Die is, Die was en Die komen zal
De "Openbaring"nader beschouwd


* Verborgen hoop ...
Lees verder

* Waarom de Openbaring werd gegeven
Lees verder

* De brieven aan de zeven gemeenten
Lees verder

* Efeze
Lees verder

* Smyrna
Lees verder

* Pergamus
Lees verder

* Thyatira
Lees verder

* Sardes
Lees verder

* Filadelfia
Lees verder

* Laodicea
Lees verder

* Nabeschouwung
Lees verder

* De troonsheerlijkheid van de Vader
Lees verder

* De heerlijkheid der verzoening door God de Zoon
Lees verder

* De zegels worden geopend.
Lees verder

* 1ste zegel
Lees verder

* 2de zegel
Lees verder

* 3de zegel
Lees verder

* 4de zegel
Lees verder

* 5de zegel
Lees verder

* 6de zegel
Lees verder

* 7de zegel
Lees verder

*De Goddelijke oogst voor en na de grote oordelen van God
Lees verder

* De bazuinen gaan klinken
Lees verder

* 1ste - 4de bazuin
Lees verder

* 5de bazuin
Lees verder

* 6de bazuin
Lees verder

* 7de bazuin
Lees verder

* De culminatie der demonische machten
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt  de wereld aangezegd
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt de wereld gegeven
Lees verder

* De openbaring van Gods grote verborgenheid
Lees verder

* De antichrist en zijn heerschappij
Lees verder

* Gods wegen in genade en gericht
Lees verder

* De zeven fiolen vol van de toorn van God
Lees verder

* De zeven fiolen van Gods toorn worden uitgegoten
Lees verder

* Gods oordeel over het grote Babylon als geestelijke macht
Lees verder

* Gods oordeel  over het grote Babylon als politieke en economische macht
Lees verder

* De inleiding tot het grote duizendjarig Rijk van Christus
Lees verder

* Aanvang en slot van het duizendjarig Vrederijk
Lees verder

* Taferelen uit Gods eeuwigheid en van het Nieuwe Jeruzalem
Lees verder

* Besluitend visioen en Jezus' laatste woorden
Lees verder




 

 

 

Home - Sitemap

 

De Troonsheerlijkheid van de Vader
De interpretatie van de Futuristische School


 
Er zijn drie interpretaties

Dit hoofdstuk opent met een geheel nieuw gezichtssfeer,
Er zijn drie interpretaties met betrekking tot hetgeen ons wordt beschreven in de hoofdstukken 4 tot en met 22.
Kort uitengezet zijndie de volgende:

1. De profetische visioenen zijn vervuld met de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Chr., door de Romeinse veldheer Titus. Deze uitlegging mist alle grond; eenvoudig omdat het Boek Openbaring 20 jaar ná die gebeurtenis nog niet geschreven was.
 
2. De geschiedkundige interpretatie
Deze uitlegging komt hierop neer, dat de inhoud van de hoofdstukken 4 t/m 22 visioenen zijn van gebeurtenissen, die in de na-Christelijke geschiedenis in vervulling (zullen) gaan en dus ook nu nog in vervulling gaan. Bijna alle wereldbekende Bijbelverklaarders verwerpen haar als onpraktisch en onhoudbaar ofschoon er ook enige goede dingen zijn met betrekking tot deze theorie.
 
3. De interpretatie van de Futuristische School
Overeenkomstig deze uitlegging behoort alles ná hoofdstuk 3 tot de nog komende gebeurtenissen, tot "dingen, die NA DEZEN geschieden moeten". Deze uitleg is de meest eenvoudige en tegelijkertijd ook de meest Schriftuurlijke van de drie. Zonder enige twijfel werd dit uitzonderlijke Boek geschreven om gebeurtenissen te profeteren, die in de eindtijd of met de Tweede Komst van onze Here Jezus Christus zullen plaats hebben.

Met Johannes, de geliefde apostel, handelde Hij evengelijk; met dit verschil, dat de aartsvader Abraham zich op de aarde bevond en van hieruit de dingen aanschouwde, zoals ze zich in werkelijkheid voor zijn ogen zouden afspelen. Johannes daarentegen "geraakte in geestvervoering" of anders gezegd werd in de Geest opgetrokken en vanuit deze hemel zag hij de komende toestand en onderscheidde hij dingen, die zich zouden afspelen. Johannes was geheel en al in de Geest, hij was geheel en al onder de kracht van de Heilige Geest en in deze toestand geschikt om de dingen te aanschouwen, die hem getoond zouden worden.

En naar onze mening is deze geestesconditie ook de enige, waarin ook wij moeten verkeren, willen wij de inhoud van het Boek Openbaring ten volle waarderen en verstaan; willen wij het geheel in ons kunnen opnemen! Op zijn minst genomen dienen wij goed vervuld te zijn met de Geest van God, willen wij geestelijk bekwaam zijn om deze diep-profetische beelden in hun juiste schriftuurlijke verhoudingen te zien en "op te nemen" (te bewaren).

Wij moeten God dankbaar zijn voor een geopende hemel.
Gods plannen zijnn openbaar voor een" iegelijk, die wil"; terwijl de plannen, gedachten en organisatie van mensen uitgewerkt worden in het “duister”, in “het verborgene, “achter gesloten deuren”. God is licht en al Zijn werken zijn licht… Wij mogen nooit vergeten, dat alles in dit Boek net zo goed deel uitmaakt van de Openbaring, die Jezus Christus aan Zijn Gemeente heeft gegeven. De apostel Johannes werd opgenomen in de geest en in de hemel. Wat een machtige ervaring. Paulus kende deze ervaring ook (vergelijk . Kor. 12:1-5 met Hand. 14: 19-20) . . . . geen van beiden kon ooit betuigen, of een dergelijke ervaring in dan wel buiten het lichaam heeft plaats gehad; met andere worden: of zij dan"leefden" of wel "dood" waren.
 
