Die is, Die was en Die komen zal
De "Openbaring"nader beschouwd


* Verborgen hoop ...
Lees verder

* Waarom de Openbaring werd gegeven
Lees verder

* De brieven aan de zeven gemeenten
Lees verder

* Efeze
Lees verder

* Smyrna
Lees verder

* Pergamus
Lees verder

* Thyatira
Lees verder

* Sardes
Lees verder

* Filadelfia
Lees verder

* Laodicea
Lees verder

* Nabeschouwung
Lees verder

* De troonsheerlijkheid van de Vader
Lees verder

* De heerlijkheid der verzoening door God de Zoon
Lees verder

* De zegels worden geopend.
Lees verder

* 1ste zegel
Lees verder

* 2de zegel
Lees verder

* 3de zegel
Lees verder

* 4de zegel
Lees verder

* 5de zegel
Lees verder

* 6de zegel
Lees verder

* 7de zegel
Lees verder

*De Goddelijke oogst voor en na de grote oordelen van God
Lees verder

* De bazuinen gaan klinken
Lees verder

* 1ste - 4de bazuin
Lees verder

* 5de bazuin
Lees verder

* 6de bazuin
Lees verder

* 7de bazuin
Lees verder

* De culminatie der demonische machten
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt  de wereld aangezegd
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt de wereld gegeven
Lees verder

* De openbaring van Gods grote verborgenheid
Lees verder

* De antichrist en zijn heerschappij
Lees verder

* Gods wegen in genade en gericht
Lees verder

* De zeven fiolen vol van de toorn van God
Lees verder

* De zeven fiolen van Gods toorn worden uitgegoten
Lees verder

* Gods oordeel over het grote Babylon als geestelijke macht
Lees verder

* Gods oordeel  over het grote Babylon als politieke en economische macht
Lees verder

* De inleiding tot het grote duizendjarig Rijk van Christus
Lees verder

* Aanvang en slot van het duizendjarig Vrederijk
Lees verder

* Taferelen uit Gods eeuwigheid en van het Nieuwe Jeruzalem
Lees verder

* Besluitend visioen en Jezus' laatste woorden
Lees verder




 

 

 

Home - Sitemap

 

Aanvang en slot van het duizend jarig Vrederijk
Satan 1000 jaar gebonden



Satan uit de hemel geworpen


Wij hebben in het vorengaande hoofdstuk al gezien, dat de Here Jezus Christus door de verdelging van Zijn vijanden, niet alleen een einde maakt aan de tegenstand van de duivel en satanas, maar, dat Hij hem zelf grijpt en hem duizend jaren bindt.  Vandaar dan ook, dat dit hoofdstuk opent met de volgende woorden in
Openb. 20:1-3 "En ik zag een Engel afkomen uit de hemel, hebbende de sleutel des afgronds, en een grote keten in zijn hand; en Hij greep de draak, de oude slang, welke is de duivel en satanas, en bond hem duizend jaren; en wierp hem in de afgrond en sloot hem daarin, en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer verleiden zou, totdat de duizend jaren zouden geëindigd zijn. En daarna moet hij een kleine tijd ontbonden worden" .

Voorwaar, een grote, gewichtige en verblijdende gebeurtenis
. De duivel, die aartsleugenaar van den beginne, die moordenaar van de zielen der mensen; die slang, die het zaad der vrouw trachtte te "verslinden" (12: 4b) , de vorst dezer wereld die al zijn woede en haat tegen de Here God en Zijn Gezalfde heeft trachten te koelen, is nu duizend jaren gebonden.
Wat dit wel betekent? Geen verzoeking tot zonde zal er meer van hem uitgaan - geen twist, tweedracht en verdeeldheid, noch oorlog zal door hem worden aangestoken  - geen stormen, noch catastrofen zullen ontstaan ter bereiking van zijn snode en boze plannen; aan alle onheil en rampen, door hem aangericht en veroorzaakt, komt straks een einde.

Welk een vreugde zal er dan zijn onder allen, die het aardrijk bewonen! Verheugen zich de hemel-bewoners met onuitsprekelijke vreugde, als de duivel uit de hemel geworpen wordt op de aarde, en de aanklager der broederen zijn plaats in de hemelse sferen voor goed heeft verlaten, niet minder groot zal de blijdschap zijn onder de bewoners van de aarde, wanneer hij voor duizend jaar in de afgrond gebonden zal zijn.
Wanneer hij dan gebonden is, zal de Here Jezus, de Vorst des Levens, de Vrede-Koning, de teugels van alle bewind in handen nemen en op aarde regeren.In het
vorige hoofdstuk zagen wij Hem uit de hemel  komen, om Zijn vijanden te verdelgen. En als Hij dat zal hebben gedaan, neemt de vestiging van Zijn Duizendjarig Koninkrijk een aanvang, waarvan de profeten van zowel het Oude als Nieuw-Testament getuigen.

