Die is, Die was en Die komen zal
De "Openbaring"nader beschouwd


* Verborgen hoop ...
Lees verder

* Waarom de Openbaring werd gegeven
Lees verder

* De brieven aan de zeven gemeenten
Lees verder

* Efeze
Lees verder

* Smyrna
Lees verder

* Pergamus
Lees verder

* Thyatira
Lees verder

* Sardes
Lees verder

* Filadelfia
Lees verder

* Laodicea
Lees verder

* Nabeschouwung
Lees verder

* De troonsheerlijkheid van de Vader
Lees verder

* De heerlijkheid der verzoening door God de Zoon
Lees verder

* De zegels worden geopend.
Lees verder

* 1ste zegel
Lees verder

* 2de zegel
Lees verder

* 3de zegel
Lees verder

* 4de zegel
Lees verder

* 5de zegel
Lees verder

* 6de zegel
Lees verder

* 7de zegel
Lees verder

*De Goddelijke oogst voor en na de grote oordelen van God
Lees verder

* De bazuinen gaan klinken
Lees verder

* 1ste - 4de bazuin
Lees verder

* 5de bazuin
Lees verder

* 6de bazuin
Lees verder

* 7de bazuin
Lees verder

* De culminatie der demonische machten
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt  de wereld aangezegd
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt de wereld gegeven
Lees verder

* De openbaring van Gods grote verborgenheid
Lees verder

* De antichrist en zijn heerschappij
Lees verder

* Gods wegen in genade en gericht
Lees verder

* De zeven fiolen vol van de toorn van God
Lees verder

* De zeven fiolen van Gods toorn worden uitgegoten
Lees verder

* Gods oordeel over het grote Babylon als geestelijke macht
Lees verder

* Gods oordeel  over het grote Babylon als politieke en economische macht
Lees verder

* De inleiding tot het grote duizendjarig Rijk van Christus
Lees verder

* Aanvang en slot van het duizendjarig Vrederijk
Lees verder

* Taferelen uit Gods eeuwigheid en van het Nieuwe Jeruzalem
Lees verder

* Besluitend visioen en Jezus' laatste woorden
Lees verder




 

 

 

Home - Sitemap

 

De inleiding tot het grote Duizendjarig Rijk van Christus
Christus' overwinning over het Babylonisme


 

Triomfklanken

Triomfklanken vanwege Christus' overwinning over het Babylonisme.
Het laatste vers van Openbaring 18, geeft de verschrikkelijke toestand weer waarin de uit de Schriftuurlijke waarheid weggevallenen (en dat zijn allen, die het Babylonische stelsel/systeem van de laatste dagen zullen hebben omhelsd) zich straks zullen bevinden.
"En in dezelve is gevonden: "het bloed der profeten en der Heiligen en al dergenen die gedood zijn op de aarde. "(v.24).

Voorwaar, een godsdienst zonder God is het meest gruwelijke, dat wij ons kunnen indenken, en tegelijkertijd de meest onverzoenlijke openbaarmaking. God verhoede, dat wij ns tot zoiets zullen lenen (laten verleiden). Verbonden met Christus tot het einde toe maakt, dat wij onszelven zullen bewaren in alle reinheid, gelijk zoiets een maagd betaamt ten opzichte van haar Bruidegom. Dan zullen wij ook nooit komen onder de alles-verdervende invloed van het nu al werkzame "Babylonisme".  

Dat de Here ons allen hierin en hiertoe Zijn onmisbare genade zal schenken, blijft onze bede! Amen. 
Wonderheerlijk en liefelijk zijn de tonelen, waarmede het I9de hoofdstuk opent. "De oordelen van Gods voorzienigheid": de méér verborgene, zoals de zegels, de méér openlijke en mensen tot bekering roepende. Zoals de bazuinen, en de Goddelijke wraak uitoefenende, zoals de schalen (fiolen), hebben alle hun loop naar Gods eeuwig voornemen,  beëindigd.

Aan alles is thans een einde gekomen; en dat grote Babylon, de zich noemende "bruid van Christus", is geoordeeld en voor altijd verdwenen.
Wij leven in een tijd van de wereldgeschiedenis, waarin wij een herhaling van deze gruwel beleven. Ook in onze dagen duiken hier en daar "bewegingen" op, die zich dezelfde luxe veroorloven, door te proclameren, dat "zij alléén de bruid van Christus zijn"; ... dat "zij alléén door de Grote Baas uitverkoren zijn". En zij doen dit met die satanische verzekerdheid, waarmede  en waardoor zo velen worden ver- en misleid.

Hoe doet dit ons de waarschuwing gedenken:"Dezen zijn het, die zichzelven afscheiden, natuurlijke mensen, de Geest niet hebbende" (Judas 19).  De ondergang van dit Babylonisme maakt, dat de "verborgenheid der ongerechtigheid", welke zo vele eeuwen lang de hemel belasterde en de aarde verdierf, tegelijkertijd wordt weggenomen. Datgene, wat de Here God in Zijn grote  liefde verhinderde om die wonder-heerlijke dingen en zaken, welke  Hij  in Zijn Vaderhart voor Zijn kinderen heeft, ten volle te openbaren, is weggedaan. De hemel-bewoners in de eerste plaats  kunnen nu aan hun intense vreugde de vrije loop geven. Met de beschrijving van deze hemelse blijdschap begint dit hoofdstuk.
 
Vers 1,
"En na dezen hoorde ik als een grote stem van een grote schare in de hemel, zeggende: Halleluja, de zaligheid de heerlijkheid, en de eer, en de kracht zij de  Here, onze God".

De weg tot de openbaring van het grote "heilsgeheim van deze heerlijkheid en van de macht des Heren, is nu gebaand want direkt volgend lezen wij:


Vers 2,
"Want Zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig, dewijl Hij de grote hoer geoordeeld heeft, die de aarde verdorven heeft met hare hoererij, en Hij het bloed Zijner dienaren van haar hand gewroken heeft". .

De ziener van Patmos
Johannes, de ziener van Patmos, hoorde eerst die " grote stem..." (vergelijk met de volgende Schriftuur: Openb.1:15; 14:2).  Het is die onwederstaanbare almachtige "donderstem" waarvan wij ook lezen in de navolgende Schriftplaatsen: Openb. 4:5; 6:1; 8:5; 11:19; 16:18, en ook in Exod.19:6; 20:18. Ongezocht worden wij herinnerd aan die "zeven donderslagen"van Openb.10:3-4. Deze alle zijn gehoord tot verheerlijking van de Here God, de Almachtige, de Soevereine Koning der koningen.

En daar is reden te over voor deze verheerlijking. De "grote hoer" was een buitengewoon hardnekkige hinderpaal, een duivelse verhindering, voor de uitstorting van Gods volheerlijke zegeningen; niet alleen, omdat zij vol ongerechtigheid was, maar bovenal omdat  zij zich de "naam van heilig en waarachtig " aanmatigde, terwijl zij in werkelijkheid de genade en de waarheid in Jezus Christus, in èlk opzicht, had verkracht en bedorven;... hardnekkig, volhardend en stelselmatig!