Wat werd Johannes het eerst getoond?
De Here begint altijd bij het begin, en in dit geval met het tonen aan Zijn dienstknecht:

* dat het in de hemel is;
* hoe God Zich openbaart;  
* welke de plaats is, waar Gods Heiligen zijn en komen.

Glorie voor God!  Wij leren hierdoor verstaan, dat de hemel van de Christen "een plaats" is en geen "gedachte", geen 'inbeelding" of "sfeer", zoals zovelen denken en ook leren. De hemel is Gods woonstede en de plaats van Zijn troon.  Wij dienen goed te begrijpen, dat hier geen sprake is van zogenaamde "atmosferische hemelen", maar van een actuele (echte) plaats, Voor Johannes was het, alsof hij zich lichamelijk bevond in  Gods tegenwoordigheid; zijn zintuigen waren perfect, geest en hart functionneerden beter dan ooit; hij zag, hij hoorde hij voelde. . Hij kon zowel wenen als spreken! Een en ander spreekt ons van de realiteit van de geestelijke natuur!

Vers 2b-3a,
"En zie, er was een troon gezet in de hemel, er zat EEN op de troon. En Die daarop zat, was in het aanzien de steen jaspis en sardius gelijk."



De Troonsheerlijkheid 

Ofschoon God niet wordt genoemd, is Hij het, Die op de troon zit en Wiens glorie ons hier wordt voorgesteld als de schittering en glans van jaspis- en sardiussteen. Johannes zag hier de Troonsheerlijkheid .... De troonsheerlijkheid van God staat tegenover de heerlijkheid van Zijn Schepping....Wij geloven, dat er in God een heerlijkheid is, die door niemand behalve dan door Zijn Zoon, kan worden gezien.

Maar ook, dat er in Hem een heerlijkheid is, die zich wel aan ons vertonen zal en die ook het deel zal worden van al Zijn kinderen. Zei de Here Jezus in Zijn Hogepriesterlijk gebed niet: "De heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven"(Joh.17)?  Ook spreekt de apostel Paulus onder de zalving van Gods Geest van onze roem "in de hope der heerlijkheid Gods" (Rom.) In Openb.21 lezen wij van de nederdaling van het "Nieuwe Jeruzalem, de Bruid, de Vrouw des Lams" uit de hemel, hebbende "de heerlijkheid Gods en haar licht was aan het kostelijkste kristal gelijk".

Naar mijn mening behoeft het geen nader betoog, dat hier niet moet worden gedacht aan "de innerlijke heerlijkheid van God", dat wil zeggen "de glorie van Gods Wezen"; deze immers kan aan geen sterfeling worden getoond, laatstaan medegedeeld. (1Tim.6:16 "God woont in een ontoegankelijk licht, dewelke geen mens gezien heeft, noch zien kan".)

 
De eeuwigheidsbron
Deze troonsheerlijkheid is de eeuwigheidsbron, van waaruit alles is voortgekomen, wat zienlijk en onzienlijk is. En ofschoon de hier geschetste beelden nog dikwijls erg vaag zijn, toch geloven wij, dat , al naarmate wij verder komen in deze tijdsbedeling van de Heilige Geest en dus ook die van de Gemeente, de Geest der waarheid ons zal leiden in alle waarheid, waardoor wij dus straks deze beelden ten volle zullen verstaan. Halleluja!
Johannes dan zag: de Here God op Zijn Troon en rondom Hem een regenboog. Verder: vier en twintig ouderlingen, zeven vurige lampen, vier levende wezens; hij zag bliksemen en hoorde donderslagen; ook zag hij een glazen zee, een gouden altaar en nog weer een altaar.

De Koning der Koningen en de Heer der Heirscharen
De Koning der eeuwen, gezeten in het centrum van het Koninkrijk der Hemelen! Zie daar, het Koninkrijk Gods, waarmede Jezus' hart altijd vervuld was en waarvan Hij gedurende Zijn Messiaanse bediening altijd heeft gesproken in boodschap en leerrede, in gelijkenissen en op nog zovele andere wijzen. Ook de harten van Zijn apostelen waren enkel met dit Koninkrijk Gods vervuld.  Kon het dan anders, dan dat zij het ook predikten en er de gerechtigheid van hebben geproklameerd?
 
Nogmaals, in Openb. 4 vinden wij:
1 - de troon.
2 - de regenboog, rondom de troon (deze is in de Eeuwigheid een cirkel).
3 - de 24 ouderlingen met witte klederen en gouden kronen.
4 - bliksemen en donderslagen en stemmen.
5 - zeven vurige lampen, symbool van de zeven Geesten Gods.
6.- de glazen zee, kristal gelijk.
7 - de vier dieren of levende wezens rondom de troon.
In deze volgorde zal het bovenstaande hieronder worden besproken, terwijl in Openbaring hoofdstuk 5 wordt vermeld:
8.- de ontelbare schare.

 
De hemelse tabernakel
Het hierboven puntsgewijs vermelde is het beeld van de tabernakel in heerlijkheid, de hemelse tabernakel. En nu is het naar de ordeningen van déze tabernakel in glorie, dat wij de onderscheiden plaatsen, toebedeeld aan de respectievelijke overwinnaars uit de zeven Gemeenten en overeenkomstig de zeven beloften, moeten beschouwen.

In dit licht en in overdrachtelijke zin is de troon van God "de ware Arke des Verbonds." De Here heeft Zijn troon in de hemelen bevestigd en Zijn Koninkrijk heerst over alles" (Ps. 103:19). Somigen denken, (wanneer zij spreken van de troon van de Almachtige God), aan het paradijs en de paradijs herlijkheid . Laten wij toch nooit vergeten, dat de Bron altijd meerder is dan datgene, wat uit die Bron voortkomt. Dit moet zo zijn en het kan niet anders. . Want als dit meerdere niet aanwezig zou zijn, zou er uiteindelijk een ophouden zijn. .. Dit nu verbiedt Gods Woord en is in flagrante tegenspraak met de openbaring van Zijn Goddellijk Wezen! Weer anderen beweren, dat de "Derde Hemel" het Paradijs is.