 

De sleutel van de bodemloze put
De Engel, Die uit de hemel komt en Die "de sleutel van de bodemloze put en een grote keten heeft", is de Here Jezus Zelf. Alle oordeel is immers Hèm alleen gegeven, gelijk er geschreven staat: "Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft
al het oordeel de Zoon gegeven" (Joh. 5:22) .Gods heiligen zullen alsdan 1000 lange jaren met Christus heersen (v.6) . Alle profeten van het Oude Testament getuigen ervan. De Here Zelf heeft meerdere malen erover gesproken gedurende Zijn bediening op aarde. En de apostelen hebben zowel in hun brieven, als in hun predikingen er over gesproken.

Johannes de Doper heeft ernaar verwezen.
Dit Koninkrijk zal alsdan worden gedemonstreerd in alle  heerlijkheid, als de Koning ervan (evenals de welgeboren man in de desbetreffende gelijkenis eerst naar een veraf gelegen land, dit is de hemel, was gegaan, en vervolgens wederkeerde) op de door de Vader bepaalde profetische tijd zal wederkeren, om alle ergernissen van de aarde te verwijderen , om de goddelozen te vernietigen en om dit Vrederijk dan op te richten .
Onder de 5de Bazuin ontving de antichrist de sleutel van de bodemloze put (Openb.9: 1) . Nadat deze antichrist is verslagen, heeft Jezus Christus de sleutel.

Let op:
de draak is verschrikkelijk;
de oude slang is een leugenaar en misleidend;
de duivel is een leugenaar en verleider;
satan is de tegenstander.
 
In Openb.12:9 wordt dit duidelijk gezegd. Welk een heerlijke
toestand zal er dan straks op aarde zijn, als hij duizend jaren gebonden is. Dit Koninkrijk zal vol zijn van de glorie van God. Halleluja! De vloek van de aarde zal alsdan opgeheven zijn, en de aarde zal geen doornen en ook geen distelen meer voortbrengen. De woestenijën zullen vruchtbaar worden, zodat de mens niet langer in het zweet zijns aanschijns zijn brood zal behoeven te eten. Dit alles is geprofeteerd, en nog veel meer. Laten wij de volgende passages biddend onderzoeken: Jes. 55:13; 35: 1-2; 60:11; Hosea 2, Micha 4:3-4; Jes.2:18; 30:1.



Het Vrederijk
Iets over de Heerlijkheid van het 1000-jarig Vrederijk. Allen zullen de Koning, de Here der heirscharen aanbidden en feest vieren (Zach. ) . De aarde zal vol zijn van de kennis des Heren, gelijk de wateren de bodem van de zee bedekken (Hab. 2:14) . Allen zullen Hem, de Rechtv
aardige, kennen en Zijn wetten zullen in alle harten geschreven zijn (Ezech. 39: 27; Jer. 31:31). Doch het heerlijkst van alles is, de Here Zelf te aanschouwen - dit overtreft al het andere. Hij zal op de aarde verschijnen, maar woont met Zijn Bruid in de hemelen. Aller oog zal Hem zien; niet éénmaal of twee malen, maar even zo vele malen als het nodig zal zijn en altijd naar de alwijze raadslagen en voornemens van God. Welk een onvoorstelbaar voorrecht en welk een wonderlijke heerlijkheid. Deze zijn niet met onze woorden te beschrijven. 

Hoe heerlijk zal het zijn, om zich onder Zijn heerschappij te stellen; om zich onder deze Koning der koningen te buigen gelijk Hij is: zó alwijs, dat Hij Zich nooit kan vergissen; ze rechtvaardig, dat Hij over allen met dezelfde gerechtighei zal heersen; zó volmaakt in Zijn reddende liefde, dat Hij allen met alle tederheid zal behandelen - en zó machtig, dat Hij in Zijn Vrederijk en in het ganse universum alles in de beste orde en conditie zal bewaren. 0, glorie voor Jezus! Hoe heerlijk, en toch voor ons nog zo "onwezenlijk" is het feit dat de Bruidsgemeente aan deze wondervolle heerschappij zal deelnemen; want wij lezen in

Vers 4a,
"En ik zag tronen, en zij zaten op dezelve;
en het oordeel werd hun gegeven."