Deze verloochening van Christus werd door haar tot het bittere einde volgehouden, niettegenstaande zij het uiterlijke symbool van Zijn Kruis hoog verhief en overal ten tonele bracht (voerde).  Alles wat de Here God als oordeel had uitgesproken over mens en wereld had zij verworpen. Zij had Christus met het verdoemelijke vlees en met de aarde verbonden, zoekende schatten, en heerlijkheid van beneden. Waar de Here leven en onverderflijkheid door Zijn Evangelie aan het licht had gebracht.. daar had zij door ten hemel schreiende ongerechtigheid de mensheid in grotere onwetendheid en in de diepste ellende gestort, door haar in de verderfelijkste dwalingen te verstrikken,  lerende dat elke gave van God, ja, zelfs de zaligheid, voor geld te verkrijgen was.

Zodoende werden de zielen in slaap gewiegd, en hen werd verzekerd, dat a
lles tot een goed einde zou komen en voor hen de Here geenszins ten oordeel zou verschijnen.  Voor zo verre zij dit vermocht en alle middelen daartoe medewerkten, had zij de stromen van zegen tegengehouden. Doch Gods waarachtige en rechtvaardige oordelen hadden haar tenslotte terneder geworpen.  Daarom is de hemel nu vol vreugde en weerklinken "de woningen Gods" van het gejuich der hemel-bewoners.

Hoe komt dit te meer tot uiting, als wij  bedenken, dat het "zogenaamde godsdienstige Babylonisme" gedragen, gesteund, voortgestuwd en beschermd door het "politieke Babylonisme", het slechts voor een bepaalde tijd heeft kunnen uithouden; en wel tot dat ogenblik in de afwikkeling van Gods raadsplan, waarop dit laatste het eerste ten val kwam  -  en zodoende de wereld-wijde aanbidding van het beest de draak kon beginnen. Nog zien wij vandaag de dag de uiteindelijke vorm van beide niet, omdat "het profetisch uur ervan" nog niet is gekomen,  maar alles wat nodig is voor sterke ontplooiing, welke moet leiden tot de openbaring, is heden ten dage reeds aanwezig. De Heilige Geest zal meer en meer openbaren, naarmate de tijd zich ten einde spoedt. De hemelse vreugde uit zich in het voor de twee uitroepen van: "Halleluja!

Vers 3,
" "En zij zeiden ten tweede maal: HALLELUJA! En haar rook gaat op in alle eeuwigheid".


Van die juichende "hemellingen" worden nu de 24 ouderlingen en de vier dieren in het bijzonder vermeld. Zij hebben inzicht in de gedachten en de gezindheid  van Christus, en allen zijn min of meer verbonden met de oordelen Gods in Zijn voorzienigheid. Vandaar dan ook, dat wij lezen:

  Vers 4,
"En de vier-en-twintig ouderlingen en de vier dieren vielen neder en aanbaden God, Die op de troon zat, zeggende: Amen, Halleluja!".

Daarna worden allen, die in de hemel zijn, opgeroepen om de  Here God te loven en te prijzen, met deze woorden

  Vers 5,
"En een stem kwam uit de troon, zeggende: Looft  onze God, gij, al Zijn diensknechten,  en gij, die Hem vreest beiden, klein en groot".

  Vers 6,
"En ik hoorde als een stem ener grote schare, en als stem veler wateren, en als een stem van sterke donderslagen: zeggende: Halleluja, want de Here , de almachtige God heeft als  Koning geheerst" .

De almachtige God is het, Die op de troon gezeten is en HIJ wordt geprezen.  Straks, wanneer het Koninkrijk door de Vader aan de Zoon wordt gegeven (wat ons in het vervolg wordt getoond...) zal de Zoon alle oordeel vellen, omdat alsdan de Vader, Die niemand oordeelt, al het oordeel de Zoon heeft gegeven; want in de bedeling van de volheid der tijden, zal de Vader-God alles onder één Hoofd tezamen brengen in Christus; wat in de hemel en wat op de aarde is. Het is immers de zalige en enige Heerser, de Koning aller eeuwen, Die te Zijner tijd de verschijning van onze Here Jezus Christus zal vertonen. Alles gaat dus uit van God, de Vader.Amen.

Het ogenblik is aangebroken, dat de Here God Zijn beloften vervullen en Zijn plannen volvoeren zal. Hij staat nu gereed, om Christus, de Zoon Zijner eeuwige liefde, als Hoofd en Here aller dingen, beide die in de hemel en die op de aarde zijn, te verheerlijken. Alle koninkrijken der aarde zullen Hem gegeven en alle vijanden aan Zijn voeten onderworpen worden.... Vandaar die "grote, sterke stem..." van vers 6.  De God des hemels en der aarde, de Schepper aller dingen, Die Zich aan Abraham als de Almachtige, en aan Israel als de Here-Jehova, openbaarde, aanvaardt Zijn Koninklijke Heerschappij. Hij zal, gelijk in het vervolg wordt aangetoond en door de apostelen werd voorzegd, de Erfgenaam aller dingen, onze Here Jezus Christus, de teugels van alle bewind in handen geven. Maar, voordat dit gaat gebeuren, wordt ons de Bruiloft des Lams beschreven. 
 

De Bruiloft van het Lam van God 
Hemelse blijdschap en aanbidding wordt gekend vanwege de "Bruiloft des Lams"! Hoe tegengesteld is dit alles, als  wij denken aan het oordeel over de grote hoer. Deze bruiloft heeft straks plaats onder het Zevende Zegel! Alvorens verder te gaan, nog even de volgende opmerking. De hier genoemde vier-en-twintig oudsten komen hier voor de laatste maal voor; wat hoogst merkwaardig is. In hoofdstuk 4 en 5 zagen wij hen voor de eerste keer rondom de troon van God en van het Lam; gedurende de oordelen, die over de aarde werden uitgestort, zagen wij  hen telkens in de hemel, in ongestoorde sirene rust en volmaakt geluk,  de schrikkelijke tonelen, waarvan de aarde getuige was, aanschouwende.

Thans evenwel verandert de voorstelling in de werkelijkheid... De bruiloft des Lams moet nu gevierd worden.  Daarom wordt er niet langer van deze vier-en-twintig oudsten  gesproken, maar "de Bruid des Lams" treedt nu zelve ten tonele en al de heiligen in de hemel volgen de Here, en straks verschijnen zij met Hem op aarde. Voor deze Bruiloft verwijzen wij naar Openb.8:1; en de Bruid wordt geopenbaard in Openb.12:1. Essentiële voorbereidingen worden getroffen...

  Vers 7-9,
"Laat ons vreugde bedrijven en blijde zijn; want de bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zich bereid. En haar is gegeven, dat zij bekleed worde met rein en blinkend fijn lijnwaad; want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen. En hij zeide tot mij: Schrijf zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des Lams. En hij zeide tot mij: Deze zijn de waarachtige woorden Gods"..