Kor.12:2-4. "Ik ken een mens in Christus, voor veertien jaren (of het geschied is in het lichaam, weet ik niet, of buiten het lichaam weet ik niet, God weet het), dat zodanige opgetrokken is geweest tot in de derde hemel. En ik ken een zodanige mens (of het in het lichaam of buiten het lichaam geschied is, weet ik niet, God weet het), dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken."
 
Wij zijn ons echter van één ding levendig bewust: de Bijbel voorziet in géén positieve uitspraak. Tot onze beschikking staan de diep-geestelijke ervaringen van kinderen Gods, zowel in het verleden als in het heden. Geprezen zij de Naam des Heren!  Al de door ons in genoemde schematische tekening genoemde plaatsen in de hemelse Tabernakel, of anders gezegd: het Koninkrijk Gods, hebben hun voorafschaduwing in de aardse tabernakel, die God Mozes liet vervaardigen (zie hiervoor Exodus 25 e.v.) .
 
 
Hoe duidelijk treedt ook hier weer de noodzakelijkheid naar voren van een degelijke en schrituurlijke kennis van  Gods Plan van Verlossing, zoals God dat heeft willen doen uitbeelden in de schaduwen, typen en symbolen in de aardse of Israëlitische tabernakel, destijds Gods woonstede temidden van Zijn volk, en die op aanschouwelijke wijze de Weg weergeeft om tot Hem te naderen.

Hebr.10:20-21,Maar wij hebben "een verse en levende weg, welke Hij (Jezus) ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is door Zijn vlees; en dewijl wij hebben een grote Priester over het huis Gods; zo laat ons  toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwade geweten en het lichaam gewassen zijnde met rein water".

Hebr.8:1-2, "De hoofdsom nu der dingen waarvan wij spreken, is dat wij hebben zodanige Hogepriester, Die gezeten is aan de rechterhand van de troon der Majesteit in de hemelen, een bedienaar van het heiligdom en van de ware tabernakel , welke de Here heeft opgericht en geen mens." Amen!
  

1. De Troon
Wij hebben reeds gelezen, hoe God Zijn troon bevestigd heeft in de hemelen. In Numeri 14:10 staat geschreven, hoe de troonsheerlijkheid van de Here in de tent der samenkomst verscheen voor al de kinderen Israëls, terwijl de profeet Jesaja de Here zag"zittende op een hoge en verheven troon en Zijn zomen vervulden de tempel", terwijl serafs, ieder met zes vleugelen, boven Hem stonden, uitroepende de een tot de ander: "Heilig, heilig, heilig is de Here der heirscharen" (Jes.6:1-3a).

Hij zag de Almachtige, hoog verheven, tronende boven alle werelden, omsluierd in en door ontoegankelijk Licht maar toch gekend door de Zijnen, terwijl Zijn tegenwoordigheid de schittering heeft van diamant, glanzend gelijk jaspis, en met de geconcentreerde hittigheid en vurigheid van een oven, maar terzelfdertijd uitstralend het levendige, frisse groen van een emerald. Het was een verblindende heerlijkheid met een glans en vurigheid van een verterend vuur, als  die van een sardius .

Hoe stuntelig, ja, hoe moeilijk valt het ons om zulk een hemelse heerlijkheid en Goddelijke glorie onder woorden te brengen!  Ach, moge onze goede God ons genadig zijn, daarin, dat Hij ons dit méér openbare door Zijn Geest en ons zo doet genieten van Zijn uitnemende genade en tedere liefde!  Maar nevens deze openbaring van de Goddelijke en opperste glorie vinden wij óók het symbool van Goddelijke trouw
 

2. De Regenboog
Vers 3b,
"En een regenboog was rondom de troon, in het aanzien van de steen smaragd gelijk."

De regenboog herinnert ons aan Gods verbond met Noach.. ... Ondanks de bliksemflitsen en donderslagen, die van de troon uitgaan en die de ontzettende, angstwekkende oordelen over de aarde zullen brengen, werd het oog van Johannes niet alleen gevestigd op Gods heerlijkheid en majesteit, maardoor deze regenboog ook op Gods onkreukbare getrouwheid, die ook gedurende de komende oordelen het onveranderlijke fundament zal zijn van Zijn bemoeienissen met een verkromd en verdraaid geslacht.

En deze regenboog was in het aanzien gelijk een smaragd; Hij was zo schitterend als edelstenen zijn, die ons de heerlijkheid van God moeten voorstellen in lieflijke, weldadige en eeuwige trouw. Deze regenboog is het teken van Gods verbond en houdt Zijn belofte van barmhartigheid en tegelijk van oordeel in, zoals duidelijk geprofeteerd door Habakuk , de profeet: 

 
Hab.3:2b/c, "Uw werk, o Here, behoud dat in het leven in het midden der jaren; in de toorn gedenk des ontfermens."
Het Boek Openbaring ontvouwt ons Gods rechtvaardig oordeel en Zijn barmhartigheid.  De regenboog vormt het door God gegeven teken van Zijn Verbond en is dus van Goddelijke oorsprong. Ook spreekt God van "Mijn boog" (Gen.9:8-17 en vers 13). Verder vormt zij een herinnering, dat God Zijn belofte (Zijn Woord), dat verband houdt met dit Verbond tussen hemel en aarde, zal houden!
In Openb.4:3 wordt de regenboog gezien als een cirkel. Dit wil zeggen, dat wij de volkomenheid van dit verbond in de hemel zullen zien. Hier zien we "ten dele", ginds "compleet".

