatastrofen. Op grond hiervan wordt de inhoud van dit zevende hoofdstuk afgewikkeld in dezelfde tijdsperiode.

  vers 1,
"En na dezen zag ik vier engelen staan op de vier hoeken der aarde, houdende de vier winden der aarde, opdat geen wind zou waaien op de aarde, noch op de zee, noch tegen enige boom".

De vier winden, die door de vier engelen worden vastgehouden, spreken ons van de oordelen van God, die voor de aarde zijn bestemd.
Hebben biologische onderzoekingen de mens geleerd, dat zonder winden (luchtstromingen) alle plantengroei niet alleen stagneert, maar dat de plantenwereld hierdoor langzaam aan daardoor verdort, om zo tenslotte te verschroeien. Ook deze "winden" zullen alle leven, dat onder Gods oordeel staat, verdorren en verschroeien.

Als in Openbaring 8:1-11 het zevende zegel geopend wordt, gaan Gods oordelen over de ganse aarde, over de zeeën en bomen.  Zonder twijfel hebben wij alsdan te maken met het loslaten van die vier winden uit Openb. 7:1, dus ná de verzegeling van die 144.000.
Dit zijn dezelfde vier winden, waar Daniël het over had in Dan.7;2-3. "Daniël antwoordde en zeide: Ik zag in mijn gezicht bij nacht, en ziet de vier winden des hemels braken voort op de grote zee. En er klommen vier grote dieren op uit de zee, het ene van het andere verscheiden".


De vier winden 

Deze "vier winden" zijn dus al meerdere malen over de mensheid losgelaten met wereldomvattende weeën als gevolg..  In deze eindtijd, met de opening van het zevende zegel, zullen zij het verschrikkelijke, besluitende arbeid doen.
Dan zullen de demonische en antichristelijke machten en krachten dusdanig in en over de mensheid stormen, dat zij deze mensheid rijp zullen maken voor het wereldslottoneel van de heerschappij van de antichrist.

Openbaring 7 mag dan ook gedeeltelijk worden aangemerkt als de "vooravond" van de opening van het zevende zegel. Een gebeurtenis van de hoogste orde zal dan plaatsvinden. Het zevende zegel zal niet kunnen worden geopend voor de verzegeling van de 144.000 heeft plaatsgevonden. Deze verzegeling wordt toegediend door "een andere engel opkomende van de opgang der zon".


De 144.000 verzegelden
Vers 2-3,
"En ik zag een andere Engel opkomen van de opgang der zon, hebbende het zegel des levenden God: en Hij riep met een grote stem tot de vier engelen, welke macht gegeven was de aarde en de zee te beschadigen, zeggende: Beschadigt de aarde niet, noch de zee, noch de bomen, totdat wij de dienstknechten onzes Gods zullen verzegeld hebben aan hun voorhoofden".

Deze "andere Engel, Die van de opgang der zon komt, Die het zegel van de levende God heeft en Die de 4 engelen beveelt de aarde niet te beschadigen, noch de zee noch de bomen, totdat de verzegeling van Gods dienstknechten een feit is, is niemand anders dan de Here Jezus Christus! Hij is door alle eeuwen heen Degene, Die het zegel van God heeft, en Hij alléén kan verzegelen. Deze "verzegelden" worden alsdan in Openb. .14:3 de "gekochten".

God zal alles weren, wat deze verzegeling van Zijn dienstknechten in de weg kan staan. Nogmaals: deze verzegeling aan hun voorhoofden kan alleen maar gedaan worden door de Here Jezus Christus.
Wij willen hierbij meteen opmerken, dat satan, door de antichrist werkend, in zijn imitatie van de Here Jezus Christus ook zijn zegel geeft aan zijn volgelingen (Openb,13:16-18).


Vers 16,
"En het maakt, dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een Merkteken geve aan hun rechterhand, of aan hun voorhoofden"..

Zie verder Openbaring 14:9-11; 16:2 19:20; 20:4 aangaande dit antichristelijk zegel.

Van de opgang der zon
Voor een recht verstaan van de Bijbelse uitdrukking "van de opgang der zon" verwijzen wij ook nog naar Matth. 2:1 en Luk.1:78.
Het is hier geen verwijzing naar het het geografisch oosten; maar naar die "bepaalde plaats" in de creatie van God, van waar Hij Zijn boodschappers zendt naar de aarde met een bepaalde opdracht en boodschap; namelijk naar de Troon van God.