De apostel Paulus heeft aan de Korinthiërs geschreven: "Weet gij niet, dat de heiligen de wereld zullen oordelen? " In de Brief aan Thyatira wordt aan de overwinnaars beloofd, dat zij macht over de volken zullen ontvangen. Wij geloven dan ook, dat aan allen, die tot de Bruidsgemeente van Jezus Christus behoren, de heerschappij gegeven zal worden, door Hem, die de Koning-Bruidegom is. Degenen, die denken, dat al deze dingen in de hemel gebeuren (in vervulling zullen gaan) vergissen zich deerlijk, wat zou er in de hemel voor Gods heiligen te oordelen zijn? Als op de aarde zulk een toestand van heerlijkheid zal zijn  hoeveel te meer in de hemel!?Deze beloften des Heren vinden straks hun vervulling op de aarde, waardoor het mogelijk zal zijn voor Gods heiligen, om met Hem in gerechtigheid te heersen. Amen.

Waardevolle notities
De mensen beweren dikwijls, vooral in de tijd, waarin wij  leven, dat de verkondiging van een "aards duizendjarig Koninkrijk of Millennium", nergens in de Bijbel gegeven wordt en dat een dergelijke uitdrukking een vinding, een verzinsel van mensen is, en derhalve niet is gegrond in de Bijbel- dus onschriftuurlijk. Ten aanzien van een dergelijke bewering en stellingname, willen wij alleen het volgende naar voren brengen. Het blote feit, dat een bepaalde uitdrukking niet in de Schriften gebruikt wordt, is op zichzelf nog geen bewijs, dat de leerstelling, die op een dergelijke uitdrukking betrekking heeft, niet wordt geleerd. Daar zijn in dit opzicht voorbeelden te over!
 Het woord, de benaming "Drieëenheid" vinden wij ook niet in de Bijbel. Toch zijn alle waarachtige Christenen het roerend eens, dat er drie Personen zijn in de Godheid; en zij geloven dan ook in de leerstelling van de Drieëenheid.

Het woord  "substitutie" wordt ook niet gevonden in de Bijbel; maar desondanks staat er wel geschreven: "Hij is om onze overtredingen verwond" (Jes . 53:5a). Wie zal durven ontkennen, dat dit "substitutie" (plaatsvervanging) is? Wij gaan nog even verder ter ontzenuwing van het ingenomen verkeerde standpunt als boven bedoeld.
Waar vinden wij in de Bijbel deze uitdrukkingen: "een eeuwig zoonschap" , "ontaarding", "incarnatie", en nog vele andere van dergelijke uitdrukkingen? Toch hebben al deze betrekking op de onwederlegbare en grote waarheden, welke ons worden geleerd door Gods feilloos Woord.  Bovendien kunnen zij niet los gemaakt worden, noch gedacht van de gezonde leer van Christus en van het Christendom!

Wij concluderen derhalve, dat het ontbreken van een "naam" of "titel", of "uitdrukking" nog geen bewijs is, dat een leerstelling als zodanig geheel en al onschriftuurlijk is. Wel is hij fout, die tegen beter weten , dus willens en wetens , principiële dingen anders baseert en verkeerd interpreteert, zodat hij afwijkt van "de gezonde leer van Jezus Christus"; die grond-waarheden verkondigt in een vals licht, waardoor de mens wordt gevreesd en aangebeden, en niet de Here. De praktijk is daar om dit te bewijzen.

De Eerste Opstanding
Degenen, die gezeten zijn op tronen zijn de overwinnaars, die met Christus geleden hebben (vergelijken wij een en ander met 2 Tim.2: 12) . Wij lezen dan voorts...

Vers 4b-6,
"... en ik zag de zielen dergenen, die onthoofd waren om de getuigenis van Jezus, en om het Woord
Gods , en die het beest, en deszelfs beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus duizend jaren.  
Maar de overigen der doden werden niet weder levend, totdat de duizend jaren geëindigd waren. Deze is de eerste opstanding.  Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding; over deze heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen duizend jaren".

Zij, die leven, zullen straks dus met Christus "regeren"-1000 jaren. Welk een bemoediging voor degenen, die in de tijd van de Grote Verdrukking als martelaren voor Christus  hun leven laten (Openb .13:7, 15).. Allen, die in Christus gestorven zijn, zullen opgewekt worden uit de doden in deze "eerste opstanding" (1Thess.4: 13-17).  Bestuderen wij in samenhang hiermee ook 1Kor.15:50-54. Het staat er zo duidelijk:

Vers 5,
"Deze is de eerste opstanding"
.
En wanneer wij dan lezen van: "De overigen der doden  werden niet levend ...." (v.5a) dan is het zonder meer duidelijk, da deze de VERLORENEN zijn.