De regenboog, die wij hier op aarde zien, openbaart het Wezen van Zijn verbond in symboliek. Drie elementen zijn nodig om de regenboog te voorschijn te roepen namelijk: wolken - regen - zonneschijn.
In geestelijke zin mogen wij dit zo verstaan:
de zonneschijn van Gods liefde en genade, schijnend door een "regen" van tranen, veroorzaakt door wolken van zorgen, openbaart de regenboog van Zijn belofte en getrouwheid in ons leven.
Voor een dieper begrijpen van God in Zijn schepping doen wij goed alle aandacht te besteden aan het hieronder volgende schema om hierover biddend na te denken en te mediteren... Door het geloof mogen wij in overdrachtelijke zin van hetgeen natuurlijk is "verstaan" en mogen wij in symboliek als in realiteit, in de natuurlijke als in de geestelijke wereld, de Drie-Eenheid-van de Godheid kennen.
 
 
Parallel bij het natuurlijk en Goddelijk licht
. ZON (cosmisch licht) valt in drie stralenbundels uiteen met de kleuren:
Goudgeel, Bloedrood en Hemelsblaauw.

.. Terwijl deze 3 kleuren weer uiteenvallen in de volgede zeven:
Groen, Geel, Oranje, Rood, Violet, Indigo en Blauw

Hierna hebben wij een grenzeloze variatie van spectrale kleuren.

. GOD (Goddelijk Licht) "God is Licht" (1 Joh.1:5).
Hij openbaart/manifesteert Zich als:
Vader, Zoon en Heilige Geest.

. Zeven (7) is het getal van de Goddelijke volkomenheid in Wezen en Openbaring- onzienlijk en zienlijk.
Alsdan is daar de grenzeloze verscheidenheid in Gods werk en heerlijkheid..

 
3. De vierentwintig ouderlingen 
Vers 4,
"En rondom de troon.... "

Zo vervolgt de apostel zijn beschrijving van de hemelheerlijkheid, voorheen enkel aanschouwd door Mozes, de dienstknecht van God, op de berg Sinai. Om de hem van Godswege gegeven opdracht: "Zorg dat gij het (de tabernakel) maakt naar hetgeen u op de berg getoond is", ten uitvoer te kunnen brengen, moet hij hetzelfde gezien hebben als Johannes, namelijk: de hemelse tabernakel, waardoor het hem mogelijk was Bezaleël en Aholiab onder zijn toezicht datgene te laten maken, wat later als "object" in de tabernakel van Israël gevonden zou worden.
 
Vervolg Vers 4,".... waren vierentwintig tronen; en op de tronen zag ik de vierentwintig ouderlingen zittende, bekleed met witte klederen en zij hadden gouden kronen op hun hoofden". Deze vierentwintig ouderlingen waren, gezien, hun handelingen, levende wezens : personen, die, begaafd met Goddelijke wijsheid, Gods raadsbesluiten konden begrijpen. Zij vormen tezamen de groep van 24 apostelen der Gemeentelijke bedeling): namelijk 12 apostelen van de "Vroege-Regen-Gemeente" (de eerste Gemeente, die zich vormde na de Pinksterdag) en 12 apostelen van de Gemeente onder de "Spade-Regen" (de Gemeente gevormd in deze laatste dagen). 12 personen, bekleed met het apostelambt onder de uitstorting van de "Vroege Regen" (Joh.6:79) en 12 personen bekleed met het apostelambt onder de uitstorting van de "Late of Spade Regen" (Openb.12:1).
 

Typebeelden
De Oudtestamentische typebeelden van deze 24 oudsten vinden wij respectievelijk in "de 12 waterbronnen" (Exod.15:17)
en "de 12 mannen" gekozen door Jozua op Gods bevel (Joz.. 3: 12). De geestelijke hoedanigheid en bediening van deze 24 ouderlingen zijn dezelfde als die van "de vier levende wezens " (vers 6 e.V. ). De namen van de 12 eerste apostelen zijn ons bekend uit de Bijbel en wij kennen hun "doen en laten" uit dit Boek. De laatste 12 apostelen zijn er nu nog niet, noch kennen wij in onze tijd hun namen.

Toch geloven wij , dat deze straks zullen worden geopenbaard, wanneer zij hun door God toebedeelde plaatsen in het Bruidslichaam des Heren zullen hebben ingenomen. Dit "Bruidslichaam" is de Bruidsgemeente, waarover zij het leiderschap in de Naam des Heren zullen hebben. Daarvandaan dan ook, dat zij in Openbaring 12 zijn uitgebeeld als de 12 sterren in de kroon (het diadeem) op het hoofd van de vrouw.

Deze "met-de-zon-beklede" vrouw is de "bloedgewassen, wedergeboren en met de Geest vervulde" Bruid van het Lam, Die zichzelf heeft bereid (Openb.21:1 en 19:7).
Onder het leiderschap van deze laatste 12 apostelen, en hun apostolische bediening in deze laatste dagen zal de Bruidsgemeente van onze Here Jezus Christus geleid worden "tot in de volmaaktheid", opdat zij de plaats zal innemen, alwaar zij de vlekkeloze, rimpelloze, helilige, zondeloze bruid van het Lam kan zijn (Efeze 4:11-13 in samenhang met Efeze 5:25-27 en Openb.12:1).

In de 24 klassen der priesters van het Oude Verbond ten dage van koning David (1Kron.23:23-27) en de 24 groepen van 12 zangers in de toenmalige tempel mogen wij de bijzondere Schriftuurlijke plaats en betekenis zien en verstaan van het Bijbelse getal 24.
Wanneer wij in dit verband ook nog even teruggaan naar de aardse tabernakel, zo vinden wij dáár in het Heilige "de tafel met de 12 toonbroden": het brood van Gods tegenwoordigheud.
Die tafel had 2 "kransen van goud"(Exod.25:24-25). Een en ander spreekt ons van de 2 x 12 = 24 ouderlingen, die gouden kronen dragen, die zij in aanbidding neerwerpen voor de troon van God. Hun bediening was en zal zijn om uit te delen: de volheid van het brood des levens!

