Die is, Die was en Die komen zal
De "Openbaring"nader beschouwd


* Verborgen hoop ...
Lees verder

* Waarom de Openbaring werd gegeven
Lees verder

* De brieven aan de zeven gemeenten
Lees verder

* Efeze
Lees verder

* Smyrna
Lees verder

* Pergamus
Lees verder

* Thyatira
Lees verder

* Sardes
Lees verder

* Filadelfia
Lees verder

* Laodicea
Lees verder

* Nabeschouwung
Lees verder

* De troonsheerlijkheid van de Vader
Lees verder

* De heerlijkheid der verzoening door God de Zoon
Lees verder

* De zegels worden geopend.
Lees verder

* 1ste zegel
Lees verder

* 2de zegel
Lees verder

* 3de zegel
Lees verder

* 4de zegel
Lees verder

* 5de zegel
Lees verder

* 6de zegel
Lees verder

* 7de zegel
Lees verder

* De Goddelijke oogst voor en na de grote oordelen van God
 Lees verder


* De bazuinen gaan klinken
Lees verder

* 1ste-4de bazuin
Lees verder

* 5de bazuin
Lee verder

* 6de bazuin
Lees verder

* 7de bazuin
Lees verder

* De culminatie der demonische machten
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt  de wereld aangezegd
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt de wereld gegeven
Lees verder

* De openbaring van Gods grote verborgenheid
Lees verder

* De antichrist en zijn heerschappij
Lees verder

* Gods wegen in genade en gericht
Lees verder

* De zeven fiolen vol van de toorn van God
Lees verder

* De zeven fiolen van Gods toorn worden uitgegoten
Lees verder

* Gods oordeel over het grote Babylon als geestelijke macht
Lees verder

* Gods oordeel  over het grote Babylon als politieke en economische macht
Lees verder

* De inleiding tot het grote duizendjarig Rijk van Christus
Lees verder

* Aanvang en slot van het duizendjarig Vrederijk
Lees verder

* Taferelen uit Gods eeuwigheid en van het Nieuwe Jeruzalem
Lees verder

* Besluitend visioen en Jezus' laatste woorden
Lees verder



 

 

 

Home - Sitemap


Besluitend visioen en Jezus' laatste woorden
Het is de Openbaring, .... de ontsluiering van de tijd van het einde


 

De eeuwige heerschappij van Gods Bruidsgemeente


Dit hoofdstuk begint met de beschrijving van een overvloeiende stroom van Goddelijk Leven en van Goddelijke Zegeningen, die ontspringt uit de Troon, waarvan vroeger Gods oordelen uitgingen!
David zong eertijds van een "rivier", waarvan "de wateren de stad Gods zullen verblijden" (Pslm. 46:5) . Het zijn de eeuwigdurende "getuigenissen" van de Heilige Geest tot eer en verheerlijking van de Christus. Amen.

Vers 1,
"En hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit de troon Gods en des Lams."


Vroeger zagen wij deze troon en Hem, Die daarop zat, terwijl het Lam Zich in het midden van die troon bevond. Hier zien wij nu voor de eerste maal, dat het "zowel Gods troon is, als die van het  Lam." Wij geloven, dat de Bruid, de Vrouw des Lams, "het Goddelijk Kanaal" is van de wondervolle zegeningen van de aarde gedurende het Millennium.
Eenmaal deelden de discipelen van de Here het brood, dat door Hem vermeerderd was, uit aan de hongerige scharen; zo zullen de heiligen van de Bruidsgemeente de hemelse zegeningen mededelen aan die anderen, die alsdan de aarde zullen bevolken.
 
