Die is, Die was en Die komen zal
De "Openbaring"nader beschouwd


* Verborgen hoop ...
Lees verder

* Waarom de Openbaring werd gegeven
Lees verder

* De brieven aan de zeven gemeenten
Lees verder

* Efeze
Lees verder

* Smyrna
Lees verder

* Pergamus
Lees verder

* Thyatira
Lees verder

* Sardes
Lees verder

* Filadelfia
Lees verder

* Laodicea
Lees verder

* Nabeschouwung
Lees verder

* De troonsheerlijkheid van de Vader
Lees verder

* De heerlijkheid der verzoening door God de Zoon
Lees verder

* De zegels worden geopend.
Lees verder

* 1ste zegel
Lees verder

* 2de zegel
Lees verder

* 3de zegel
Lees verder

* 4de zegel
Lees verder

* 5de zegel
Lees verder

* 6de zegel
Lees verder

* 7de zegel
Lees verder

*De Goddelijke oogst voor en na de grote oordelen van God
Lees verder

* De bazuinen gaan klinken
Lees verder

* 1ste - 4de bazuin
Lees verder

* 5de bazuin
Lees verder

* 6de bazuin
Lees verder

* 7de bazuin
Lees verder

* De culminatie der demonische machten
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt  de wereld aangezegd
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt de wereld gegeven
Lees verder

* De openbaring van Gods grote verborgenheid
Lees verder

* De antichrist en zijn heerschappij
Lees verder

* Gods wegen in genade en gericht
Lees verder

* De zeven fiolen vol van de toorn van God
Lees verder

* De zeven fiolen van Gods toorn worden uitgegoten
Lees verder

* Gods oordeel over het grote Babylon als geestelijke macht
Lees verder

* Gods oordeel  over het grote Babylon als politieke en economische macht
Lees verder

* De inleiding tot het grote duizendjarig Rijk van Christus
Lees verder

* Aanvang en slot van het duizendjarig Vrederijk
Lees verder

* Taferelen uit Gods eeuwigheid en van het Nieuwe Jeruzalem
Lees verder

* Besluitend visioen en Jezus' laatste woorden
Lees verder




 

 

 

Home - Sitemap

 

Gods  oordeel over het grote Babylon als politieke en economische macht
De torenbouw van Babel


 

Babylon 

In het vorige hoofdstuk hebben wij Babylon reeds gezien als een geestelijke macht en ook vermeld als een staatkundige macht, en ook dat beide van de aardbodem zullen worden weggevaagd. Werd Babylon eerder voorgesteld als de "grote hoer", in dit hoofdstuk komt zij op het toneel als de "grote stad", met welke alle kooplieden der aarde handel hebben gedreven, en in welke alles verenigd is, wat deze wereld aan "schoons en aangenaams en strelendst oplevert. Dan is daar nog een ander belangrijk verschil tussen deze twee hoofdstukken.


In hoofdstuk 17 zagen wij, hoe aan het einde van de tegenwoordige bedeling alle aanwezige machten op de aarde worden gebruikt om het oordeel Gods over de grote hoer uit te voeren. In hoofdstuk 18 is van dit alles geen woord
.   Alle "menselijke werktuigen" zijn van  het toneel verdwenen; en de Engel, die hier uit de hemel nederdaalt om het oordeel over Babylon aan te kondigen, zegt niets van de middelen, die de Here God hiervoor bezigt .

Toch moet het ons allen duidelijk zijn, dat God tegen Babylon is, en dat Hij haar oordeelt. De werktuigen, die Hij gebruikt, denken er dan in de verste verte niet aan, dat zij door Hem, Die hemel en aarde regeert, gebruikt worden om Zijn beslissende oordeel over Babylon uit te voeren.Toch is dit zo, en dit moet duidelijk aan het licht  worden gesteld, en daarom verdwijnen uit het 18e hoofdstuk ook alle menselijke middelen, en wordt als de uitvoerder van het oordeel de Here Zelf, en Hij alleen , ons voorgesteld. Glorie voor Hem, Die leeft tot in alle eeuwigheid!