Deze afdeling van het heiligdom, het Heilige genaamd, vormt in symboliek de tijdsbedeling van de Gemeente van 2000 jaren, waarin al deze 24 ouderlingen (oudsten, apostelen) hun bediening hebben.
Ze zijn allemaal "apostelen" zegt de Bijbel; er zijn dus geen Oudtestamentische "profeten" bij. Zij horen allen thuis in deze tegenwoordige tijdsbedeling, waarin wij leven.
Oudtestamentische typebeelden vinden wij verder in 1 Kon. 12:19, waar gesproken wordt van 12 juk ossen van de profeet Elisa. Het is God alleen, Die zorg draagt voor Zijn apostelen en niemand anders. Halleluja!
 
Velen beweren, dat deze 24 ouderlingen, die een koninklijke èn priesterlijke waardigheid bezitten en die wij hier in heerlijkheid zien, onmogelijk personen, dat wil zeggen "stervelingen", kunnen zijn, die eenmaal op deze aarde hebben geleefd en gewerkt.
Door het Schriftuurlijke feit, dat zij in Openb. 5:9 zingen:
" Gij hebt ons Gode gekocht met Uw bloed...." wordt het bewijs geleverd, dat zij inderdaad personen zijn ,die op aarde geleefd en God gediend hebben, want alleen geredde zondaren kennen het voorrecht te zingen van het verlossend bloed! Amen. Zij hebben kronen en witte klederen; zij zijn dus machthebbers èn in Goddelijke gerechtigheid; hoe wondervol. Openbaring 4 doet ons kennis maken met de ordening van het Millennium; deze wordt straks gevestigd met de wederkomst des Heren.


4. Bliksemen en Donderslagen en Stemmen
Vers 5a,
"En van de troon gingen uit bliksemen en donderslagen en stemmen,...."

Alles in de hemelse tabernakel getuigt van Goddelijke activiteit, Goddelijk leven, dat hier tot uiting komt in de genoemde bliksemflitsen en donderslagen en stemmen
Kunnen wij in dit huidig tijdsbestek Gods troon nog naderen als die der genade, hier leren wij, dat er veranderingen te verwachten zijn in een zéér nabije toekomst. Het is klaar en helder, dat Gods troon straks de troon van oordeel zal zijn, wanneer Zijn rechtvaardige oordelen over een goddeloze wereld zullen worden uitgestort met onweerstaanbare kracht.

Alsdan zal Zijn troon niets met genade van doen hebben! Wie zich een voorstelling wil maken van een en ander die bestudere: Exodus 9:23, "Toen strekte Mozes zijn staf naar de hemel en de Here gaf donder en hagel; en het vuur schoot naar de aarde en de Here liet hagel regenen."
 

5. Zeven vurige lampen ": De Zeven Geesten Gods"
Niet alleen gingen er bliksemen en donderslagen en stemmen uit de troon, maar Gods profetisch Woord zegt ons ook:

Vers 5b
.  ...en zeven vurige lampen waren brandende voor de tron; welke zijn de zeven Geesten Gods."

Hier aanschouwen wij de eeuwiglevende activiteit van God, de Heilige Geest, Die Zich hier niet vertoont in de gedaante van een "duif" zoals ten tijde van Zijn nederdaling op de Here Jezus, toen Deze stond in de wateren van de Jordaan en (door onderdompeling) was gedoopt door Johannes de Doper. Ook vertoont Hij Zich hier niet als op de eerste Pinksterdag in de opperkamer, toen Hij Zich manifesteerde als "vurige tongen" , Die op elk der aanwezigen werden gezien, waardoor deze 120 discipelen, aangedaan zijnde met "kracht uit de hoogte" ten eerste "begonnen te spreken met vreemde tongen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken", en ten tweede in Jeruzalems straten begonnen te getuigen en de Naam des Heren begonnen groot te maken. Neen, hier is God, de Heilige Geest, in de openbaring van "zeven vurige lampen"!

In de Bijbel is vuur nogaltijd het zinnebeeld van de onderzoekende en oordelende heiligheid van God.  Hier hebben wij dus te maken met de volheid van de Heilige Geest (zeven vurige lampen, in Zijn volmaaktheid als een ontdekkend licht en als een verterend vuur.
Deze "zeven Geesten Gods" zijn hier voor de troon om in overeenstemming met Gods heiligheid ALLES te onderzoeken en aan Zijn rechtvaardig oordeel prijs te geven. Alsdan zal de ganse aarde beven, de gehele wereld zal sidderen, de ganse schepping zal waggelen, als deze oordelen Gods beginnen

Gods kinderen kunnen een volmaakte rust ademen. Voor hèn zal de tijd van moeiten en zorgen, van verdriet en lijden , van verzoekingen en zonde, voorbij zijn! Wij kunnen dan gerust zijn en waarlijk rusten in Hem, Die getrouw is en het ook doen zal.
De chaotische toestand in deze boze wereld moge zich vergroten, de heersende verwarring toenemen - zeker, ook dit deel van het profetisch Woord zal in vervulling gaan, maar toch kunnen en mogen wij onze geloofsogen gevestigd houden op de troon van God in die geopende hemel. Want voor ons zit op die troon nog altijd onze trouwe God en Zijn almachtige en ver reikende arm is jegens ons nog steeds uitgestrekt,  niet alleen tot ondersteuning, maar ook om, waar nodig, krachtdadig in te grijpen! Hij doet dit om der wille van Zijn uitverkorenen, in het belang van Zijn Bruidsgemeente.

 

6. Een Glazen zee, kristal gelijk  
Vers 6a,
"En voor de troon was een glazen zee, kristal gelijk."
 
Het schaduwbeeld van deze "glazen zee" wordt gevonden in het wasvat in de tabernakel, die destijds in het midden van het volk Israël stond. Hetzelfde schaduwbeeld vinden wij in Salomo's tempel als de "gegoten zee"( 1Kon 7. : 23), In Openb . 15: 2-3 zien wij de overwinnaars staan "aan de oevers van de glazen zee", met citers in de handen en zingende het lied van Mozes en het Lam. Glorie, halleluja! Van deze plaats worden de overwinnaars alsdan aanschouwers van de oordelen, die over de boze wereld uitgestort worden!
 