Deze rivier vol water van het Leven, klaar als kristal, komt voort (dat is: "ontspringt") uit Gods troon en van het Lam. De Heilige Geest komt immers voort uit de Vader én de Zoon. Dat wij dit goed mogen verstaan, in Nieuw-Testamentisch licht, lettend op wat Jezus van Hem heeft getuigd!
En waar God, de Heilige Geest is, aldaar is overvloedig leven... Bij het onderzoek der Schriften, en van dit Bijbelboek in het bijzonder, vangen wij een "glimp" op van dit Goddelijke Leven. Onze "ervaring" in en door de vervulling met de Heilig Geest, is dan ook "een voorsmaak van die Goddelijke Volheid die Gods heiligen wacht. Halleluja! Wij noteren derhalve het  volgende...

  
1. Een leven van gemeenschap met Hem
 I Kor.13:12: "Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht. ..".
I Joh.3:2
: ""Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen….. want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is"..
Joh.14:3
: “Ik kom weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij oook zijn moogt, waar Ik ben".
Openb.22:4
:: "En zij zullen Zijn aangezicht zien".

2. Een leven van absolute rust 
Openb.14:13:  "En ik hoorde een stem uit de hemel, die tot mij zegde: Schrijf, zalig zijn de doden, die in de Here sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun  arbeid; en hun werken volgen met hen"".

3. Een leven van volmaakte kennis
I Kor.13:12b
: ,....nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben".

4. Een leven van heiligheid 
Openb.21.27
: "En in haar zal niet inkomen, iets, dat ontreinigt, en gruwelijkheid doet, en leugen spreekt; maar die geschreven zijn in het boek des levens des Lams"(Openb.21.27).

5.Een leven van volmaakte blijdschap 
Openb.21:4
: ""En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan"

6. Een leven van blijmoedig dienen
Openb.22:3
: "En geen vervloeking zal er meer tegen iemand zijn; en de troon Gods en des Lams zal daarin zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen".

7. Een leven van overvloedigheid   
Openb.21:6
: "Ik zal de dorstige geven uit de fontein van het water des levens om niet".

8. Een leven vol heerlijkheid 
II Kor.4:17
: "| Want onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat, werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid".
Kol.3:4
:  "Wanneer nu Christus geopenbaard zal zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid".

9. Een leven van aanbidding 
Openb.19:1
: "En na dezen hoorde ik als een grote stem ener grote schare in de hemel, zeggende: Halleluja, de zaligheid en de heerlijkheid, en de eer, en de kracht zij de Here, onze God".
Openb.7:9-12:  "Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natieen, en geslachten, en volken, en talen, staande voor de troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen; en palmtakken waren in hun handen. En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onze God, Die op de troon zit, en het Lam. En al de engelen stonden rondom de troon, en rondom de ouderlingen en de vier dieren; en vielen voor de troon neder op hun aangezicht, en aanbaden God, zeggende: Amen. De lof, en de heerlijkheid en de wijsheid en de dankzegging en de eer, en de kracht en de sterkte zij onze God in alle eeuwigheid. Amen.".
 
Geen gered en verlost individu zal ooit ten volle kunnen verstaan, welke die hemelse heerlijkheid is, die ons in Gods Bijbel wordt voorgesteld! Johannes, de apostel heeft alles tezamen gevat met de woorden, opgetekend in I Joh.3:2...
W geloven dan ook, dat de heerlijkheid van onze verwachting hierin bestaat, dat wij getransformeerd zullen worden "na Zijn gelijkenis" - zondeloos, onsterfelijk en met de voor
tdurende ervaring van Goddelijke volmaaktheid. Onze eeuwige staat is niet afhankelijk van onze positie en heerlijkheid, maar van God Zelf.
 
Wij verwijzen in dit opzicht naar de passages in respectievelijk Openb.1:5-6 en 5:12-13, en 7:12. Gelijk deze "rivier van water des levens" haar opwekkende en verkwikkende stromen doet vloeien, zo levert " de boom des levens" ook "volheid van spijs voor allen"
 
Vers 2,
. "In het midden van haar straat en op de ene en andere zijde der rivier was de boom des levens, voortbrengde twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijn vrucht; en de bladeren des booms waren tot genezing der heidenen (Eng. Vert. "volkeren")".
 