Dit blijkt trouwens ook duidelijk uit hetgeen gezegd wordt in het zesde vers. De Schrift leert onomwonden, dat ALLEN, die in het geloof gestorven zijn (in welke tijdsbedeling zij ook leefden), deel hebben aan deze eerste opstanding; terwijl alle  anderen, DE ONGELOVIGEN DUS, DIE VERLOREN GAAN, eerst na de 1000 jaren uit hun graven zullen tevoorschijn komen, om alsdan op hun beurt geoordeeld (beter: veroordeeld) te worden. Zij zijn het, die dan zullen gaan "in de tweede dood", in casu in de poel des vuurs... de eeuwige verdoemenis. Met andere woorden, dezen zullen tot in alle eeuwigheid " gescheiden zijn van de Here God"!  Uit hetgeen de Schrift leert, blijkt dus duidelijk, dat de verkeerde mening van vele gelovigen (eeuwenlang, de algemene opinie en interpretatie) alsof er slechts één opstanding (namelijk die van de rechtvaardigen én der onrechtvaardigen tegelijk) zal plaats hebben, in strijd is met de geopenbaarde waarheid.

Twee opstandingen  
Er zijn namelijk TWEE OPSTANDINGEN; een "eerste en dan nog een "tweede".
 De eerste opstanding heeft 1000 jaren eerder (vroeger) plaats dan de tweede. Wij kunnen het dus als volgt stellen: de eerste en tweede opstanding worden gescheiden door het Millennium of Duizendjarig Vrederijk van Christus. De "eerste" is een opstanding "uit de doden"; de tweede is een opstanding "der doden".  
Dit wil zeggen, dat bij die eerste opstanding alle heiligen opstaan uit het midden van all overige doden, wier lichamen dan in hun graven blijven; terwijl bij de tweede opstanding de rest van de gestorvenen uit  hun graven verrijzen. Christus is DE EERSTELING, en na Hem volgen allen, die Hem toebehoren   in die glorievolle dag van Zijn Wederkomst. Zij nu, die deel hebben aan deze opstanding der rechtvaardigen, "zullen priesters zijn van God en van Christus, en zullen met Hem heersen 1000 jaren".


In het eerste hoofdstuk wordt gezongen: "Hem, Die ons liefheeft, en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn Bloed, en ons gemaakt heeft tot koningen, tot priesters voor God en Vader, Hem zij de heerlijkheid". Op even gelijke
wijze wordt er in de hemel gezongen (hoofdstuk 5).
De apostel Petrus, sprekende in algemene zin van al Gods heiligen, zegt: "Gij zijt een uitverkoren geslacht, EEN KONINKLIJK PRIESTERDOM" (1 Petr.2:9). Bijgevolg zullen al deze heiligen, die uit de doden worden opgewekt en verheerlijkte lichamen ontvangen, met Christus die 1000 jaren heersen, en priesters van God en van Christus zijn. Amen.  Deze heiligen zullen in hun verheerlijkte opstandingslichamen Hem gelijk zijn (1 Joh.3:2). Onderzoeken wij in dit verband eveneens Filip.3:20-21, Voor dezen is het "de opstanding TEN LEVEN", in tegenstelling met "de opstanding TOT VERDOEMENIS" (Joh.5:28-29; Dan.12:2; Luk.14:14).

Het einde van de 1000 Jaren 
Opeens worden wij nu verplaatst naar het einde van de 1000 jaren. Wij hebben eerder opgemerkt, dat wij in het Boek Openbaring geen beschrijving vinden van de heerlijkheid en van de menigvuldige zegeningen van Christus' heerschappij op aarde. Deze mogen als bekend worden verondersteld, omdat de Profeten van ouds uitvoerig hiervan hebben gesproken. Wat wij in Openbaring bovendien vinden, is de mededeling van geheel onbekende profetische bijzonderheden, zodat wij ons (omdaat die alle moesten worden doorgegeven) voor zo verre dit thans reeds mogelijk is, door de samenvoeging van de onderscheiden profetieën en van de volgorde der gebeurtenissen (waarvan reeds zo vele "vervuild zijn) een voorstelling kunnen maken van hetgeen er "in de laatste dagen" zal plaats vinden. Daarom vervolgt Johannes met:

Vers 7,
"En wanneer de duizend jaren zullen geëindigd zijn".


Inderdaad, ook het duizendjarig rijk neemt straks in Gods raadsplan een einde. Hoe heerlijk het ook wezen zal, het blijft niet bestaan, want dit Koninkrijk wordt straks door de Zoon aan de Vader teruggegeven, van Wie Hij het ontvangen heeft. Er staat in dit verband opgetekend: "Wanneer Hem ALLE dingen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden aan Die, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat GOD ZIJ ALLES IN ALLEN" ( 1 Kor.15:28). Vanzelfsprekend zal Hij als de "eeuwige Zoon des Vaders" tot in eeuwigheid blijven regeren. Niemand anders dan de Zoon kan alles ongerept en onberispelijk de Vader teruggeven, wat Hem eerst werd overgedragen.