Vers 4-8,
"En ik hoorde het getal dergenen, die verzegeld waren: honderd vier en veertig duizend waren verzegeld uit alle geslachten der kinderen Israels.
Uit het geslacht van Juda waren twaalf duizend verzegeld;
uit het geslacht van Ruben waren twaalf duizend verzegeld;
uit het geslacht van Gad waren twaalf duizend verzegeld;
uit het geslacht van Aser waren twaalf duizend verzegeld;
uit het geslacht van Nafthali waren twaalf duizend verzegeld;
uit het geslacht van Manasse waren twaalf duizend verzegeld;
uit het geslacht van Simeon waren twaalf duizend verzegeld;
uit het geslacht van Levi waren twaalf duizend verzegeld;
uit het geslacht van Issaschar waren twaalf duizend verzegeld;
uit het geslacht van Zebulon waren twaalf duizend verzegeld;
uit het geslacht van Jozef waren twaalf duizend verzegeld;
uit het geslacht van Benjamin waren twaalf duizend verzegeld:'
 

Zijn Parousia
In de Bijbel lezen wij van twee komsten van de Here Jezus Christus;
de eerste komst was "de vleeswording van het Woord" in de kribbe van Bethlehems stal.
De tweede komst is Zijn Wederkomst, die plaats zal hebben na de Grote Verdrukking van drie-en-een-half-jaar. De openbaring van Hem, Die is, en Die was, en Die komen zal, in het Grieks Zijn Parousia.
 

Zijn Epiphanea
Zowel bij Zijn eerste als bij Zijn tweede komst heeft men Hem gezien en zal men Hem zien. Maar voor de Grote Verdrukking komt Hij echter ook.
Hij zal dan door de wereld NIET gezien worden, maar wel door degenen, die Hem verwachten, als Bruidegom en Here; door degenen, die dan zullen behoren tot de "volmaakt geworden" Bruid.
Deze komst of verschijning noemt men in het Grieks Zijn Epiphanea. Wij verwijzen u in dit verband naar het verhaal van de "vermisten" in Luk,17:34-37.

De Here Jezus Christus gebood hier de aarde niet te beschadigen, totdat... Dit heeft een véél diepere betekenis, dan wij wel denken. Er moest met dit "beschadigen" nog even worden gewacht, want de verzegeling moet eerst plaats vinden.
En ook dit wachten op de verzegeling heeft een diep-profetische zin. Een en ander bedoelt, dat deze verzegeling eerst moet plaatshebben en dat daarna de Heilige Geest zal worden weggenomen.

De wegname van de Geest
Wanneer dit laatste zal geschied zijn,  (en het zal gebeuren, omdat deze geprofeteerde "wegname van de Geest" begrepen is in het verlossingsplan van God (Matth.25; Luk 17; Openb..12) neemt deze "beschadiging" een aanvang. Wanneer dus deze Wederhouder van satan (2 Thess.2) wordt weggenomen, neemt de eveneens geprofeteerde, wereldwijde afval in omvang toe en kan "de mens der zonde, de zoon des verderfs (2 Thess.2:3) zich openbaren.
De antichrist kan zich dan manifesteren en de Grote Verdrukking kan beginnen. Dan is er eerst sprake van de hier bedoelde "beschadiging" in de diepste en omvangrijkste betekenis van dit woord. Is er groter en weerzinwekkender schade, dan wanneer de ganse wijde wereld, de gehele aarde, in ten hemel schreiende goddeloosheid wordt gedompeld?

 

De wereld van gedachten  
Verzegeling in Bijbelse zin geschiedt "aan de voorhoofden" en deze slaat op "de wereld van gedachten". Is de verzegeling door de Here Jezus Christus geschied, dan zal in het denken en doen van Gods kinderen alleen nog maar plaats zijn voor het sublieme Woord van de levende God. Al dat denken en doen van deze kinderen Gods spruiten dan voort uit het Woord van God en geschieden in dat Woord van God.
De verzegelden zijn 144.000 in getal en komen voort uit ALLE geslachten van Israël. Ze zijn dezelfde als die genoemd zijn in Openb.14. Hier in Openb.7 worden zij verzegeld voor hun geëigende, glorieuze bediening.In Openb. 14 zien wij deze 144.000 bij het Lam, "hebbende de Naam Zijns Vaders geschreven aan hun voorhoofden". Hier ontvangen zij straks het loon (de beloning) voor hun bijzondere en uitzonderlijke bediening.