Toen de mens zondigde in de Hof op aarde, dreef de Here God hem uit, en de toegang tot de boom des levens werd hem versperd door "een vlammig lemmer eens zwaards, dat zich omkeerde, om te bewaren de weg van de boom des levens" (Gen 3:. 24). Anders zou die zondige mens in zijn zondige staat daar van hebben gegeten en voor eeuwig in die staat voortgeleefd hebben!
 
Maar dat vlammend zwaard trof het hart van de Here Jezus  Christus Zelf!. En nu maakt de openbaring des Geestes ons bekend, dat Hij, Die op het kruis stierf en ten derden dage opstond uit het graf, die "Boom des Levens" is, Wiens bladeren voor de genezing zijn der volkeren gedurende de Messiaanse heerschappij , terwijl zijn vruchten tot spijze en versterking zuillen zijn van Zijn verloste heiligen, wanneer deze zullen staan aan de oevers van deze kristalklare rivier des Levens! Glorie voor Hem, Die onze zonden op Zich nam. Ge wonder, dat wij verder lezen:
 
Vers 3,
"En geen vervloeking zal er meer tegen iemand zijn; en de troon Gods en des Lams zal daarin zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen."


Zijn dienstknechten zullen hun vreugde vinden in het dienen van Hem, Die in de donkerste dagen hen zo getrouwelijk gediend heeft en hen nimmer heeft verlaten. Zij zullen Hem niet als "huurlingen" dienen, maar met uitbundige vreugde zullen zij zich wijden aan deze dienst. Daarom staat er geschreven:

Vers 4,
"En zij zullen Zijn aangelicht zien en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn"  en: deze wondervolle omschrijving eindigt met...

Vers 5,
"En aldaar zal geen nacht zijn, en zij zullen geen kaars noch licht der zon van node hebben; want de Here God verlicht hen; en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheid."

Hoe nauw is het begin en het einde der Heilige Schrift met elkaar verbonden! Evenals in Eden, vinden wij ook hier een "rivier" en een "boom des levens".Echter, en hier willen wij dan ook extra op wijzen, géén 'boom der kennis des goeds en des kwaads", aangezien deze voorgoed is verdwenen. Immers is hier géén "test" meer nodig. Want niets herinnert meer aan 's mensen verantwoordelijkheid. Genade, en genade alleen, kenmerkt het Lichaam van Christus in heerlijkheid! Van Christus wordt gezegd, dat Hij komen zal "met genezing onder Zijn vleugelen".

Alles wat Zijn heiligen nodig hebben komt van Hem.; maar alles komt straks tot de aarde door het kanaal van Gods heilig en Nieuw Jeruzalem, de bruid , de vrouw des Lams. Zij participeert in alles!
Alles is dan ook met Goddelijke orde en perfectie door de Here Jezus Christus gerangschikt; en ieder zal de hem eigene plaats innemen en zijn kenmerkend karakter bewaren. Dit recht te mogen verstaan, doet ons "de sleutel" vinden voor de verklaring van veel dat volgt.

Merken wij dan ook op, dat alle dienst volmaakt is, en voor niemand zal zijn betrekking tot Hem een verborgenheid zijn. Wat een wondervolle staat! Wat een zalige kennis!"Heersen tot in alle eeuwigheid", ja, zó staat er geschreven. Er is hier dus duidelijk sprake van "eeuwige duur".
Christus' Bruid heeft in en door Christus deel aan dit alles. Evenmin als er een einde komt aan haar heerlijkheid, zal er ook geen einde zijn aan haar heerschappij. Tot in alle eeuwigheden zal zij schitteren door de Shekinah -glans der Heerlijkheid Gods; en tot in der eeuwigheid zal zij met haar Hemel-Bruidegom regeren. De waarde en de belangrijkheid   en het gezag van de ze boodschap komen duidelijk naar voren in de v.v. 6 en 7. Letten wij in het bijzonder op de aankondiging: "Zie, Ik kom haastiglijk", en vergelijkt dit met hetgeen geschreven staat in de v.v. 12 en 20!