Christus kan Zijn Koninkrijk niet in bezit nemen, voordat Zijn vrouw zich heeft toebereid. Hij wil haar met Zich verenigd zien" en in de "meest innige gemeenschap van Bruid en Bruidegom" gevonden worden in heerlijkheid. En wanneer Hij in en door haar Zijn heerlijkheid zal openbaren, wil Hij, dat de wereld, die Zijn Bruidsgemeente veracht en verworpen heeft , zal weten, dat de Vader al de Zijnen lief  heeft, gelijk Hij Christus, de Hemelbruidegom, Zelf  lief heeft. Hij zal alsdan aan haar  haar deel geven aan van  Zijn macht en  heerschappij, want zij zal met Hem de wereld en de engelen oordelen; en als Hij zal worden geopenbaard in heerlijkheid dan  zal zij ook mèt Hem geopenbaard worden in diezelfde heerlijkheid. Man en vrouw zijn één -Bruidegom en Bruid zijn het zelfde.De Here Jezus heeft dit zo roerend schoon gezegd in Zijn Hogegepriesterlijk Gebed in Joh. 17 . .

Het Hogegepriesterlijk Gebed
"Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij één zijn, gelijk wij één zijn: Ik in hen En Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in Eén, en opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen lief gehad hebt, gelijk Gij Mij lief gehad hebt. Vader, Ik wil, dat, waar Ik ben, óók die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want  Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld". Amen.

De Bruiloft van het Lam zal voor allen, voor hen, die in de hemel, en voor hen, die in de wereld zijn, de openbaring dezer liefde zijn.
Na het vreselijke oordeel over Babylon, wordt deze bruiloft des Lams gevierd. Wij zien het grote onderscheid en de tegenstelling tussen "Babylon, de heerlijkheid der wereld", en de "Gemeente, die met en voor Christus geleden heeft", en door de wereld (het Babylonisme) is vervolgd geworden, doch nu met Jezus wordt verheerlijkt.

Jezus wordt verheerlijkt
De Schrift spreekt wel van de "BRUILOFT DES LAMS", en niet van die van de Bruid! Van de Gemeene wordt als bruid van Christus gesproken alleen
in het Boek Openbaring, namelijk in Openb . 21: 9 en 22:17. Vergelijkenderwijs ook in Joh.3: 29, waar geschreven staat: "Die de BRUID heeft, is de Bruidegom.  In het Hooglied wordt niet de Gemeente, maar de Sulamith als Bruid voorgesteld. De Bruid des Lams wordt straks DE VROUW des Lams. Dit wordt ons duidelijk verteld in vers 7, en het ogenblik daartoe is ook gekomen.

Zolang de zich noemende bruid van Christus, de duivelse vrouw en grote hoer, nog niet geoordeeld was, kon er van het openlijk optreden van de ware bruid als de vrouw des Lams geen sprake zijn.
Nadat evenwel de Grote Hoer geoordeeld is, en de Here God op het punt staat Zijn Zoon de macht over alle dingen in handen te geven, en Hem als de Koning der koningen en Here der heren te verheerlijken, is het profetisch ogenblik aangebroken, dat deze Bruiloft des Lams kan worden gevierd.

 

Het badwater des Woord
Toen de Here God in het toenmalige Paradijs de vrouw geformeerd had, bracht Hij haar tot Adam; stelde Hij haar voor Adam. Ditzelfde zal de Here Jezus Christus doen met de Bruidsgemeente. De apostel Paulus leert ons dit in Efeze 5. Daar wordt ons verteld, dat Christus de Gemeente heeft liefgehad, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven. Hij heiligde haar, haar reinigende door de wassing met het badwater des Woords... en zo zal Hij haar voor Zich stellen, verheerlijkt met de zelfde heerlijkheid, die Hijzelf heeft als de Opgewekte en verheer lijkte, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, maar heilig  en onberispelijk (Ef .5:22-27) .

Het "zichzelf toebereiden" vinden wij zo duidelijk omschreven in Psalm 45:9-14; en het hemelse, Goddelijke karakter van de Bruidsgemeente wordt duidelijk aangetoond. Jezus, als de hemelse Bruidegom vraagt, zoekt en vindt de bruid, die Hij van de aarde heeft gekocht met Zijn eigen bloed en aan wie Hij Zijn Goddelijke Natuur deelachtig heeft doen worden.
Om haar te redden en in Zijn heerlijkheid te brengen, moest Hij eerst sterven en vervolgens opstaan uit de doden; zo kan zij derhalve geen levende Christus bezitten, dan door te participeren in Zijn opstanding. De verrezen Christus is verheerlijkt aan Gods rechterhand.
Zolang de Bruidsgemeente nog op aarde is, in de wereld, moet zij lijden, en wij kunnen dit niet anders zien dan als volgt.

Een levendgemaakte geest in een lichaam, dat nog niet gekomen is tot de zo noodzakelijke geestelijke volheid, kan in deze zonden-zieke wereld niets anders vinden dan "lijden". Doch, hij ervaart toch de verwachting van Zijn heerlijkheid.  De hemelse Bruidegom komt om Zijn geliefde Bruid, eerder aangenomen en weggenomen en gebracht op de haar (vanwege Gods voorzieningen) toekomende plaats, te doen delen in al Zijn heerlijkheid, en wel zo, dat zij in de meest innige verbintenis (gemeenschap) de Vrouw des Lams wordt, Die alles in allen vervult. Glorie voor het Lam! 

Iedere waarachtige gelovige weet, door het onderwijs van Gods Woord, dat er niet eerder kan worden gesproken van "Bruidsgemeente" , of allen, die hiertoe zullen behoren, zullen eerst gekomen moeten zijn "tot de enigheid des geloofs en der kennis van de Zone Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus" (Ef.4:13).
Het straks behoren tot "DE BRUID VAN CHRISTUS" komt Schriftuurlijk neer op: "TO BE OR NOT TO BE". Jezus' gelijkenis  in Matth. 25 (die van de "Tien Maagden") geeft strekking en kern zeer duidelijk weer.


Rechtvaardigmakingen der Heiligen
Wat dienen wij te verstaan onder de Rechtvaardigmakingen der Heiligen?
Gods Woord rept in dit verband enkel van fijn "lijnwaad". De "Amplified version" (E.V. ) spreekt in dit opzicht van: "the upright, just and godly living (deeds, conduct) and right standing with God" Naar onze mening kunnen wij dit alles gronden op hetgeen geschreven staat in Kol.,3: 1-17.
Alléén degenen, die voldoen aan deze eis van God, zullen deelnemen aan de maaltijd van de bruiloft des Lams; alleen zij behoren tot de "geroepenen"; alléén zij zullen straks het vereiste "Bruiloftskleed" aan hebben (Matth. 22); en van deze wordt gesproken als "'welgelukzaligen".