Maar laat ons nu ook, eer wij overgaan tot de nadere beschouwing van alle bijzonderheden, die in dit hoofdstuk zijn vervat, een ogenblik stilstaan bij "de beweegredenen", die de Heilige Geest ertoe leiden om dit Babylon op zulk een wijze aan ons voor te stellen.Want zij is eerst een vrouw en dan een stad. De Bijbel verklaart ook in deze altijd zichzelf. En zo zien wij dan in het Woord van God, dat ook de Gemeente van de levende God voorgesteld wordt als een
vrouw (Openb.12), maar ook als een stad, het Nieuwe Jeruzalem (Openb.21). Wij zien dat deze hoer het zondige tegenbeeld is van de vrouw van Openb. 12.

Babels tweevoudige uitbeelding
's Heren diepe les vervat in Babels Tweevoudige uitbeelding.
Babylons geschiedenis in het Oude Testament verschaft ons hierover genoegzaam licht, gelijk trouwens bijna alle symbolen in Openbaring ontleend zijn aan het Oude Testament. Wij zagen reeds, dat de eerste maal, dat er van Babylon in de Schriften melding wordt gemaakt, in Genesis 10 is. Daar lezen wij van een zekere Nimrod, de"geweldige" die tot beginsel zijns rijks "Babel" stelde.

De fundamenten van zijn Babel waren, om zo te schrijven, door geweld en op gewelddadige wijze gelegd; en allen die toentertijd deel hadden aan de torenbouw van Babel in de vlakte van Sinear, wilden zich zo graag onafhankelijk maken van God. Door alle eeuwen heen hebben dergelijke beginselen van geweld en zelfverheffing geleid tot het verlaten van Gods wil en weg en tot de aanbidding van de mens en van afgoden.

Gaandeweg werd dit Babylon het middelpunt van alle afgoderij, en van de macht der wereld. In Babylon stond dat gouden beeld van Nebukadnezar, dat aangebeden moest worden door al de volkeren, die tot zijn rijk behoorden. Het Babylonische rijk was het eerste van de vier wereld-rijken, die heerschappij voerden over de aarde, nadat de Here God Zich had teruggetrokken van Israël, en de stad Jeruzalem verlaten had.
Doch ditzelf de Babylon wordt ons ook nog van een an-
dere kant voorgesteld....als de grote verleider, en de vijand van het volk des Heren. In overdrachtelijke zin, dus in geestelijk opzicht, is Babel die wereldsgezinde geest, waardoor Gods volk telkens weer wordt verleid.

Was het geen fraai Babylonisch kleed, dat Achabs hart aantrok, en in verrukking bracht, waardoor zijn val werd veroorzaakt? (Joz.7:21).
Aan de boden van de koning van Babel toonde Hizkia al zijn schatten en heerlijkheden en het was de profeet Jesaja die tot hem werd gezonden met de boodschap, dat al wat zijn vaderen vergaderd hadden, naar Babel zou worden weggevoerd. Toen Juda zich geheel verdorven had door "deze beginselen van Babel", werd het gevankelijk weggevoerd naar Babel en kwam het geheel onder de macht der heidense vorsten (historisch gezien"het begin van de tijden der heidenen"). Ziedaar, wat ons in het Oude Testament ontrent Babel (Baby-lon) en haar verderfelijke beginselen wordt medegedeeld.


Het is niet moeilijk om in te zien, hoe juist en profetisch gepast dit beeld is, hetwelk de Heilige Geest gebruikt om ons alles in "afval van God en  Christus"voor te stellen. Christelijke levens vallen af, doordat zij beginnen met de beginselen der wereld te huldigen en met deze te sympatiseren om zodoende geheel onder de invloed, en de macht van de wereld te geraken. God en Christus verlatende, vervallen zij vanzelf tot openlijke afgoderij. En deze zijn ook degenen, die naderhand vervolgers worden van de Gemeente des Heren, waarvan zij eertijds leden waren!