Besluitende waarschuwingen en beloften
Hiermede besluit de schildering van die zo heerlijke Gods-Stad, en hiermede nemen de gezichten, die de zierner van Patmos zijn getoond, een einde...
Nu volgen nog enkele waardevolle waarschuwingen en aanmoedigingen, die gepaard gaan met de heerlijkste bewijzen van de meest innige gemeenschap van Christus en Zijn Lichaam, de Gemeente.
 
Vers 6-7,
 "En Hij zeide tot mij: Deze woorden zijn ge trouw en waarachtig; en de Here, de God der heilige profeten, heeft Zijn engel gezonden, om Zijn dienstknechten te tonen, hetgeen haast moet geschieden. Ziet, Ik kom haastiglijk. Zalig is hij, die de woorden de profetie dezes boeks bewaart."
 
Met zulke plechtige woorden begint dan het slot van Boek Openbaring. Op gelijke wijze als het aanving,
wordt het ook besloten. Want in Openb.1:3, lazen wij: "Welgelukzalig die leest, en zij, die horen de woorden der profetie en die bewaren, hetgeen daarin geschreven is; want de tijd is nabij." De Here Jezus verbindt hier Zijn komst met de gelukzaligheid van Hem,die de woorden der profetie bewaart. En het is de Heilige Geest, Die op plechtige wijze de profetie, die nu tot een einde is gebracht, aan de ernstige overdenking en behartiging der heiligen aanbeveelt.

Hij geeft dit boek aan Zijn volk als "een iicht, schijnende in een duistere plaats
". . Het moet voor alle kinderen Gods strekken tot heil van hun ziel en tot bevordering van hun gemeenschap met de Here God. Het is Zijn heilige wil, dat wij niet alleen de volheid van Zijn genade zullen kennen, maar ook de oordelen, die over de wereld zullen komen. Het is voorts ook Zijn wil, dat alle heiligen zullen verstaan, dat dit boek, dat ons het oordeel en het einde der wereld voorzegt, ons tegelijkertijd onze bevrijding van die komende oordelen aantoont.

Openbaring toch maakt het zo helder als de dag, dat het Lichaam van Christus veilig gesteld zal zijn, eer deze oordelen losbreken.
Van hoe groot belang zijn derhalve de woorden der profetie voor de Gemeente van de Here Jezus Christus! De Heilige Geest is de Uitvoerder van al Gods plannen en wijze raadsbesluiten. Hij doet ons deze kennen, doch deelt ons tegelijkertijd mede, dat daar een hemelse heerlijkheid is, die Gods heiligen van alle eeuwen wacht, en dat zij de ongestoorde rust in het genot Zijner Tegenwoordigheid zullen smaken.
 
Welke verschrikkelijke gebeurtenissen in Openbaring ook uitgebeeld worden..., welke rampzalige oordelen over een goddeloze wereld dreigen, en over een afvallig Christendom,... Gods heiligen kunnen zich verblijden, omdat hun Here en Zaligmaker haastiglijk komt, Die allen een woning heeft toebereid in het Huis des Vaders!
   
Walk een "effect" heeft dit alles op de geliefde apostel! Er staat dan geschreven:

Vers 8-9,
 "En ik, Johannes, ben degene, die deze dingen gezien en gehoord heb. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neder om aan te bidden voor de voeten des engels, die mij deze dingen toonde. En hij zeide tot mij: zie, dat gij het niet doet; want ik ben uw mede-dienstknecht, en uwer broederen, der profeten, en dergenen, die de woorden dezes boeks bewaren; aanbid God".