Hij alleen geeft straks het Hem toevertrouwde, op de juiste wijze en zoals Hij het ontvangen heeft, terug. Maar eerst gebeurt er nog iets anders.  De satan, 1000 jaren gebonden, wordt uit zijn gevangenis losgelaten, al is dit dan maar voor een tijdje. Nauwelijks vrij, of hij begint opnieuw zijn duivelse plannen te openbaren, en de mensen te verleiden. Duizend jaren gevangenschap hebben zijn wezen niet veranderd, en degenen, die hij alsdan, kan verleiden zijn ook precies dezelfde gebleven. Wij lezen nu: 

Vers 7-9,
"... de satan zal uit zijn gevangenis ontbonden worden.
En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, de Gog en de Magog, om hen te vergaderen tot de krijg; welker getal is als het zand der zee. En zij zijn opgekomen op de breedte der aarde, en omringden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad; en er kwam vuur van God uit de hemel, en heeft hen verslonden".


Er zullen dus straks nog volken op aarde zijn,
die door satan zullen worden verleid. De vraag is gerechtvaardigd:"Van waar komen nu plotseling deze volken en wie zijn deze?  Plotseling, opeens, omdat wij weten, dat de vreselijke slachting bij Armageddon in hoofdstuk 19, dan een einde heeft gemaakt aan alle goddelozen op aarde. Geen ongelovigen zijn er meer... de aarde is dan gereinigd door catastrofen en cataclysmen, door bovennatuurlijke gebeurtenissen;  zij is dan klaar gemaakt voor de vestiging van het Millennium en de heerschappij van Christus. Nu wordt ons verteld, dat er alsnog volken zijn op aarde!   Om dit juist te verstaan, dienen wij even terug te gaan. Reeds eerder concludeerden wij ten rechte, dat er twee opstandingen zijn, welke gescheiden worden in Gods raadsplan door evengenoemd Millennium. De eerste had plaats voor de vestiging van dit Millennium op aarde, en de tweede en ook de laatste ná ditzelfde Millennium.

Het is nu helemaal niet moeilijk te verstaan, dat ná dit Millennium de onrechtvaardigen, de goddelozen, de "verlorenen" (zoals eerder genoemd) zullen opstaan uit hun graven (de tweede opstanding). Het zijn dan ook déze mensen, die straks opstaan "tot verdoemenis"... En het zijn déze uit hun graven opgestane mensen, die door hun oude "vriend", hun leidsman, wederom zullen worden verleid. Waar zij hem, dit is de duivelen satanas, altijd in hun leven tevoren gediend hebben, zo zullen zij zich straks, op het eind der tijden, wederom scharen onder zijn bevelen. Opnieuw zullen zij door de aartsvijand van God worden opgehitst en de "geliefde stad" omringen. Doch hun poging wordt in één ogenblik vernietigd. Het vuur van God uit de hemel verslindt allen, en wat is straks dan het lot, de bestemming van de duivel?  Hij wordt voor altijd veroordeeld! Dan lezen wij...

Vers 10,
"En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in
de poel van vuur en sulfer, alwaar het beest en de valse profeet zijn en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid" .


Eerst uit de hemel geworpen op de aarde, wordt hij (de duivel) duizend jaren gebonden in de afgrond, en nu wordt hij voor eeuwig geworpen in de van vuur en sulfer brandende poel. Ni nog is hij"de vorst dezer wereld", maar straks zal hij dat niet meer zijn, en nooit meer; integendeel, wat hem wacht is eeuwige pijn en verdoemenis...

  
Satan,  Gog en Magog
Daar is nog een andere bijzonderheid. Er is ook sprake van "Gog en van Magog". Wat en wie wordt hiermee bedoeld? Voor een schriftuurlijke
interpretatie moeten wij het boek van de profeet Ezechiël opslaan. In de hoofdstukken 38, de verzen 2,14,16-18 en in hoofdstuk 39, de verzen 1 en 11, lezen wij van GOG (een persoon, een vorst) en van MAGOG (een volk). De combinatie van GOG/MAGOG is hier de "naam", de "titel", die wordt gegeven aan die grote menigte van tot opstanding gebrachte onrechtvaardige, goddeloze doden, die door satan worden aangevoerd in hun hopeloze strijd tegen God en Zijn Christus en Gods heiligen, aan het einde van het Duizendjarig Koninkrijk! 