 
De noodzaak van het dopen
Wij mogen u in dit bestek er nog aan herinneren, dat in het raadsplan van God de waterdoop door onderdompeling de enige Schriftuurlijke ordonantie is, waarbij de Naam van de Godheid Lichamelijk wordt gelegd op het individu; want wij hebben te dopen ingevolge de opdracht, in de Naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest, welke is: "Here Jezus Christus" (Matth.28:19; Hand.2:36 e.o.p.). Hieruit moge de noodzaak blijken van het gedoopt worden "naar de Schriften".

Het profetisch getal 144:000 dient NIET letterlijk te worden opgevat. Het getal 12 heelt in de Bijbel altijd betrekking op "de volkomenheid in Goddelijke dingen"; namelijk: de Goddelijke ordening, die aan het bestuur (de bemoeienis) van (met) de mens, die daartoe geroepen is, is toevertrouwd. Wij leren in dit verband van 12 aartsvaders, 12 apostelen onder de Vroege Regen, 12 geslachten Israëls, 12 poorten en 12 fundamenten van het Nieuwe Jeruzalem, enz.

Hier zien wij het getal 144, dit is 12 maal 12. Vermenigvuldigen wij dit getal met 1000 (dat op de volheid van de heerlijkheid in het Millennium ziet) , dan krijgen wij 144.000 als het volle profetische getal, voor zover het het "waarachtige Israël Gods" betreft.
De som van deze getallen geeft het getal 9; en dit laatste symbolische getal ziet op de volheid van de Geest in vruchtdracht en bediening (Wie zich meer interesseert in deze soort studie, leze mijn brochure "De symboliek der Bijbelse getallen").

Op de vraag of wij hier moeten denken aan de 12 stammen van het letterlijke Israël, moeten wij ontkennend antwoorden. Wanneer wij letten op het wegvallen van de stam Dan, zo is er geen enkele reden om bevestigend te antwoorden.
Wie het profetische spoor van deze stam in de Schriften naspeurt, zal bemerken, dat het uitvallen van Dan in deze opsomming een speciaal doel en betekenis geeft in de ontwikkeling van Gods raadsplan in de laatste dagen. Het is dus zonder meer duidelijk, dat wij hier een geheel bijzondere volgorde hebben.
 
Jakobs zonen komen hier niet voor in hun "natuurlijke" volgorde, naar hun  geboorten wel te verstaan, maar zijn gerangschikt naar een gans andere orde en met geen andere bedoeling, dan om aan te tonen, dat de Here God hen allen heeft gemaakt tot "één geestelijk volk", waar Hij Zijn zegel op heeft gedrukt. Dan heeft zich het meest aan afgoderij overgegeven en volgt in de Bijbel het "slangenspoor" (Gen.49:17).
 

De mannelijke zoon
In het licht van de Schrifttopenbaring zelf en achtgevende op de genoemde verzegeling en de speciale bediening van deze 144.000, concluderen wij, dat deze een groep sublieme Gods kinderen zijn.
Het is de uitverkoren groep van volmaakte kinderen Gods, die in Openb.12 "de mannelijke zoon" wordt genoemd, die wordt voortgebracht door de "Bruid van Christus"; namelijk door een selecte groep van vrouwen onder dezen; ja, van maagden, die speciaal voor dit doel het zegel Gods ontvangen hebben.

Deze "Bruid" is de Goddelijke verzegeling getrouw gebleven, waarom deze ook heeft geleid tot de Godzalige volheid van inwoning door de Godheid lichamelijk, wat op haar beurt heeft geleid tot de "Bruiloft van het Lam", tot de vrucht en de geboorte van "de manlijke zoon", het Goddelijke "speerpunt" van de ganse verzegeling, waarom ook de verzegeling van de Bruid in deze 144.000 is vernoemd.