Een ogenblik dacht Johannes, door de verhevenheid va
n het visioen daartoe geleid, dat de Here Jezus Zèlf Zich in deze manifestatie aan hem vertoonde. Doch het was niet de Here, maar één van Zijn dienstknechten. Daarvandaan, dat deze de hulde absoluut afwijst en weigert!
Voorwaar, hier is voor duizenden belijdende Christenen een ernstige waarschuwing. Christenen, die geleid doo
r de dwalingen van het pausdom en zijn priesters, de engelen  en menigten van ontslapen kinderen Gods hun aanbidding brengen en aller voorbede bij God begeren en afsmeken!


Wi hebben hier te maken met een"mens", een "sterveling", di
e eenmaal op aarde leefde, en die God zó heeft gediend, dat er van hem geschreven staat, dat "hij met God wandelde, en niet meer was"; want God nam hem op in de hemel! Zo getrouw als hij op aarde was, evenzo is hij het hier.
Vandaar zijn vermaning aan Johannes' adres. God is de Enige, Die wij moeten aanbidden.
 
Vers 10,
"Verzegel de woorden der profetie dezes
Boeks niet; want de tijd is nabij."
 
Deze woorden doen ons herinneren aan
Daniel12:4.
De
Nieuw Testamentische schrijvers hebben andere woorden gebruikt, doch met dezelfde strekking. De apostel Johannes schrijft: "Kinderkens! het is de laatste ure.". Petrus zegt: "Het einde aller dingen is nabij", en Jakobus betuigt: "De Rechter staat voor de deur."
Het getuigenis van Paulus luidt: "Al deze dingen zijn hu
n overkomen tot voorbeelden, en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op wie de einden der eeuwen gekomen zijn."

In de dagen van de profeet Daniël, was de tijd
voor Gods volk, Israël, nog niet gekomen... Thans leven wij, Gods geestelijk Israël, Zijn Gemeente, in de laatste dagen. Dientengevolge moet nu de profetie in Openbaring, niet verzegeld worden. In deze tijdsbedeling dienen allen de Here God te
aanbidden; en in de
aanbidding van onze Here Jezus Christus, aanbidden wij God Zelf, want "in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk:" (Kol.2:9).Van deze tijd sprekende, zegt de eerder bedoelde engel/dienstknecht:
 
Vers 11,
"Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde; en die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd worde; en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde."
 
Het boek wordt dus nie
verzegeld, maar daarentegen "open" voor allen! "Het is de Openbaring, .... de ontsluiering van de tijd van het einde. En het is de grote verantwoordelijkheid, verbonden aan iedere bediening in het Lichaam van Christus, om deze bekend te maken.
Ziende op het tiende vers neemt o
nze verantwoordelijkheuid toe.
Dat wij dit allen zullen verstaan! Straks houdt het Evangelie der genade, dat wij thans nog, dank zij
Gods voorzieningen en barmhartigheid, mogen en kunnen prediken, op.


De tijd der genade is spoedig voorbij, en dan is de deur gesloten! Wat betekent dit? Het uur van Gods oordeel is dan dáár, en de tijd om verantwoording te doen, is aangebroken. Het is een tijd, waarin geen verandering in de toestand der mensen meer plaats vinden zal; een tijd,
waarin het lot, de bestemming van een iegelijk voor eeuwig is beslist.
CHRISTUS ZELF IS DE RECHTER! Hij is getrouw en rechtvaardig. En iegelijk ontvangt het loon, dat hij
waard is...
  
Vers 12,
"En ziet, Ik kom haastiglijk, en Mijn loon is met mij, om een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn."
 
Hier hebben wij de bevestiging van wat tevoren reeds werd gezegd: het oordeel is gekomen. Een iegelijk ontvangt naar hetgeen hij gewerkt heeft.
Goddelijk evenwicht is een Goddelijk beginsel in het hele raadsplan van God! Ook"werken" zijn nodig en belangrijk (vergelijken wij een en ander met Jak.2:17-26). Het zijn de woorden van de Grote "Ik Ben".