Wonderbaar voorrecht èn onuitsprekelijke genade!
Hoe heerlijk dit nu  reeds te weten en onze blik daarop te mogen vestigen! Wij hoeven niets te vrezen: geen gericht, geen oordeel, want wie in de Zoon gelooft, komt niet in het oordeel, maar is uit de dood overgegaan in het leven. En wie de Zoon heeft... die heeft het eeuwige leven! Met deze glazen zee voor onze geestesogen en ons eveneens bepalend bij het wasvat in de voorhof van Israëls tabernakel, worden wij herinnerd aan de vermaning van de Doper, gericht aan het adres van de Farizeeën en de Saducceeën, die tot hem kwamen om gedoopt te worden: "Wie heeft u aangewezen te vlieden van de toekomende toorn?" (Matth.3:7),

Waarlijk, nadat wij geloofd hebben en gedoopt zullen zijn (overeenkomstig de Schriften), zullen wij verborgen zijn voor de oordelen Gods; en wij geloven dan ook, dat deze glazen zee in Gods verlossingsplan een eind- of slotfunctie heeft met betrekking tot onze volkomen zaliigheid, waarvan wij de hoogte en de diepte, de lengte en de breedte slechts ten dele kennen! Lof, dank en ere zij onze trouwe God en Vader in de hemel, Die ons in Jezus Christus, Zijn Zoon, heeft gemaakt tot "medeerfgenamen".
Wij zullen hierna de "vier dieren" in beschouwing nemen met hun posities en hun functies; wij zullen dan deze "vier wezens" nader bekijken in het licht van "de voortschrijdende openbaring van God". 
 

7. De vier dieren  
Vers 6b, 7-8,
"En in het midden des troons en rondom de toon, vier dieren, zijnde vol ogen van voren en van achteren. En het eerste dier was een leeuw gelijk, en het tweede dier,een kalf gelijk, en het derde dier had het aangezicht als een mens en het vierde dier was een vliegende arend gelijk. En de vier dieren hadden elk een voor zichzelf zes vleugels rondom, en waren van binnen vol ogen; en hebben geen rust dag en nacht, ... zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Here God, de Almachtige, Die was en Die is en Die komen zal."

Deze vier dieren geven het waarachtige, met Gods heiligheid overeenkomend karakter van de troon te kennen. Hun
verschijning hier en hun werkzaamheid herinneren ons aan vele andere dingen. Vanzelfsprekend is hier geen sprake van dieren in de engere zin van het woord, maar van vier levende wezens.  
De vraag wat ze voorstellen en wat ze te betekenen hebben, is alleszins gerechtvaardigd. Duidelijk staat er vermeld, dat het eerste dier "was een leeuw gelijk", het tweede dier "was een kalf gelijk",het derde dier "had het aangezicht van een mens", het vierde dier "was een arend gelijk".

 

Leeuw, Kalf, Mens en Arend
Alle vormen ze heenwijzingen naar de emblemen, die op de strijdbanieren van Israël te vinden waren.
Op de banier van het leger van JUDA kwam een LEEUW voor,
Op de banier van het leger van RUBEN kwam een MENS voor,
Op de banier van het leger van EFRAIM kwam een OS voor,
Op de banier van het leger van DAN kwam een AREND voor. (Num. 2: 3-25).

De profeet Ezechiël, die eveneens de troonsheerlijkheid zag (Ezech. 1:4-14) heeft ons deze vier wezens beschreven, die"de gelijkenis van een mens hadden en elk een had vier aan gezichten" en deze vier aangezichten waren dezelfde aangezichten, die Johannes aanschouwde.Ezech.1:10, "De gelijkenis nu van hun aangezicht was het aangezicht van een mens en het aangezicht van een leeuw hadden die vier aan de rechterzijde en ter linkerzijde hadden die vier het aangezicht van een rund, ook hadden die vier het aangezicht van een arend."
 
Dan staat er in vers 14 het volgende: "Die dieren nu liepen en keerden weder als de gedaante van een weerlicht."
Met andere woorden: deze vier wezens bewogen zich met de snelheid van het licht. Zij kwamen uit het vuur (de verzen 4 en 5) en hun gedaante was "als brandende kolen vuurs" (vers 13).
Ze waren onderling verbonden door vuur en uit dat vuur kwamen bliksemen voort (vers 13).

Deze vier levende wezens moeten wij zien als het ware "vol van de Godheid". Dit is niet moeilijk te verstaan in het licht van Hebr.12:29. ,"God is een verterend vuur".
Deze wezens hebben "ogen van voren en van achteren",hetgeen zeggen wil, dat ze alle dingen weten; kennis dragen van alle dingen en wel om deze dingen te beoordelen. Laat ons dit in beschouwing nemen met de volgende teksten.

Zach.3:9, "Want zie, aangaande die steen, welke Ik gelegd heb voor het aangezicht van Jozua, op die steen zullen zeven ogen zijn."
Openb.5:6,"En ik zag en zie, in het midden van de troon en van de vier dieren en in het midden van de ouderlingen , een Lam, staande als geslacht, hebbende zeven hoornen en zeven ogen: dewelke zijn de zeven Geesten Gods, die uitgezonden zijn in alle landen."

Wij concluderen, dat de ogen, waar de vier wezens uit onze onderhavige tekstgedeelten vol van zijn, doelen op de volheid van de HEILIGE GEEST! Deze ogen zien wij ook in de rok van de hogepiester (Exod.23:4). Deze rok spreekt ons van Christus' Hemelvaart IN en DOOR de kracht van de Heilige Geest. Deze vier wezens zongen samen met de 24 ouderlingen het nieuwe lied: "Gij (Jezus)  zijt geslacht en hebt ons gekocht met Uw Bloed, uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie (Opnb.5:9b).