Deze bruiloft des Lams wordt, overigens geheel in overeenstemming met het doel van Openbaring, niet zo uitvoerig beschreven als wij wel zouden willen, maar eenvoudig "als feit" vermeld.  Het Boek Openbaring toch houdt zich niet bezig met de beschrijving van de heerlijkheid in het Vaderhuis, maar wel met de rechtvaardige wegen van God, Zijn eminente leiding, en met de oprichting van het beloofde Koninkrijk en het einde aller dingen, wanneer God "alles in al" zal zijn.

Daarom dan ook is naar onze mening het welgelukzalig prijzen van allen, die geroepen zijn tot de maaltijd van de bruiloft des Lams, alles, wat medegedeeld wordt van deze gebeurtenis,  welke de hemel en al zijn bewoners met onuitsprekelijke vreugde vervult.  Het betekent een deelnemen (deelhebben) aan het avondmaal van de bruiloft des Lams, dat straks vergezeld zal gaan met de "inauguratie" ten tijde van Zijn verschijning en van Zijn Koninkrijk.

Dat wij in dit verband ook de volgende Schriftplaatsen zullen onderzoeken: Matth . 26: 29; Mark. 14: 25; Luk 22:16-18; Wij leren verstaan, dat het dan de eerste keer zal zijn, dat de Zoon van God "de drinkbeker nieuw zal drinken", sinds de nacht van Zijn verraad! Hijzelf heeft vurig naar dit ogenblik verlangd (Mattb. 26:29) en zo doen allen die Zijn verschijning liefhebben.  Op zeer plechtige wijze wordt nu de mededeling, het verslag, aangaande deze bruiloft des Lams,  besloten.

  Vers .8:9b,
"Deze zijn de waarachtige woorden Gods".

Dergelijke verzekeringen worden in het Boek Openbaring vele malen gevonden. De Here God heeft voorzien, dat de duivel op alle mogelijke manieren zou trachten het profetisch Woord van zijn kracht en invloed tot zaligheid, te beroven, en de harten van de gelovigen onverschillig daaromtrent te maken. Het is de duivel en satanas, die bij voortduring hen influistert: "Het Boek Openbaring is een onbegrijpelijk boek vol van symbolische taferelen, die helemaal geen stichting voor de ziel inhouden....... het is daarom maar beter, om ze niet te lezen noch om er zich te verdiepen."  Deze is de taal van de grote verleider.

De loopbaan, die voor ons ligt 
Doch de Here God roept ons toe: "Deze zijn de waarachtige woorden Gods", gelijk ook in het begin van dit Boek gezegd werd: "Welgelukzalig hij die leest: en zij, die horen de woorden der profetie, en die bewaren helgeen daarin geschreven is."  Voorwaar, indien wij maar een weinig zouden hebben leren verstaan van "het doel" en "de betekenis" van al deze visioenen  (in feite: één machtig visioen), zo zouden wij in dezelve reeds een schat van vertroosting, versterking en inspiratie hebben gevonden, welke ons met volharding en lijdzaamheid doen lopen in de loopbaan, die voor ons ligt.

De uiteindelijke overwinning van onze Here en Heiland over alle machten der boosheid, en onze verheerlijking met Christus, vervult onze ziel reeds nu met onuitsprekelijke vreugde; en stelt ons nu reeds in staat om "onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat" (2Kor. 4:17) te verdragen …. om "als goede krijgsknechten van Jezus Christus, verdrukkingen te lijden" (2Tim.2:3) , en om ons verder "niet te vewonderen, noch ons druk te maken over de hitte der verdrukking, welke geschiedt tot beproeving" (1Petr. 4:12) . Halleluja.  Onder de alles-overweldigende indruk van deze mededelingen, valt de apostel van Jezus Christus, aan de voeten van engel neder, om hem te aanbidden, doch wordt terstond terug gewezen met deze woorden:

Vers 10,
"Zie, dat gij dat niet doet; ik ben uw mede-dienstknecht en uwer broeders, die de getuigenis van Jezus hebben, aanbid GOD, want de
getuigenis van Jezus is de Geest der profetie. .
  
Hoogst merkwaardige woorden: Welk verschil er ook bestond tussen de bediening van degene, die tot Johannes deze woorden sprak, en de bediening aan de apostel, toevertrouwd, zo is er toch overeenstemming, en wel daarin, dat zij beiden in de dienst des Heren stonden, en derhalve te dien opzichte elkaars gelijke waren. Ja, meer nog, hij was Johannes' mededienstknecht, ... een sterfelijk wezen, dat het getuigenis van Jezus heeft en  de geest der profetie.

Wij doen goed nu Hand.10:25-26 te bestuderen voor zover het de "vermaning" aangaat, en Judas 14-15, voor zover het de laatst bedoelde kenmerken betreft. De Schriftopenbaring leert ons, dat aan Henoch "de openbaring der laatste dagen en die van de wederkomst" is toevertrouwd.
In algemene zin kunnen wij concluderen, dat de ware , van zijn Meester afhankelijke dienstknecht,  zich verheugt in alle werk, hoe gering of hoe belangrijk ook, door zijn Meester hem opgedragen. Niet in de belangrijkheid zijner bediening, maar in de goedkeuring van zijn Meester, vindt de ware dienstknecht zijn vreugde en zijn eer.  Amen.

 

De Wederkomst van Christus als Koning en Rechter
Een ander toneel volgt nu. Maar eerst willen wij het hebben over verschillende belangrijke punten met betrekking tot onze gezegende Here en Hemelbruidegom, Jezus Christus.


1. Zijn Autoriteit
a. "Zaad van David" - Rom.1:3.
b. "Zijn Koninklijke Afstamming" - Matth. 1: 1.
c. "Zaad der Vrouw" - Gen.3:15; Jes.7:14; Jer.31:22;Matth. 1 : 21-25.
d.  "De Wettelijke Lijn"- Luk.3

2. Zijn Bekwaamheid.- Zie: Jes.9:6-7; Matth.28:18a
3. Zijn Rechtvaardigheid. - Zie Pslm.98:9.
4. Zijn Soevereiniteit. Zie: Openb.12:5; 1Kor.15:25.
5. Zijn Algemeenheid in de zin van: Zijn bekend zijn en gekend  worden.
Zie:Jer.31:3
4.


En Hij, Wie al deze dingen aanbelangen, is Degene, die klaar staat om recht en gerechtigheid uit te oefenen op de aarde. De beschrijving hiervan kunnen wij in drieën verdelen.
ten eerste: de Rechter der ganse aarde wordt ons voorgesteld met de Hem volgende heirscharen;
ten tweede: de oproeping tot de vogelen des hemels om aan de grote maaltijd Gods deel te nemen wordt gehoord;
en ten derde: de uitoefening van het oordeel zelf heeft plaats.

 Vers 11a,
"En ik zag de hemel geopend" , zo begint de  ziener zijn mededeling.