Vers 13,
" Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het
 Einde, de Eerste en de Laatste."

Ziet ook Openb. 1:8; 21:6 - vergelijkt ook met Jes. 41:4; 44:6 en 48:12. Laat dit een ieder genoeg en
gezegd zijn. Hij is de Onveranderlijke in woord en daad!
In de twee nu volgende verzen wordt door de profeet nog een laatste blik geworpen op beide: "gelukzaliggen" en "goddelozen". Wij lezen dan in dit verband:

Vers 14-15,
" Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan de boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad.
Maar buiten zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet."

Het is een zaligspreking, en wel de laatste! Gezegend zijn zij, die hun klederen gewassen hebben in het bloed van het Lam Gods!
Hier worden allen, die door de verlossing door en in Christus, met Hem ook in de meest innige gemeenschap gekome
n zijn, gesteld tegenover hen, die verleid en misleid door duivel en zonden,  verdorven zijn.
De laatsten hebben generlei deel aan de gelukzaligheid... Hier hebben wij de aansporing om onszelf te onderzoeken,
om te weten tot welke klasse wij behoren.


Vergissen is menselijk, maar erg! Zelfbedrog is f
unest; want hoe verschrikkelijk zal het zijn, aan de deur te kloppen, om dan te vernemen uit de mond van de Here Jezus Christus: "Ik ken u niet,... Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der ongerechtigheid".
Nog een
aller laatste woord volgt dan, gericht tot de Gemeenten
( zie Openb. 2 en 3) .
 
Vers 16,
"Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om deze dingen te getuigen in de gemeenten. Ik ben de Wortel en het geslacht Davids, de blinkende Morgenster."
 
Hoe zou Hij, Die het Hoofd is van Zijn Gemeente, de hart-verwarmende mededeling van de in dit boek vervatte verborgenheden kunnen besluiten, zonder nog eenmaa
l gewag te maken van die zo innige betrekking, die er tussen Hem en de Gemeente bestaat! Zoiets is onmogelijk voor Zijn liefhebbend hart, dat liefheeft tot het eind. Is niet  Zijn Gemeente ,Zijn Lichaam, de vertrouwde van al Zijn gedachten en plannen?
Wordt aan
haar niet alles medegedeeld, wat in "de laatste dagen" gaat gebeuren? Daarom richt Hij Zich nog éénmaal persoonlijk tot haar, nu het einde van deze mededelingen gekomen is.
 
Het zijn heerlijke, vertroostende en bemoedigende woorden van Jezus' lippen! Als God en als Zoon des mensen stelt Hij Zich vóór ons in Zijn uitzonderijke, heilige betrekking tot de Gemeente, als "de blinkende Morgenster". Halleluja!
Hij is inderdaad de Wortel en het geslacht van David. David is uit Hem ontsproten, want Hij is de Schepper van allen ("eer Abraham was, ben Ik." ); maar Hij is ook uit David voortgekomen in de zin van: Hij is warachtig mens, gelijk Hij ook waarachtig God is.
 
Wanneer de Here van hemel en van aarde in Zijn heerlijkheid verschijnt, komt Hij als "de
Zon der gerechtigheidheid, , met genezing onder Zijn vleugelen voor alle gebrokenen en verslagenen."  Aan allen, die wachtende, verwachtende en daarom wakende zijn gedurende de nacht dezer wereld,... aan diegenen, die dus niet slapen gelijk de anderen, aan hen, die met de tederste genegenheid naar Hem uitzien, maakt Hij Zich thans bekend als DE BLINKENDE MORGENSTER, Die de Grote Morgen van de wedergeboorte aller dingen inleidt....
 