De vier levende wezens kunnen uit hoofde van de worden van dit gezang onmogelijk behoren tot de schepping der engelen, noch tot die der Cherubijnen, want deze heblen geen verlossing van node: Zij moeten behoren tot de klasse der mensen, voor wier verlossing Jezus Christus aan het kruis gestorven is en Zijn Zoenbloed heeft gestort: Amen.

Cherubs maken deel uit van de Godheid, maar deze levende wezens zijn mensen, toch worden ze in Ezech.10 zo genoemd , maar indien wij bedenken, dat ze vol zijn van God de Heilige Geest, zo is deze in Ezech.10 gegeven benaming niet moeilijk ze verstaan.
Ons rest nog deze opmerking: De levende wezens van Ezechiel  hadden elk VIER vleugels, terwijl die in Openbaring ZES vleugels hebben.
 

De dragende kracht
Vleugels symboliseren in het profetisch Woord altijd het werk van de Geest van God door alle eeuwen heen, maar in het bijzonderde dragende kracht van dat Werk. Nu staat in het Raadsplan van God (zie hiervoor de 1 profetisch jaar voor 1000 jaren.)
In het geval van de vier levende wezens uit Ezechiël, waar elk van hen, vier vleugels heeft, houden deze vier vleugels verband
met de 4 profetische jaren of 4 x 1000 jaren, die het kruis vooraf gaan; terwijl de zes vleugels van elk der wezens uit Openbaring slaan op de 6 profetische jaren of 6 x 1000 jaren die er verlopen vanaf de val in Eden tot de tweede komst van Christus.

Voort lezen wij in Openbaring nog van "een Vrouw, aan Wie zijn gegeven twee vleugels eens groten arends." Het is thans niet moeilijk meer om te verstaan, dat deze twee vleugels ons spreken van de 2 profetische jaren of 2 x 1000 jaren, die er zijn vanaf Christus' eerste komst tot Zijn tweede komst.
Laat ons nu terugkeren tot de vier levende wezens, die uit het geslacht der mensen zijn gekocht met het Bloed van het Lam, geslacht voor de grondlegging dezer wereld, om hun aanwezigheid in de hemelse tabernakel nader te beschouwen.

Deze vier levende wezens zijn die vier verloste heiligen, die in een verheerlijkt lichaam ten hemel zijn gevaren.... en dus de dood nimmer hebben gezien. De Bijbel kent slechts vier van zulke stervelingen, die met een verheerlijkt lichaam - immers hoe kan het anders? - de dood gepasseerd moeten zijn. Deze personen zijn respectievelijk:


HENOCH: "de zevende van Adam", die met God wandelde. God nam hem weg, omdat hij het getuigenis bekwam, dat Gode behaagde(Gen. 5:24, Hebr.11:5).

MOZES: die op de leeftijd van 120 jaren stierf en door God Zelf werd begraven, zodat niemand zijn graf wist... (Deut.34:5-7). Judas 9 verhaalt ons van de strijd tussen Michaël en de duivel, in welke strijd het ging om "het lichaam van Mozes" . Dit lichaam werd dus de dood niet overgegeven, maar werd opgenomen in heerlijkheid. Een en ander MOET hebben plaats gehad, anders zou het voor de Wetsman Mozes onmogelijk zijn geweest om te verschijnen op de berg der verheerlijking samen met Elia om er met Jezus te spreken (Mark.9:4).

ELIA: van wiens hemelvaart wij het verslag hebben in 2Kon.
2:11, "En het geschiedde toen zij (Elia en Elisa) voortgingen, gaande en sprekende, zie, zo was er een vurige wagen met vurige paarden, die tussen hen beiden scheiding maakten; alzo voer Elia met een stormwind ten hemel."

JEZUS: de Zoon des mensen. Het historisch verslag in Hand. 1:10-11 geeft ons Jezus' hemelvaart in tegenwoordigheid van twee mannen in witte kleding. Gelijk een iegelijk in Israëls leger zich onder zijn eigen banier of standaard moest scharen, alzo vertegenwoordigen deze vier personen de standaard van de heirscharen van de Here God in de vier onderscheiden tijdperken van Gods Raadsplan van Verlossing
 
Wij krijgen dus achtereenvolgens:
Onder de standaard van HENOCH vergaderen zich ALLE gelovigen uit DE EERSTE TIJDSBEDELING.
Onder de standaard van MOZES vergaderen zich ALLE gelovigen uit DE WETSBEDELING.
Onder de standaard van ELIA vergaderen zich ALLE gelovigen uit DE TIJDSBEDELING VAN ISRAELS PROFETEN.
Onder de standaard van JEZUS vergaderen zich ALLE gelovigen uit DE DERDE EN LAATSTE TIJDSBEDELING. Deze laatste is de Bedeling van de Heilige Geest of wel van die van de gemeente. Met betrekking tot Jezus wordt deze bedeling gezien. als die van "de MENS Jezus".

Gezien het bestek van deze Openbaringstudie zou het ons ver voeren, wanneer wij over het vorengaande nog verder en nog dieper zouden uitwijden. Wel kunnen en willen wij reeds hier mededelen, dat straks bij de behandeling van hoofdstuk11 van Openbaring dieper wordt ingegaan op"de bediening van de twee getuigen ". De omvang en de heerlijkheid van deze bediening zullen wij straks duidelijker en beter mogen verstaan.Nog enige typologische studies laten wij hier volgen:

De AREND staat voor de persoonlijkheid van HENOCH. Hij is een typebeeld van DE HEMELVAART VAN DE GEMEENTE in arendskracht(Exodus 19:4, Openb.12:14).

De OS staat voor de persoonlijkheid van MOZES, de van Godswege aangewezen bevrijder van Israël en de bezorger van de Wet en de offeranden. Hij stierf, werd door God begraven, stond daarna in Gods kracht op uit de doden en voer ten hemel. Hij typeert DE DIENSTKNECHT VAN GOD.