In hoofdstuk 4 werd er "een deur" geopend; maar nu is die hemel zelf geopend. Dit herinnert ons aan diezelfde geopende hemel, toen Jezus de Zoon des mensen en de Zoon van God, De Geliefde des Vaders op aarde vertoefde,.... dezelfde geopende hemel, toen de eerste  martelaar van de Gemeente, Jezus zag staan aan Gods rechterhand.
Nu is die hemel geopend om Johannes,  de Zoon des mensen te tonen als Opperste Rechter der ganse aarde, Die met macht en heerlijkheid verschijnt.

Drie dingen, aangaande de komende JEZUS-MESSIAS-KONING-RECHTER, waaraan alle aandacht moet worden besteed. Deze zijn:
1. Zijn Bruiloft, v.v. 7-10.
a. De intense blijdschap: "Laat ons blijde zijn en vreugde bedrijven".
b. Het gereed zijn : "De Bruiloft des Lams is gekomen". 
c. De bereidheid: "Zijn Vrouw heeft zichzelve bereid".
d. De Gerechtigheid: "En haar is gegeven, dat zij bekleed worde met rein en blinkend fijn lijnwaad:: want dit fijn lijnwaad zijn  de rechtvaardigmaking der heiligen. 
e. De verzekerdheid: "Deze zijn de waarachtige woorden Gods".
 
Attentie:
Wanneer dit profetisch ogenblik zal zijn aangebroken, is iedere heilige zijn eigen kleermaker geweest - het bruiloftskleed, dat hij straks zal dragen zal de "uitkomst" (het "gevolg" - de "vrucht") zijn van zijn eigen "daden" (handel en wandel) hier op aarde!

2. Zijn Manifestatie, v. v. 11-16. Jezus Christus komt straks als...
a. Rechter: ".. en Hij oordeelt..."
b. Overste Leidsman: "En de hirlegers in de hemel volgden  Hem op witte paarden"...Vergelijk met Hebr. 2:10.
c. Overwinnaar: "En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de volkeren (naties) slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede..."
 
Noot:
Dit"zwaard" is het symbool van het Woord van God - levend of geschreven! Vergelijk een en ander met Joh. 1:1 en Ef .6:17.
3. Zijn Heerschappij, v.v.17-21.
a. De uitnodiging van de Engel: " .... staande in de zon..."
b. De beklemming van de antichrist en de valse profeet: ".. vergaderd om krijg te voeren".
c.  De verontwaardiging en wraak van de Almachtige: v.21.

Zijn wederkomst, beschreven in de passage: Openb.19:11-21 wordt ingeluid met deze woorden...

 Vers 11,
"En ziet, een wit paard, en Die op hetzelve zat, was genaamd Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid".

De Tweede Komst
Deze Tweede Komst is een "persoonlijke en zichtbare", v.v.11-16. Zij is de climax van het Boek Openbaring (1:7) en van het  Gods Plan der eeuwen. Hij heeft gezegd: "Ik zal weder komen", en Zijn belofte is wis en zeker (Joh.14:3) . Het "paard" in Bijbelse profetie is altijd het symbool van  een macht en van een krachtige geestes-stroming, die in betrekking staat tot de aarde (wereld). Hier zien wij een WIT paard, wat spreekt van de OVERWINNING DER GERECHTIGHEID. De voorstelling hiervan is vanzelfsprekend "zinnebeeldig".

Niemand anders, dan alleen Christus, draagt de namen"Getrouw" en "Waarachtig". Hij is dit in elk opzicht, in alle omstandigheden, en tot iedere prijs. Getrouw in de getuigenis er gerechtigheid, getrouw tot in de dood en tot verheerlijking van God, de Vader; en Hij zal getrouw zijn en waarachtig in de algehele vervulling van al Gods raadsbesluiten niet alleen ten aanzien van Zijn volk op aarde, maar óók van allen, die in de hemel zijn.  Als "de Heilige en Waarachtige verbindt Hij Zich met de  (heiligen in Filadelfia, waaraan zij in deze wereld  vol leugen bedrog, zo zeer behoefte hebben (hadden) . Hier echter komt Hij als "DE GETROUWE EN WAARACHTIGE" .... ter vervulling van Gods raadsbesluiten - om de wereld te oordelen. Hij verschijnt dus niet om te dienen en Zijn leven over te geven (dat is voor goed voorbij!), maar om "te oordelen en krijg te voeren in gerechtigheid". Glorie voor God!  In dit verband kon Johannes Hem niet beter uitbeelden,  geen beter  "portret" van Hem geven, dan hij gedaan heeft met volgende bewoordingen...


Vers 12-13,
"En Zijn ogen waren als een vlam vuurs, en op Zijn hoofd  waren vele koninklijke hoeden; en Hij had een naam geschreven, die niemand wist, dan Hijzelf. En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn Naam wordt genoemd "Het Woord Gods".

Dergelijke ogen duiden op een alles-doordringende en alles beoordelende macht des gerichts; en dergelijke hoeden spreken van Zijn onbegrensde autoriteit, macht en heerschappij.ij hebben hier te maken met Dezelfde Overwinnaar, Die te midden van de gouden kandelaren staat. Hij is dezelfde Ruiter als Die in het zesde hoofdstuk. Dáár trok Hij uit om te overwinnen, en hier wordt Hij gezien in Zijn uiteindelijke overwinning. Hoe bonst ons hart en slaat onze pols bij het lezen van en mediteren over deze grootse beschrijving van de Koning van ons hart! Halleluja, Hem en Hem alleen zij alle heerlijkheid en macht!

De Vorst des Vredes
Hij is de Vorst des Vredes, gevolgd door Zijn heiligen en is gereed om voor goed een einde te maken aan alle ongerechtigheden (al het heersende kwaad) . Die Naam, die niemand anders kent, dan Hijzelf, spreekt van Zijn essentiële heerlijkheid, welke Hij bij de Vader had voor de grondlegging dezer wereld, en als de Eeuwige Zoon, op grond van de Schriftuurlijke waarheid, dat "niemand de Vader kent, dan de Zoon."
De verborgenheid van Zijn Goddelijke Persoonlijkheid gaat alle verstand te boven! Amen.  De hier bedoelde Naam is uiteraard niet die, welke Hem werd gegeven door Zijn Vader in Zijn mens-wording, maar het is een Naam, welke een geheel uitzonderlijke betrekking tot de Drie-Eenheid uitdrukt.

Gelijk wij in hoofdstuk 2:17 een naam geschreven zien staan op de witte keursteen,"welke niemand kent, dan die hem ontvangt" (een naam, die zo duidelijk de uitdrukking is van onze persoonlijke, meest innige betrekking tot en gemeenschap mèt Jezus) zó draagt de Here Jezus in Zijn heerlijkheid die bijzondere Naam, welke Zijn verborgen (in de zin van "mysterieuze") verhouding en verbondenheid tot Zijn Vader aanduidt, wier diepte en eeuwigheidsstrekking niemand peilen, en wier heerlijkheid niemand doorgronden kan. 