 

Het zegel Gods
Hoe kan hier sprake zijn van vrouwen en maagden, als hier "dienstknechten" vermeld staat?
De vrouw is in Bijbelse zin altijd één met haar man; dat wil zeggen: zij wordt genoemd of vernoemd IN haar man, Zij draagt met haar in het huwelijk treden, in haar huwelijksverbintenis of kortweg in haar huwelijksgemeenschap, niet langer haar eigen naam, maar wel die van haar man.

Is dit letterlijk waar, hoeveel te meer in geestelijke zin; immers hier is sprake van "het zegel Gods".
Ze moeten maagden zijn in de betekenis van het Woord, omdat ons hier een "profetische parallel" wordt geboden. Bovendie
n gaat "heiliging" van de man uit; ook in overdrachtelijke zin.
Gelijkerwijs de maagd van Israël, Maria, vanwege de heilige overschaduwing door de Heilige Geest, de Zoon baarde, alzo zal in het laatste der dagen de Bruid van de Here Jezus Christus, onder de machtige overschaduwing van Gods genade vleugelen komen en zo bevrucht worden.

Deze bevruchting van Christus' Bruid is een Schriftuurlijk geprofeteerd feit (Matth.25:10; Openb,12:1). Deze gehuwde en in barensnood verkerende Vrouw zal straks "de manlijke zoon" baren (Openb.12:2, 4b-5). Wij verwijzen in dit verband in het bijzonder naar Matth.1:19, waar sprake is van "het dragen van de smaad"; het betreft hier de "overschaduwde maagd", Maria, als een realistisch Bijbels beeld. Ze bewaarde het "ontvangen Woord"! Deze "Bruid" is degene, waarvan sprake is in Ef.5:26-27; 31-32.
Let speciaal op het laatste vers. Bidt en mediteert hierover en laat u in alle waarheid leiden door de Geest der Waarheid. "Die het beloofd heeft. is getrouw, Die het ook doen zal".

Volheid van lijden
Het profetisch Bijbelse getal 144.000 staat ook in verband met "volheid van lijden". Waar Schriftuurlijke volheid van vruchtdracht wordt gekend, daar is ook sprake van volheid van lijden (Joh.15 in samenhang met Openb. 12). Het toenmalige letterlijke volk van Israël had dit in Egypteland (typebeeld van de wereld) meegemaakt, alwaar het 400 lange jaren had vertoefd in het landschap Gosen. Een jaar telde in Israël 360 dagen. 400 jaren telden dus in Israël 400 x 360 dagen - 144.000 dagen.


Uit  elk "geslacht" komen straks, profetisch gesproken, 12.000 zielen voort en elke groep heeft dan haar eigen plaats. Alhoewel Efraïm niet genoemd wordt, is deze toch daar, want hij wordt gesteld in het geslacht van Jozef. Efraïm erfde het gezegende "eerstgeboorterecht" (Gen.48:8-20).Maar uit het geslacht van Dan zal straks de antichrist voortkomen (de slang is het symbool van de duivel; Gen.49:17).
Alhoewel Ruben zondigde (Gen.49:3-4) werd hij in zijn plaats met betrekking tot de geslachten van het volk Israël hersteld, maar hij verbeurde zijn eerstgeboorterecht.

Evenals van het letterlijke Israël de haat, het lijden, de lasten en zorgen en het juk van de slavernij zich vermenigvuldigden, alvorens zij uit Egypte werden verlost (Exod.5:5-9), zo zal het straks eveneens het geval zijn met betrekking tot de Gemeente van de Here Jezus Christus in deze wereld, waarin wij leven.
Maar gelijkerwijs God Zijn kinderen "tot Zich droeg op de vleugels van een grote arend" (Exod.19:4), alzo zullen straks deze kinderen van het geestelijk Israël, de Bruid, de Vrouw van Openb. 12, "twee vleugelen eens groten arends gegeven worden, opdat zij zou vliegen in de woestijn, in haar plaats"(0-penb.12:14).


De 10 stammen Israëls

De 10 stammen, te zamen het Huis Israël geheten, zijn "verloren", opgelost onder de volken (Matth.10:6; 15:24), maar God weet alle dingen.
Juda's afstammelingen vormen met Benjamin, die in de stam Juda werd opgenomen, samen met de Levieten, het volk, dat wij onder de naam "Joden" kennen; deze samen vormen dus het huis Juda, terwijl de andere noordelijker gelegen 10 stammen, zoals wij hebben gezien, het huis Israël werden genoemd (1 Kon.2:9-32; 12:21-24).