0, volheerlijke Morgenster, hoe heerlijk en hoe zalig is Uw verschijnen! Eer de dag is aangebroken, gaat Gij op; is Uw verschijnen, o Here; ...Uw komen, als de Zon der gerechtigheid, als de bevrijding van al Uw gunstgenoten,..... bevrijding uit de donkere en onheilspellende nacht, om alsdan in de "woningen van eeuwig licht" de
plaats, door U toebereid, in te nemen!
Geen wonder, dat het antwoord van de Bruid op deze heerlijke aankondiging des Heren de vurige wens inhoudt, Hem te zien in al Zijn schoonheid en heerlijkheid, waarvan zij zo dikwijls heeft mogen zingen.
Hij heeft haar, Zijn Bruid, toegeroepen, en die Bruid antwoordt met een vreugdevol: "Kom!"
 
Vers 17a,
"De Geest en de Bruid zeggen: Kom."
 
Dus niet de Bruid alleen, maar mèt haar spreekt óók de Heilige Geest het intense verlangen uit. De Heilige Geest, Die in de Bruid woont en Die ons ook leert: "Abba, Vader", getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods
zijn. Hij is het, Die met ons zucht in al onze moeiten en smarten, en onze onuitsprekelijke verzuchtingen tot God brengt. Já, Hij is het ook, Die de woorden des Heren tot ons brengt; Die het uit Jezus neemt, en ons verkondigt.., Die onze ziel met liefde voor Hem vervult, en het verlangen naar Jezus' komst in ons wekt, versterkt, vermeerdert en doet toenemen in vurigheid.
 
Voorwaar, dit is het meest treffende bewijs van Zijn wonen in ons, en van de afhankelijke positie, die Hij (alhoewel één met de Vader en de Zoon in Wezen en bedoeling) inneemt, zolang dit Lichaam van de Here Jezus Christus als
Zijn voortreffelijke getuigenis nog op aarde is. Maar er is hier nog méér... De Geest en de Bruid richten zich tot allen, die dit geroep vernemen, en nodigen allen uit om daarmede in te stemmen.
 
 
Vers 17b,
"En die het hoort, zegge: Kom!"
 
Zó zal het ook altijd zijn; want het naar Jezus verlangend hart zoekt naar "medegenoten zijner vreugde"...Er moet een "gemeenschappelijk verlangen " zijn. Vandaar die onwederstaanbare uitnodiging:
 

Vers 17c,
"En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet."
 
Ziende op haar Bruidegom, is haar ziel bevestigd in de genade, en nodigt zij allen, die dorst hebben, en die komen willen uit, om te komen, en het water des levens om niet te ontvangen.Hoe verheven en hoe begeerlijk is het standpunt, dat zij inneemt! Haar genegenheden zijn uitsluitend gevestigd op haar Here, haar Meester en Bruidegom in de hemel,...Die zij ook verwacht, en naar
wie zij intens verlangt,  Allen, die Zijn verschijning liefhebben, worden uitgenodigd om met haar dit vurige en heilige verlangen te delen. Glorie voor Jezus!
Een hoogst ernstige waarschuwing mag echter, in dit verband, niet achterwege blijven..
 
Vers 18-19,
. . "Ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort!: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn; en indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levensen uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is."
 
Laat ons opmerken, dat, wat hier gezegd wordt, ook beantwoordt aan hetgeen wij in vers 14 lazen. Hoe hoogst ernstig is dan d
eze waarschuwing, waarmede hoofdstuk en boek besluiten.
Hij zal niemand onschuldig ho
uden, die het waagt Zijn Woord te kort te doen of aan dat Woord toe te voegen! Zoals Hij het gegeven heeft, zo moet het door ons worden "geloofd", "bewaard" en ook "beleefd"!

Maar, Zijn laatste woord kan er niet één zijn van oordeel en van straf. Neen! hiermede kan Hij niet eindigen.
Hij wil en zal de harten der Zijnen vervullen met blijdschap en de vastigheid van de verzekering; en derhalve richt Hij nogmaals hun ogen op Zijn spoedige wederkomst...


Vers 20a,
"Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen."