Hun begeerte is geen andere, dan om de Here God en Zijn volk (de heiligen) deze aarde te ontnemen, om diezelfde aarde tot hun eeuwige woonplaats te maken. Zij zijn niet te tellen.... want de Bijbel spreekt van: "hun getal is als het zand der zee". Hier maken wij dus kennis met een satanische "begoocheling", met een diabolische "imaginatie"! Beter woord is er niet. Nooit tevoren werd zulk een leger gezien! Onder de aanvoering van de duivel zelf zullen deze horden:

1. "de legerplaats  der heiligen omringen
Vergelijken wij een en ander met hetgeen opgetekend staat in Num. 1, 2. Wij vragen nu alle aandacht voor het volgende feit.
Wat ons in de Oud-Testamentische Ordening in typerende zin verteld wordt van de legerplaats van het volk Israël, wordt straks vervuld in het Millennium met betrekking tot het verloste volk des Heren. Glorie voor God!


2. "de geliefde stad omsingelen"
Deze is de stad Jeruzalem, de hoofdstad van Christus' Koninkrijk.
Duizend lange jaren zal Jeruzalem straks zijn: "De stad van de grote Koning"! Deze door de duivel en satanas gevoerde strijd is de laatste poging om Christus en Zijn heiligen te vernietigen; maar het omgekeerde is het geval.

Gods oordeel over Sodom en Gomorra is een klassiek voorbeeld
.  Laten wij in dit verband de volgende passages onderzoeken: Gen.19; Judas 7 en 2 Petr.2:6. Die Poel die brandt van vuur en zwavel, is DE HEL: zowel de plaats als de conditie van eeuwige pijniging... waaraan geen einde komt.


De grote witte Troon - het laatste oordeel
In de verzen 11 tot en met 15 volgt nu het "slottoneel", waardoor met de aarde en met de mensen wordt afgehandeld.
Dit slottoneel opent met de woorden...

Vers 11, 
"En ik zag een grote witte troon, en Degene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvloden; en geen plaats is voor die gevonden"
.

Laten wij nog even stilstaan bijde laatste fase van het vorengaand toneel. De volgende belangrijke punten kunnen wij dan nog vaststellen...

Wanneer er gesproken wordt van "de tweede dood" (v.6), dan moeten degenen, die hierbij betrokken zijn, al eerder gestorven zijn.
• Wanneer er geschreven staat: "zij zijn opgekomen op de breedte der aarde" (v.9), dan zullen allen, op wie dit slaat, eerder onder of in de aarde geweest zijn. In elk geval hebben wij niet te maken met "bewoners der aarde".
• Wanneer wij hier lezen van "vuur uit de hemel van God en van de
fatale gevolgen ervan, dan is het zonder meer duidelijk, dat wij hier geconfronteerd worden met het einde van de wereld.

Letten wij nu op dat wegvlieden van de aarde en de hemel, zo worden wij herinnerd aan hetgeen geschreven staat in deHebreeën-brief, waar wij lezen: "Ziet toe, dat gij Die,Die spreekt, niet verwerpt; want indien deze niet zijn ontvloden, die Degene verwierpen, welke op aarde Goddelijke antwoorden gaf, veel meer zullen wij niet ontvlodenzo wij ons afkeren van dep;Die,  Die van de hemelen is; Wiens stem toen de aarde bewoog; maar
nu heeft Hij verkondigd, zeggende:
Nog eenmaal  zal Ik bewegen niet alleen de aarde, maar ook de de hemel."  

En dit woord: Nog éénmaal, wijst aan de verandering der beweeglijke dingen, als welke gemaakt waren, opdat blijven zouden de dingen, die niet bewegelijk zijn" (12:25-27). God heeft dus de aarde en de hemel niet gebracht in de toestand, waarin deze zich nu bevinden, opdat zij voor altijd in deze toestand zouden blijven; maar opdat daarvoor de "onbewegelijke dingen" (dit zijn de nieuwe hemel, en de nieuwe aarde) in de plaats zouden komen op de door de Here God bepaalde tijd! Hoe de Here dit zal doen, wordt ons door de apostel Petrus verteld:

"De hemelen, en de aarde, zijn door hetzelfde Woord als een schat weggelegd, en
worden ten
TEN VURE bewaard tegen de dag des oordeels en der verderving der goddeloze mensen.. De Dag des Heren zal komen... in welke de hemelen met een gedruis zullen voorbij gaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken die daarin zijn zullen verbranden" (2Petr.3:7-10).

Daarom luidt het eerste vers van hoofdstuk 21, ".. en de zee was niet meer"! De aarde, haar ontstaan hebbende uit water en in water, zoals dezelfde apostel zegt, zal gehéél veranderen; ja, vernieuwd worden.
Maar, wij gaan nu verder, en vragen: "Wie zag Johannes zitten op die troon"? Niemand anders dan de Here Jezus Christus, de Koning en Here van alle eeuwen. Hijzelf zal oordeel vellen in gerechtigheid.
  De apostel Paulus zegt, dat Jezus "door God verordend is tot Rechter van levenden en van doden". Allen worden voor Zijn grote grote en witeTroon gedaagd! Vandaar dat Johannes schrijft:

Vers 12.
"En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend;
en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hunne werken"
.