Babylonische ballingschap

Deze noordelijke 10 stammen werden in 721 voor Chr.in Assyrische ballingschap gevoerd en zijn nooit uit deze ballingschap teruggekeerd (2 Kon.17). Juda, Benjamin en de Levieten werden door Nebukadnezar tussen ongeveer 606 v.Chr. en 588 v.Chr. in Babylonische ballingschap gevoerd (2 Kon.25; 2 Kron.36), maar zijn wèl uit deze 70-jarige ballingschap teruggekeerd naar Palestina onder het leiderschap van Nehemia en Esra.

Ook hiermede had God Zijn verheven bedoeling, want niet alleen moesten tempel en muren worden herbouwd (gerestaureerd), maar ook de beloofde Messias moest uit Juda in Bethlehem geboren worden.
Sinds Christus' verzoenend sterven op het kruis van Calvarie is er verlossing, redding en zaligheid voor de ganse mensheid (Matth.28:19) en vandaag-de-dag kan ieder mens door de genadewerking van Gods Geest wederom geboren worden (Joh.3:3), waardoor hij/zij een zoon/dochter van God wordt (Joh.1:12).
Dezen worden zo "ingeënt in een van de stammen Israëls". Daarom worden kinderen van God ook wel door hun geloof "kinderen Abrahams" genoemd.

Gal...3:26-29, "Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus. Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangenomen. Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw, want gij allen zijt één in Christus Jezus. En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de belofte mede-erfgenamen". Het "geestelijk Israël" bestaat heden-ten-dage dus zowel uit bekeerde Heidenen, als uit bekeerde Israëlieten en bekeerde Joden.

De grote schare, die niemand tellen kon
Na deze 144.000 verzegelden uit het geestelijk Israël aanschouwde de apostel Johannes "een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor de troon en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palmtakken waren in hun, handen.
En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onze God, Die op de troon zit, en het Lam. En al de engelen stonden rondom de troon, en rondom de ouderlingen en de vier dieren; en vielen voor de troon neder op hun aangezicht, en aanbaden God, zeggende: Amen.
De lof en de heerlijkheid, en de wijsheid, en de dankzegging, en de eer, en de kracht, en de sterkte zij onze God in alle eeuwigheid. Amen". (Vers 9-12).

Wij moeten er op letten, dat hier geen getal wordt genoemd; het is een ontelbare menigte uit alle volken der aarde. Wat een gezegende gedachte! En hoe groot is Gods wondervolle genade! Hoe ondoorzoekelijk zijn, inderdaad, Zijn wegen!
Hun kleding spreekt ons van de gerechtigheid van de heiligen van God, en palmtakken van overwinning waren in hun handen. Met grote stem brachten zij Gode lof en eer toe.
Allen die direct rondom de troon staan (ze worden hier vermeld), vallen neder op hun aangezicht en aanbaden God, Hem lof, eer en heerlijkheid gevende.

Vers 13,
"En een uit de ouderlingen antwoordde, zeggende tot mij: Deze, die bekleed zijn met lange, witte klederen, wie zijn zij, en van waar zijn zij gekomen? En ik sprak tot hem: Here, gij weet het. En hij zeide tot mij:
Dezen zijn het, die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun lange klederen wit gemaakt in het bloed des Lams. Daarom zijn zij voor de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel; en Die op de troon zit, zal hen overschaduwen. Zij zullen niet meer hongeren, en zullen niet meer dorsten, en de zon zal op hen niet vallen, noch enige hitte. Want het Lam, Dat in het midden des troons is, zal hen weiden, en zal hun een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen".


De Grote Verdrukking

Zij komen uit "DE Grote Verdrukking".
Hier wordt niet gezegd Een Grote Verdrukking. "DE Grote Verdrukking" is een in de Schrift duidelijk genoemde, aangegeven tijdsperiode.
Hier kan dus onmogelijk sprake zijn van verdrukkingen, die thans of terug in de geschiedenis het deel der gelovigen zijn (geweest), want dan zou de hele tijd tussen Jezus' hemelvaart en Zijn tweede komst (parousia) de Grote Verdrukking moeten heten.
En dit verbiedt Gods Woord.