Laten wij nooit vergeten, dat Christus in deze kwaliteit die  eeuwigheids-heerlijkheid heeft, die Hém alléén toebehoort - een heerlijkheid, welke Hij met niemand delen zal noch kan; ja,die ook door niemand kan worden gekend.  Het is Zijn eigen Goddelijke Heerlijkheid, waarvan de kracht en de glans vaag doorkomt in de door Hem gesproken woorden: "Niemand kent de Zoon, dan de Vader" (Matth.11). Deze woorden vooral geven (in het verband, waarin zij voorkomen) te kennen dat niemand ooit deze persoonlijke heerlijkheid zal kennen. Het is die "HEERLIJKHEID", tot Welke niemand kan naderen zonder te sterven!

Ofschoon Jezus zegt: "Niemand kent de Vader dan de Zoon en aan wie de Zoon Hem wil openbaren", zo zegt Hij van Zichzelven, zonder meer: "Niemand kent de Zoon, dan de Vader. Niemand heeft zich méér vernederd dan de Zoon en daarom wordt  ook door God voor niemands eer en heerlijkheid méér zorg gedragen, dan voor de Zijne.  In de Heilige Schrift wordt ons de "menselijkheid en de vernedering" van Gods Zoon zo duidelijk mogelijk voorgesteld; maar tevens getuigt dit voorstellen geduriglijk en op de meest besliste wijze van Zijn Goddelijkheid (Godheid) ; en juist, omdat Hij zich zo intens diep heeft willen vernederen.

Het is waar, dat wij de  heerlijkheid, die Hij als Zoon des mensen van de Vader ontvangen heeft, met Hem zullen delen; doch Zijn eigen Persoonlijke Heerlijkheid in verband met de Naam, die Hijzelf alleen kent, nooit! Deze is onze persoonlijke visie en overtuiging, en moge Gods Geest het ook allen zo openbaren. Zijn kleding is "in bloed gedoopt". Dit doet ons verstaan, dat Hij verschijnt als de Here, Die gezegd heeft: "Mij is de wrake, Ik zal het vergelden".  Zijn kleed gedoopt in Zijn eigen bloed, strekt daarvoor ten bewijze, want in Zijn gramschap en toorn, komt Hij  ten oordeel om Zijn vijanden te verdoen. 

De Naam: "Het Woord Gods" is daarvoor borg. Wij herinneren aan wat geschreven staat: In den beginne was het Woord, het Woord was bij God, en het Woord was God; en door Hetzelve zijn alle dingen geworden. En het Woord is vlees geword en Het heeft onder  ons getabernakeld, ....vol van genade en waarheid... Een Licht, om de harten van mensenkinderen, stervelingen op de aarde, te verlichten. Daar is iets anders "Het Woord, dat Ik gesproken heb, dat zal hem oordelen  ten laatsten dage ."  

Gelijk Hij eenmaal, als Gods Woord, Zijn ontfermende eeuwigheids-armen ophief en open hield om het verlorene te redden, zo zal Hij Zijn wrekende Hand opheffen, om alle goddelozen, de kinderen der ongehoorzaamheid, Zijn toorn en Zijn macht te laten ondervinden. Hij is  het Woord Gods van eeuwigheid aan, en Hij is onveranderlijk het Woord Gods gebleven. (Hebr. 13:8.). Voorwaar, niemand kan hiermede de spot drijven.
En de heirlegers in de hemel volgden Hem op witte paarden,  bekleed met wit en rein fijn lijnwaad b v. 14.

De beschrijving van het vorengaande wordt afgebroken en de mededeling volgt, dat Hij bij  Zijn verschijning niet alleen zal komen, maar alle heiligen zujllen Hem volgen.  Zonder enige twijfel, zeker en vast, is het, dat de engelen Zijner kracht, bij de openbaring van de Here Jezus Christus van de hemel, tegenwoordig zullen zijn (2Thess. 1:7), maar de heirlegers, waarvan hier gesproken wordt, bestaan niet uit engelen, om de eenvoudige reden, dat allen, die hiertoe behoren,"bekleed zijn met wit, rein en fijn lijnwaad" en dat dit,zie vers 8, "de rechtvaardigmakingen (gerechtigheden) der Heiligen zijn."

 

De scharen van heiligen   
Deze heirlegers zijn dus die scharen van heiligen, die van tevoren niet alleen het Bruiloftsmaal gevierd hebben, maar ook eerder zijn opgenomen,en Hem ontmoet hebben. Zij komen met Christus van de hemel, en zitten (evenals Hij) op witte paarden. Hierdoor verstaan wij, dat zij met Hem in dezelfde heerlijkheid zullen verschijnen, en ook met Hem zullen delen in de overwinning over alle helle-machten.  Ook andere Schriftgedeelten bevestigen dit. De apostel Paulus spreekt van de wederkomst des Heren "met al Zijn heiligen" (1Thes.3:13), en zegt dan verder:

"Wanneer Christus zal geopenbaard zijn, Die uw leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid" (Ko1.3:4). En Johannes in zijn este brief zegt: "Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is n o g niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn,wij Hem zullen gelijk wezen, want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is" (3:2). En volgens Judas heeft reeds Henoch geprofeteerd:

 Vers 14,
"Ziet, de Here is gekomen met Zijn vele duizenden Heiligen".


Duidelijk wordt vermeld, dat Zijn doel is: "om gericht te houden tegen allen, en, te straffen alle goddelozen onder hen en vanwege al hun goddeloze werken, die zij goddelooslijk gedaan hebben, en vanwege de harde woorden die deze goddeloze zondaars tegen Hem gesproken, hebben" (v.15).  Hoe heerlijk is het ons geschonken voorrecht! Wanner de Here Jezus in heerlijkheid verschijnt en met grote kracht, dan verschijnen ook wij met Hem! Wanneer Hij komt om te oordelen, dan komen wij met Hem! Wanneer Hij al Zijn vijanden zal zetten tot een voetbank voor Zijn voeten, dan liggen ze óók aan ónze voeten.

Want, zo zegt de Here: "Ik zal maken,  dat zij komen en zich nederbuigen voor uw voeten,  en bekennen, dat Ik u heb liefgehad." Hoe heerlijk vertroostend,  versterkend en stimulerend zijn Gods gedachten!
Wij willen hierbij nog even stilstaan... De Schrift openbaart Christus als HET MIDDELPUNT van al de plannen,en  raadsbesluiten van God; want alle dingen zijn door Hem geschapen,  en geschapen tot Zijn verheerlijking.
Alles is echter door de zonde verontreinigd en bezoedeld geworden......... Hij vernederde Zichzelven om zodoende door Zijn kruisdood alle dingen te verzoenen met God.... 