Groot en klein wil zeggen: ALLEN, tot welke stand zij ook mogen hebben behoord. De
Eeuwige en Rechtvaafrdige Rechter is in heiligheid gezeten op Zijn troon (Hand.17:31; 10: 42; 2Tim.4:1; Joh.5:22,27; 12:48; Matth.25:41-46).
De eerste hemel en de eerste aarde zijn geweken... voorbij  gegaan (2Petr.3:7,10-12). Zo zal dan straks onze aarde " een open brandende poel van vuur zijn."  Alle oordeel zal plaats hebben naar hetgeen geschreven staat in Rom.2:5-11,...  "Maar naar uw hardigheid, en onbekeerlijk hart, vergadert Gij Uzelven toorn als een schat,  in de dag des toorns  en der openbaring  van het  rechtvaardig oordeel Gods. Welke een iegelijk zal vergelden  naar zijn werken. 

Degenen wel, die met volharding in goeddoen, heerlijkheid en eer; onverderfelijkheid zoeken het eeuwige leven; maar degenen, die twistgierig zijn, en die der waarheid ongehoorzaam, doch der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, zal verbolgenheid en toorn vergolden worden. en  benauwdheid over alle ziel des mensen, die het kwade werkten, eerst van de Jood, en ook van de Griek. Maar heerlijkheid en eer, en vrede een iegelijk, die het goede werkt; eerst de Jood, en ook de Griek. Want er is geen aannemning des persons bij God"!
Dat wij in dit verband ook de passages: Matth.5:27-30; Mark. 9:43-48; Matth.18:7-9, biddend zullen onderzoeken en vergelijken!


Alle gestorvenen
, waar zij zich ook bevinden mogen,  in de zee of op het land, worden opgewekt. Hun zielen verlaten het dodenrijk, waar zij tot dan toe vertoefd hebben, en hun lichamen verrijzen uit hun graven.
Het is de Here Jezus, Die ze opwekt, en alzo zal Zijn eigen woord in vervulling gaan:
"De Ure komt, waarin allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen, en zullen er uitgaan: die het goede gedaan hebben  tot de opstanding  des levens, en die kwade gedaan hebben tot de opstanding " (Joh.5:28).  Dat wij nu niet zullen denken, dat rechtvaardigen en goddelozen tegelijk zullen worden opgewekt! De Here Jezus heeft aldus in algemene zin gesproken.

Trouwens, wij hebben al eerder aangetoond (bewezen), dat de Schrift ons dat per sé
niet leert; en dat er openlijk  gesproken wordt van twee opstandingen. Wij willen hier ook niet nogmaals ingaan. Bedenken wij wèl, dat allen, in de lichamen, waarin zij zullen opstaan, ook niet meer zullen veranderen; en zoals zij zijn, zullen zij staan voor Gods troon, en alzo ook zullen zij geworpen worden in de hel.
De volgende verzen openbaren, dat er slechts sprake is van OORDELEN!

Vers 13-14,
"En de zee gaf de doden, die in haar waren; en de dood en de hel gaven de doden, die in hen waren; en
zij werden geoordeeld, een iegelijk naar zijn werken. En de dood en de hel werden geworpen in de poel des vuurs Dit is de tweede dood" (v.v. 13-14).


Dood en hel (Hades) worden geworpen in die poel van vuur. ... van eeuwig brandend oordeelsvuur! De duivel en satanas is verantwoordelijk voor deze twee condities waaraan het mensdom altijd gebonden is geweest! Hier hebben wij hun voleinding -
de tweede dood - de eeuwige afscheiding van God.  Hoe ellendig en verschrikkelijk! Laat niemand denken, dat degenen, die geoordeeld worden, de geredden zijn uit het Millennium, zoals weleens hier en daar wordt beweerd , en ook geleerd. De geredden zijn voor eeuwig veiliggesteld en hen treft geen enkel oordeel, want zij zijn immers in Christus geoordeeld. Amen.

Die geoordeeld worden zijn de "verleide volken".
Deze naties hebben hun "identiteit" geenszins verloren,
ofschoon zij de eerste dood gesmaakt hebben. De menselijke geest is zijn eeuwige bestanddeel, en niet zijn vlees . Laten wij dit goed begrijpen
Daarom zullen al diegenen, die voor Gods troon straks staan, niets anders vernemen dan oordeel...
Het boek des levens wordt geopend, om te doen zien, dat de namen van hen, die voor Gods troon staan, daar in niet gevonden worden; want niet opgetekend staan in het boek des levens, is voldoende om eeuwig verloren te gaan, en geworpen te worden in de besproken poel des vuurs.