Deze zelfde woorden werden de Zijnen reeds twee malen toegeroepen. Nu nog éénmaal, zonder enige toevoeging,
om de Zijnen daardoor, als het ware, op het hart te drukken, en levendig te doen gevoelen, dat (hoe belangrijk ook de vervulling van Zijn raadsbesluiten ten aanzien van volkeren, van aarde en van hemel, ook moge wezen) Zijn Wederkomst  eminent is, en de eerste plaats in hun ziel moet innemen.. Geen wonder dan ook, dat de Gemeente haar laatste bede doet horen:


Vers 20b,
"Ja, kom, Here Jezus".


En allen, die vurig verlangen om Hem te mogen zien gelijk Hij is, en om Hem gelijk te zijn,... om Zijn Bruidegoms-liefde te genieten, bidden mee!
Déze hoop maakt ons los van alle dingen hier beneden; déze hoop sterkt ons in iedere strijd, en doet ons volharden onder alle moeiten en zorgen en lijden; déze hoop reinigt ons, gelijk Hij rein is, en houdt onze geredde zielen vervuld met onuitsprekelijke vreugde. Lof en ere zij de Bruidegom! Dan eindigt dit Boek Openbaring met de apostolische bede:


Vers 21,
"De genade van onze Here Jezus Christus
zij met u allen. Amen."

 
Laatste Notities
Laat ons,
onder de supreme leiding van Gods Geest, de conclusies van het Boek Openbaring vergelijken met het begin. Dit leidt tot wonderbaarlijke ontdekkingen...

"De wortel Davids" - ons wordt hier de Goddelijkheid van Jezus getoond
... Jes.11:10, Rom.15:12.

"Het geslacht Davids" - hier wordt ons de menselijkheid van Jezus  voorgehouden...Jes. 11:1, Matth.22:42-43.
 
"De heldere Morgenster" - ons wordt getuigt, dat Hij meerder is dan Zijn ''broeders" , dat Hij Degene is,  , Die de Nieuwe Dageraad inluidt ... Num.24:17-19; Jes.14:12. Hij alleen is de Verlosser en Opperste Leidsman van alle verlosten!

"De laatste boodschap", en Het laatste gebed", en de laatste  zegenbede
( v. v. 20-21,) zijn
onafscheidelijk!



In alle ootmoed leg ik hier mijn pen neer, met het diep gevoelde verlangen van mijn ziel, om innige dank te brengen aan ons aller dierbare Here en Koning-Bruidegom, voor Zijn onuitsprekelijke ga
ve, om ons in dit zo wonderbare Boek, Zijn Openbaring te schenken; voor het grote voorrecht om de diepe en verdiepende inhoud ervan te mogen verstaan,zij het nog maar ten dele. En om haar te mogen genieten in de zoete gemeenschap van de Heilige Geest, als de Openbaarder van alle geheimenissen Gods; bovenal voor Zijn uitnemende liefde en genade om te mogen behoren tot degenen, die op Zijn vaste en heerlijke belofte uitroepen: "Ja, kom, o kom, Here Jezus!"
Amen.

 


 

Bruidsbede


Here Jezus! Wil toch haastig komen!
Smachtend van verlangen, blikt Uw Bruid omhoog.
Welgelukzalig, als wij welkom heten, Morgenster!
Uw straal en glans!


Wanneer, wanneer, o, Licht der lichten,
Zien wij U aan 's hemels trans?
Breek toch, Here, Uw heilig zwijgen!
Dat niets ons scheide voortaan.


Doe Uw Bruid ten hemel stijgen,
Waar in glorie zij zal staan!
Kom, o Bruidegom en wil ons tonen,
Der liefde grootste kracht.


Laat allen 't al bekronen,
Wat alleen Uw zoenbloed heeft volbracht!


(Een geredde zondaar)

 


  

Home ~~ Sitemap ~~ Terug ~~ Verder