De mensheid maakte, in haar ergerlijke boosheid en vijandschap, van deze vernedering 0gebruik, om Hem te verachten en te verwerpen. Doch God zal Hem daar, waar Hij werd veracht en verworpen, ten hóógste verheerlijken, zodat " alle knie zich zal buigen voor de tweede Adam, Die van de hemel is:   de Here Jezus Christus, als de Here der heerlijkheid en zal aan Hem geven alle macht en alle heerschappij. En met deze Here der heerlijkheid zal de Gemeente verbonden zijn en straks verheerlijkt worden.

Gelijk Eva eenmaal verenigd was met Adam, zo zal de Bruidsgemeente verbonden zijn met Christus.  Zó, en niet anders was het vóór de grondlegging der wereld bepaald; en zó zal het ook in de bedeling van de volheid der tijden verwezenlijkt worden.
Deze, Zijn gedachten en plannen, heeft God ons medegedeeld en ontvouwd, opdat wij met Hem gemeenschap zouden hebben door de Heilige Geest, en opdat wij zouden delen in Zijn vreugde.
De beschrijving van Christus, zoals Hij ten oordeel verschijnt, wordt vervolgd, zoals wij lezen:


Vers 15,
"En uit Zijn mond ging  een scherp zwaard opdat Hij daarmee de volkeren (heidenen)  slaan zou . En Hij zal hen  hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn des toorns en der gramschap des almachtigen God."

In het 1ste hoofdstuk reeds hebben wij de Zoon des mensen gezien als Rechter der aarde; met een scherp, tweesnijdend zwaard in de mond.
Gelijk overal elders, is dit zwaard hier, ook het symbool van het Woord Gods. Doch het dient hier niet om, zoals in Hebr.4, gedachten en overleggingen der mensen bloot te leggen, maar wel om het oordeel uit te spreken en te volvoeren. Wij denken aan Joh.12:48
!
"Die Mij verwerpt, en Mijn Woord niet ontvangt, heeft, Die hem oordeelt; het Woord, dat Ik gesproken heb, dat zal hem oordelen ten laatsten dage,"

De Here heeft maar één Woord te spreken, en het vonnis is voltrokken, Dóch Hij zal hen ook "met een ijzeren roede hoeden."  Niemand zal worden gespaard, want het is de wraak des Heren over alle "schijn-godsdienst", welke altijd met de heftigste slagen wordt getroffen. Belangrijk en dus opmerkenswaard zijn de woorden van de profeet Jesaja, die dit oordeel levendig beschrijft:

"Wie is Deze, Die van Edom komt, met besprenkeide klederen van Bozra? Deze, Die versierd is in Zijn gewaad, Die voorttrekt in Zijn grote kracht?
Ik ben het, Die in gerechtigheid spreek, Die machtig ben te verlossen.
Waarom zijt Gij rood aan Uw gewaad, en Uw klederen als van één, die in de wijnpers treedt?, Ik heb de pers alleen getreden, en er was niemand van de volken met Mij; en Ik heb hen vertreden in Mijn toorn, en  heb hen vertrapt in Mijn grimmigheid; en hun kracht is gesprengd op Mijn klederen en al Mijn gewaad heb Ik bezoedeld. Want de dag der wraak was in Mijn hart, en het jaar Mijner verlosten was gekomen,
En Ik zag toe, en er was niemand die hielp; en Ik ontzette Mij, en er was niemand, die ondersteunde; daarom heeft Mijn arm Mij heil beschikt, en Mijn grimmigheid heeft Mij ondersteund,
En Ik heb de volken vertreden in Mijn toorn, en Ik heb hen dronken gemaakt in Mijn grimmigheid; en Ik heb hun kracht ter aarde doen nederdalen" (Jes. 63:1-6.  Deze beschrijving wordt alsdan besloten met de volgende woorden:  

  Vers  16,
"En  Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij deze Naam geschreven: KONING der koningen, en HERE der heren".


Ook in hoofdstuk 17 vers 14 wordt Hem deze titel gegeven. Waarlijk, het Lam, Dat geslacht werd, IS de Koning der koningen en de Here der heren, vanwege Zijn volmaakte, gehoorzaamheid tot in de dood des kruises (Fiiip.2). Onder Hem moeten dan ook, naar Gods Eeuwig Voornemen alle dingen tezamen gebracht worden. Voor Hem moet alle knie zich buigen, en alle tong moet belijden, dat Hij alleen HEER is.

Aan Hem moeten allen zich onderwerpen, en Hem moeten alle gehoorzamen. Onder Zijn scepter moeten alle volkeren gebracht worden en al Zijn vijanden moeten gelegd worden tot een voetbank Zijner voeten!
Welnu, dit resultaat van alle plannen en wegen God treedt nu op de voorgrond. Zegevierend en met grote kracht en heerlijkheid verlaat Hij de hemel... De tegenwoordige bedeling loopt ten einde...Weldra begint  alsdan de regering des vredes en der gerechtigheid Gods.Geprezen zij de Naam des Heren!  De mededeling die hierop betrekking heeft, vangt aan met het oproepen van "de vogelen des hemels" tot de grote maaltijd Gods.
Wij lezen in dit verband:


 Vers 17-18,
"En ik zag een Engel, staande in de zon, en Hij riep met een grote stem, zeggende tot al de vogelen, die in het midden des hemels vlogen: Komt herwaarts, en vergadert u tot het avondmaal des groten Gods; opdat gij eet het vlees der koningen, en het vlees der oversten over duizend, en het vlees der sterken, en het vlees der paarden en dergenen, die daar op zitten; en het vlees van alle vrijen en dienstknechten , en kleinen en groten".

Jezus heeft in Matth.24:27-28 (Zijn profetische rede) gezegd:
"Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. Want waar het dode lichaam is, daar zullen de arenden vergaderd worden." Zo heeft Hij over Zijn wederkomst gesproken en over het oordeel, dat alsdan volgen zal.Welk een tegenstelling vinden wij hier met de maaltijd van de bruiloft des Lams! In een en hetzelfde hoofdstuk vinden wij de beschrijving van twee maaltijden; maar hoe groot is het verschil!