De MENS staat voor de persoonlijkheid van ELIA. Hij is het beeld van AL DIEGENEN, DIE DE AANBIDDING VAN DE Baal IN WELKE VORM EN GEDAANTE OOK HEBBEN GEWEIGERD EN STRAKS ZULLEN WEIGEREN.

JEZUS is de LEEUW van Juda. Wij mogen hiervoor gevoegelijk verwijzen naar Openb.5:5; Jes.5:26; 11:10-12;49:22;59: 19;62:10; Psalm 20:4-6; Hoogl.v.8 2:4; 6:4 en 10,.

Daar is nog een andere plaats in de Heilige Schrift,waar wij de wondervolle symbolen vinden van deze zelfde personen
of levende wezens, en wel in de tabernakel van Israël.In die tabernakel was op de scheidingslijn van het Heilige en het Heilige der Heiligen de voorhang opgehangen aan vier pilaren.
Verondersteld mag worden, dat wij bekend zijn met de anti-type-beelden die dit Heilige en Heilige der Heiligen ofwel Heiligdom en Allerheiligdom vormen, namelijk: de tijdsbedelingen van respectievelijk die der Gemeente en die van het Duizendjarig Vrederijk van Christus of wel het Millennium.

Deze vier pilaren spreken ons van deze vier persoonlijkheden, die een groot aandeel hebben gehad in Gods Plan van Verlossing en die straks bij de overgang van deze beide bedelingen weer hun aandeel krijgen in datzelfde plan, wanneer de geente de VOORHANG VAN VOLKOMEN KRUISIGING zal passeren. Alles wat gebeuren zal in "deze profetische doorgangs-tijden vinden wij beschreven in Openb.5:8-14; 6:1-11; 7:11-12; 14:3; 15:7 en 19:4.

vers 9,
"En wanneer de dieren heerlijkheid en eer en dankzegging gaven Hem Die op de troon zat, Die in alle eeuwigheid leeft.

Een gans nieuw toneel doet zich nu voor, een briljant schouwspel van onvergelijkelijke schoonheid en heerlijkheid speelt zich nu af
Zij, die in Gods tegenwoordigheid vertoeven verlaten allen hun plaatsen om Hem, Die leeft in alle eeuwigheid te aanbidden; Ja, méér nog dan aanbidden alleen , want er staat geschreven:

Vers 10-11,
"Zo vielen de vier en twintig ouderlingen voor Hem, Die op de troon zat en aanbaden Hem, Die leeft in alle eeuwigheid en wierpen hun kronen vóór de troon, zeggende: Gij, Here, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid en de eer en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen en door Uw wil zijn zij geschapen."

Bliksemen en donderslagen en stemmen, komende vanuit de troon, konden deze allen niet bewegen hun plaatsen te verlaten; doch niet zodra neemt de aanbidding een aanvang, of zij kunnen onmogelijk langer op hun tronen blijven zitten.....en ook zij buigen zich dan neder voor de Almachtige en aanbidden Hem. Die leeft tot in alle eeuwigheid, de Schepper van hemel en aarde!
Daar is geen aanbidding mogelijk zonder kennis, zonder begrip, zonder instemming met Gods raadsbesluiten. En dat is wat hier in de hemelse tabernakel, in het Koninkrijk der hemelen, het geval is.

Zij kennen hun God, zij begrijpen en verstaan ten volle Zijn wegen; zij leven in Zijn alwijze plannen en raadsbesluiten. Hun is dan ook het geestelijk inzicht gegeven, want zij zijn waarlijk de Goddelijke natuur deelachtig geworden.
Zij aanbidden dan ook in het volle bewustzijn van Gods grootheid en almacht, en in het diepste besef van nun eigen onwaardigheid nemen zij de kronen van hun hoofden en werpen die neer voor de troon, zeggende hetgeen wij geschreven vinden in vers 11.
Wordt in het volgende hoofdstuk de waardigheid en het werk van het Lam van God geprezen, hier wordt Hem, Die Schepper en Bestuurder aller dingen is, alle kracht toegekend en alle dank gebracht. Glorie voor God!

Hiermee wordt dan het bewijs geleverd, dat deze heiligen waarlijk de ware kennis van Gods Gods heilig Wezen en van Zijn macht bezitten!
En waarom zou God ins NU reeds al deze dingen openbaren? Met geen ander doel, dan dat wij er ons na reeds in zouden verheugen met die onuitsprekelijke vreugde, die Hij alleen ons schenken kan; een vreugde, die alle verlangens naar iets anders te niet kan doen!
Psalm 16:11b, "Verzadiging der vreugde is bij Uw aangezicht".

Door het geloof weten wij, dat wij reeds nu de voorsmaak kunnen hebben van deze intense hemelblijdschap. Wij kunnen ons deze in dit leven reeds genieten in Christus, want wat straks in de hemel onze vreugde en zekerheid uitmaakt, dat doet het op de aarde ook.
Daar is in beginsel geen onderscheid, alleen zullen wij straks dáár beter kennen, nog intenser genieten. Vandaar dan ook, dat wij nu reeds op de zelfde wijze kunnen aanbidden, zoals wij dat eenmaal in de hemel zullen doen.


Wij geloven dan ook vast en zeker, dat de Here Jezus Christus ons deze tonelen doet aanschouwen, opdat wij nu reeds zouden weten op welke wijze Hij aangebeden wil worden, HOE Hij verheerlijkt wil worden, opdat wij als ware aanbidders de Vader zouden aanbidden in geest en in waarheid.0, welk een onuitsprekelijke genade! Welk een wonderbaar voorrecht in Christus! Alle vrees kan worden uitgedreven door de liefde van God, en dan..... als alle vrees weg is uit ons hart, dán pas kunnen wij aan niets anders denken dan aan het verheerlijken van Hem, Die straks als de RECHTER der ganse wereld komen zal ....... ...

 


 

Terug ~~ Omhoog  ~  Verder