Vandaar dan ook, dat er geschreven staat:

Vers 15,
"En zo iemand
niet gevonden werd geschreven in het Boek des Levens, die werd  geworpen in de poel des  vuurs". .


In die andere boeken, die ook geopend worden,
staan hun werken geschreven. Hun ganse leven, zelfs al wat in het verborgen geschied is, wordt openbaar gemaakt; aan het licht gesteld, en daarnaar worden zij geoordeeld. Hoewel dus allen, die voor Gods troon staan, "verlorenen" zijn , toch zal de straf voor allen niet dezelfde  zijn. Deze zal, zoals de Here Zelf gezegd heeft:
" ... voor de één zal het in de dag des oordeels  verdragelijker zijn dan voor de ander; de één zal met vele, de ander met weinig slagen geslagen worden" (Luk. 12 : 4748) .
En derhalve is het niet waar, wat sommigen leren
, dat de goddelozen alleen om hun ongeloof verloren zullen gaan.


Hier wordt uitdrukkelijk gesteld, dat zij "naar hun werken zullen geoordeeld worden, omdat hun namen niet geschreven staan in dat boek des levens.
Vanzelfsprekend dient waarachtig geloof gevolgd te worden door en vergezeld te gaan met) "werken des geloofs". Maar ook het tegengestelde is waar ongeloof gaat eveneens gepaard met werken (tot oordeel)En hiermede weerspreken wij dan ook met de grootste nadruk de grote dwaling en satanische leer in onze dagen , als zou de hele wereld zo maar direkt met God verzoend zijn, omdat Christus de zonden van alle mensen gedragen heeft, zodat niemand meer verloren kán gaan!


De leer van de zogenaamde "alverzoening" is satanisch; en net zo goed is de leer van "eens-gered-altijd-gered" , duivels en niet Bijbels.
Ware dit z
o, dan zou er natuurlijk geen sprake zijn van "oordelen naar hun werken"; ja, niet eens meer van verloren gaan, aangezien een rechtvaardig God de hel toch moeilijk vol kan stoppen met de met Hem verzoende  en van al hun zonden gereinigde mensen!  Hier hebben wij trouwens een onwedersprekelijk bewijs, dat de "hades " niet de "hel" is.
De eerste is het "dodenrijk" en de laatste "de
plaats  van de eeuwige straf" - de "Gehenna".


Bij de eerste opstanding verlaten de zielen der
heiligen  deze eerstgenoemde plaats, terwijl de zielen der goddelozen er blijven tot ná de 1000 jaren. Alhoewel de Schrift spreekt van "eeuwige straf", zo wordt dit ook weer in onze dagen, door velen, zelfs door  gelovigen  ontkend;  en het is daarom hoogst belangrijk en noodzakelijk, om bij iedere gelegenheid, welke geboden wordt, deze ontzettende dwaling aan te tonen. Bedenkt: Wij zijn hier aan het einde aller dingen!


Besluit
Zo zijn nu dan
aan alle dingen aan Christus onderworpen, en al Zijn vijanden zijn ten onder gebracht en vernietigd. De duivel zelf is geworpen in de poel des vuurs en allen zijn geoordeeld.
De dood, de laatste vijand, is te niet gedaan en Gods raadsbesluiten zijn vervuld. Hij heeft alles onder één
Hoofd tezamen gebracht in Christus; wat in de hemel, en wat op de aarde is. Hij heeft Hem gesteld tot Erfgenaam aller dingen, en ons tot Zijn mede-erfgenamen.


Hij heeft Hem ook uitermate verhoogd, en Hem
, die Naam gegeven, welke boven alle namen is. Alle knie buigt zich voor Hem, en allen zullen Hem als DE HERE erkennen, tot heerlijkheid van God de Vader. Daarna is het einde (Paulus in 1 Kor.15)."wanneer Hij het Koninkrijk aan God de Vader overgeeft , wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij en alle macht en kracht. Want HIJ MOET HEERSEN, totdat Hij al de vijanden aan Zijn voeten gelegd heeft.. De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood. Want Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen.  Wanneer Hij nu zegt, dat alle dingen onderworpen zijn, zo is het duidelijk, dat Hij uitgezonderd wordt, Die Hem alle dingen onderworpen heeft. Doch, wanneer Hem alle dingen onderworpen zijn, dan zal óók de Zoon zèlf onderworpen worden aan Dien, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen" (v.v. 24-28). God zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid!

 


 

Terug  ~ Omhoog ~  Verder