De bruidsgemeente jubelend en juichend, en de vijanden van Christus ter neder geworpen en vernietigd! Wat een onuitsprekelijk voorrecht is het om door Gods wondere genade te mogen behoren tot al die welgelukzaligen... om voor eeuwig verlost te zijn van alle gevolgen van zonde en zondemacht! Hoe groot is onze God! Hierna volgt dan de beschrijving van het oordeel zelf. De Wederkomst des Heren wordt, wanneer Johannes de hemel ziet opengaan, gekenmerkt door de volgende punten:


1. Zijn rijden: een WIT paard (Vergelijkt met Openb.6:1
2. Zijn titels:  Vergelijkt met Openb.1:5;3:14; Matth. 24:35.
3. Zijn werken: Vergelijkt met Jes.11:3-5.
4.  Zijn ogen : Vergelijkt met Openb.1:14; 2:18.
Ogen die alles doorgronden en onderscheiden in Zijn Gemeente, gebruikt Hij nu om de goddeloze wereld te onderzoeken en te oordelen
5.  Zijn hoofd: eenmaal dragende "de doornenkroon", draagt nu "de kronen van volkomen overwinning"!
6.  Zijn Naam:   een geheimenis, een verborgenheid, een mysterie verbonden met Zijn natuur.. Zijn aard en Zijn karakter!
7. Zijn kleding:  Vergelijkt met Jes.63:1-6; De dag der wrake Gods is aanstaande!
8. Zijn volgelingen: Vergelijkt met Judas 14-15.
9. Zijn mond:  Vergelijkt met Openb.1:18 - met deze oordeelt Hij Zijn Gemeente, maar nu oordeelt Hij de volkeren!
10.  Zijn hand: Ziet de tegenstelling in Openb.1:16a
11.  Zijn voeten: Vergelijkt met Openb.14:17-20.
12.  Zijn majesteit: Bestudeert in dit verband eveneens 1Tim.1:17; 6:14-15; Openb.17:14.
 
Noot: Op het kruis, boven Zijn hoofd, stond door mensen geschreven: "Jezus, de Nazarener, de koning der Joden" (Joh.19:19); en "het was geschreven in het Hebreeuws, in het Grieks, en in het Latijn"(19:20).
Nu, in dit hoofdstuk is Hij "KONING der koningen en HERE der heren" (Filip.2:9-11;Ef.1:21). Het Oordeel, dat nu volgt, wordt met deze woorden bekend gemaakt.


Vers 19-21,
"En Ik zag het beest, en de koningen der aarde,en hunne heirlegers vergaderd, om krijg te voeren tegen Hem, Die op het paard zat, en tegen Zijn heirleger. En het beest werd gegrepen, en met hetzelve de valse profeet, die de tekenen in de tegenwoordigheid van hetzelve gedaan had, door welke hij verleid had, die het merkteken van het beest ontvangen hadden, en die deszelfs beeld aanbaden. Deze twee zijn levend geworpen in de poel des vuurs, die met sulfer brandt. En de overigen werden gedood met het zwaard Desgenen, Die op het paard zat, hetwelk uit Zijn mond ging; en al de vogelen werden verzadigd van hun vlees". 

Wel een korte beschrijving, als wij de omvang der gebeurtenissen in aanmerking nemen.In feite maken wij slechts kennis met het resultaat van alle  gebeurtenissen. Wanneer wij ons een duidelijke voorstelling willen vormen van hetgeen gebeuren  zal in deze laatste catastrofe in de ontwikkeling (afloop) van Gods raadsplan, dan moeten wij andere Schriftplaatsen raadplegen - voornamelijkde Oud Testamentische Profetieën. Laten wij dan ook een ogenblik daarbij stil staan, om te trachten (uit de verschillende voorzeggingen) een zoveel als mogelijk is, aaneengesloten geheel te verkrijgen. Daar zijn immers vele dringende vragen, die nu naar voren komen.

 

De Slag  van Armageddon
Wij beginnen dan met de volgende passages uit het Boek Daniël, laatste gedeelte van hoofdstuk 11, vanaf vers 21 en verder.  Wij verwijzen in dit verband naar hetgeen wij geschreven hebben op de bladzijden 238 tot en met 254 van het Boek "DANIEL", en naar de desbetreffende voorzeggingen van de profeet Zacharia.  Nadere informatie kunnen wij eveneens vinden in het hiervoren  genoemde boek, en wel in hoofdstuk 12 tot en met blz. 273.
Zodoende zullen dus straks alle nog op aarde aanwezige volkeren vergaderd, tezamen optrekken in verbondenheid en onder gezag van de antichrist. 

Zij zullen alsdan in slagorde staan met de koningen der aarde...... .. en de grote slag  van Armageddon wordt gestreden, en het bloed zal als water stromen rondom Jeruzalem. Met één slag zullen allen worden vernietig. Onze soevereine God gebruikt alle politieke woelingen der volkeren tot het bereiken van Zijn doeleinden. Laat ons dit  nooit vergeten!   In de profetie van Joël lezen wij daarom ook, dat Here alle volken brengt naar het "Dal van Josafat", om hen aldaar te richten.


"Dan zal Ik alle heidenen (volken) vergaderen, en Ik zal met hen aldaar  hen afvoeren in het dal van Josafat; en Ik zal met hen aldaar richten..."
en: "De volken zullen zich opmaken, en optrekken naar het dal  van Josafat; maar aldaar zal Ik zitten, om te richten alle  volken van rondom" (3:2 en 12).
  Op welke wijze wordt Gods oordeel dan uitgevoerd? als het Woord zegt. Hoe dwaas om de strijd te durven aanbinden tegen deze ruiter op het witte paard.Slechts een ogenblik later, en al die geweldige heirlegers liggen verslagen ter aarde.  Ziedaar, het plotselige en verschrikkelijke einde van allen, die zich tegen God,  en Zijn Gezalfde hebben gekeerd en verzet!

Waarlijk, wanneer de goddeloosheid op het hoogst geklommen is, en als het ongeloof en de verwerping van de Here Jezus Christus het toppunt hebben bereikt, en als de dan levende aard-bewoners in blakende vijandschap zich verzetten tegen God en Zijn Christus, als het schijnt (lijkt), alsof recht en gerechtigheid nimmer zullen zegevieren; alsof er geen lichtstraal meer zal doordringen in de zich alsmaar verdiepende duisternis, alsof de duivel en satanas alle macht in handen heeft,.... dán komt plotseling de Here, onze Redder, Verlosser en Zaligmaker, de leeuw van Juda  ..............  en maakt door de verdelging van al Zijn vijanden resoluut een einde aan de machteloze tegenstand van satan en zijn goddeloze horden. CHRISTUS TRIOMFATOR Amen.
 
De kracht van het Levende Woord in oordeel wordt hierdoor
gemanifesteerd; en er zullen geen zondaars achter gebleven zijn.
Vlees en bloed zullen het alsdan te vestigen Vrederijk van Christus, het Duizendjarig Koninkrijk of Millennium, niet binnengaan.
De aarde zal worden gereinigd van alle zondesmet, en een verblijfplaats worden voor de Here Jezus en de verlosten van alle eeuwen. Glorie voor God!   

Géén zonde meer, géén ziekte, géén dood zal meer gevonden worden. Kinderen Gods gaan een onsterfelijke tijd tegemoet - deze is de vaste belofte des Heren. De heerlijkheid des Heren zal de aarde bedekken gelijk de wateren de zee (Hab.2:14).  Hen nu, Die machtig is u van struikelen te bewaren en onstraffelijk te stellen voor Zijn heerlijkheid in vreugde, de alleen wjze God, onze Zaligmaker zij heerlijkheid, en  majesteit, kracht en macht, beide, nu en in alle eeuwigheid.  Amen. (Judas 24-25). 

 


 

Terug  ~ Omhoog  ~  Verder