De Grote Verdrukking is die profetische tijdsperiode in Gods Verlossingsplan, waarvan zo dikwijls in de Bijbel wordt gesproken (Jer.30:7; Dan.12:1; Matth.24:21)., In al deze plaatsen wordt met grote nadruk gesproken over DE Grote Verdrukking. En het is altijd dezelfde, waaruit de schare van heiligen uit de volkeren tevoorschijn komt...„
Met het noemen van hun kleding en wat zij daarmede hebben gedaan, wordt ons duidelijk gemaakt, dat er slechts een  weg van behoud is. Welk onderscheid er ook onder de heiligen moge wezen, hierin zijn ze allen aan elkaar gelijk
. Het bloed van he Lam heeft hen allen van zonden gereinigd en hen en heerlijkheud, wit gemaakt als sneeuw. Daar moge straks verschil zijn in positie en heerlijkheid,  maar hierin - en dit is de hoofdzaak, waarop alles neerkomt - zijn zij gelijk

 
De dwaze maagden

Deze heiligen, die uit de Grote Verdrukking voortkomen, zijn zij, die

ondanks de Grote Verdrukking toch hebben overwonnen. Zij hebben echter de Bruiloft van het Lam gemist; zij waren de "dwaze maagden" (Matth.25:1-13; 22:11-14), de "overigen van het zaad van de Vrouw"(Openbaring 12:17).
Zij zullen allen worden gedood door de antichrist en verzegelen zodoende hun getuigenis aangaande Christus en Die gekruisigd, met hun eigen martelaarsbloed!  Bij deze martelaren uit de Grote Verdrukking kunnen wij gevoegelijk de martelaren voegen, die na de opening van het 5e zegel gedood worden.

Laat ons niet vergeten, dat ALLE gebeurtenissen onder de opening van de zegels voortduren tot de wederkomst van de Here Jezus Christus. Op grond hiervan mogen wij verstaan, dat de verdrukkingen en vervolgingen van Gods volk, resulterende in de dood, die na de opening van het vijfde zegel plaats zullen hebben, zullen voortduren onder de komende antichrist, waardoor wij deze periode van martelaarschap gevoegelijk kunnen doen samenvallen met die uit de Grote Verdrukking.

Openb,.6:9-11,  "En toen Het (Lam) het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen dergenen, die gedood waren om het Woord Gods, en om de getuigenis, die zij hadden. En zij riepen met grote stem, zeggende: Hoe lang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en
wreekt Gij ons bloed niet van degenen, die op de aarde wonen?
En aan een iegelijk werden lange witte klederen gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een kleine tijd rusten zouden, totdat ook hun mededienstknechten en hun
broeders zouden vervuld zijn, die gedood zouden worden, gelijk als zij"
(Dit zijn zij, die dit lot ondergaan in de Grote Verdrukking)


Recapitulatie

Wij hebben nu achtereenvolgens en Schriftuurlijk  opgesteld:
 
Eerste zegel: Math.24:3-5,14; Openb.6:1-2
Tweede zegel: Math24:6-7a; Openb. 6:3-4
Derder zegel: Math.24:7b; Openb. 6:5-6
Vierde zegel: Math..24:7-8; Openb. 6:7-8
Vijfde zegel: Math,.24"9-13; Openb,. 6:9-11
Zesde zegel: Math.24:29-30; Openb. 6:12-7:17
(de grote aardbeving en de verzegeling van de 144.000
 
De in Openbaring (hoofdstuk 6) "schijnbaar" afgebroken draad wordt weer opgepakt in hoofdstuk 8, waarin de opening van het eerste .... wordt vermeld. Na de opening van dit zegel
geschiedt vooreerst een "stilzwijgen in de hemel van een half uur, hetwelk tot inleiding dient van een nieuwe reeks van de allerellendigste en gemeenste verdrukkingen, die over de aarde zullen komen.  
Immers, de oordelen van God zijn in steeds toenemende mate als evenzovele vrijbrieven van God aan de machten der duisternis, om de wereld te teisteren met hun duivelse verdrukkingen ......

 


 

Terug  ~ Omhoog  ~  Verder