De "beweging of organisatie", waarbij zij zich hebben geschaard en het stelsel van godsdienstige verdorvenheid, hetwelk zij dan aanhangen, schaamt zich niet om zich de naam aan te matigen van "de bruid van Christus", terwijl hun harten verre van Hem zijn. In zulk een geloofssfeer(?) haken zij naar eer en aanzien, roem en macht, zelfverheerlijking , en heerschappij, totdat allen aan hun voeten liggen...de mensen van toen, zijn nog altijd de mensen van deze corrupte tijd.  

In plaats van andere mensen te leiden tot waarachtig en eeuwig geluk, brengen zij deze door hun fatale leringen en hun heiligschennende daden tot diepere ellende en voeren zij hen steeds verder weg van de Schriftuurlijke waarheden; terwijl een ieder, die aan Gods genade en waarheid wil blijven vasthouden en zich dus niet aan hun zijde wil scharen, als het ware "te vuur en te zwaard"wordt vervolgd en (geestelijk) omgebracht. En  hiermee is het duidelijk genoeg, dat de beschrijvingen, die ons gegeven worden, ondanks zovele waarschuwingen zijn tot inlichting en inachtneming.

 
Christus kondigt Babylons val aan

Vers 1,
"En na dezen zag ik een andere engel afkomen uit de hemel, hebbende grote macht en de aarde is verlicht geworden door Zijn heerlijkheid" .

Laten wij voor een juist begrip een en ander vergelijken met:
Openb.14:8, "En er is een andere Engel gevolgd, zeggende: Zij is gevallen, zij is gevallen, Babylon, die grote stad, omdat zij uit de wijn des toorns harer hoererij alle volken heeft gedrenkt."
Jes.21:9, "En zie nu, daar komt een wagen met mannen, en een paar ruiters! Toen antwoordde Hij en zei de: Babel is gevallen! en al de gesnedene beelden harer goden heeft Hij verbroken tegen de aarde."

De verschijning van deze Engel spreekt van "Goddelijk held", en in zijn schitterende verschijning is Hij de verpersoonlijking van al de macht en de heerlijkheid Gods! Wij verwijzen in dit verband naar de volgendeSchriftuur: Ezech.43: 2; Joh.5:27; I Kor.15:24 Pslm.72 : 17-19 en Jes.6 :3. De Zone Gods Zelf, de Here Jezus Christus is de boodschapper van het nimmer falend oordeel Gods. . Hij kondigt de val van Babylon aan, met de herhaalde uitroep::"Gevallen, gevallen is het grote Babylon!"

Vers 2,
"En Hij riep krachtiglijk met een grote stem, zeggende: Zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon, en is geworden een woonstede der duivelen, en een bewaarplaats van alle onreine geesten en een bewaarplaats van alle onrein en hatelijk gevogelte".

Dit Babylon wordt die woonplaats van duivelen en van alle andere onreinheden, doordat zij de liefde tot de waarheid niet heeft gewild, en waardoor een geest der dwaling over haar zal komen!
Bestuderen wij in dit verband 2 Thess.2:9-12 - "Hem (de antichrist ), zeg ik, wiens toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht en tekenen, en wonderen der leugen; en in alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan, daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden.En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven; opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid."

Alle satanische machten, de boze mensen incluis, worden door satan geleid; en velen leven in onze tijd al onder zijn invloed. De "anti-God-stromingen", de zo openlijke anti-Christus-handelingen" in de dagen waarin wij thans leven, zijn op zichzelf sprekende bewijzen.Niemand zal deze waarheden kunnen loochenen. Hoe groot en groots de opzet is van al dit duivelse, wordt verklaard in het volgende....

"Dewijl uit de wijn des toorns harer hoererij alle volkeren hebben gedronken en de koningen der aarde met haar gehoereerd hebben, en de kooplieden der aarde rijk zijn geworden uit de kracht van haar weelde."
Alle naties zijn ermee besmet en alle volkeren ermee besmeurd, ook de commerciële wereld. Alle valse religie en afgoderij zullen vanwege en met dit corrupte systeem van koophandel vermengd zijn, met alle fatale gevolgen.  Vandaar, dat weer een andere stem gehoord wordt uit de hemel, die met een "aansporing" komt...

 
Gods volk mag in generlei opzicht deel hebben aan Babylon en haar zonden.
Vers 4,
"En ik hoorde een andere stem uit de hemel, zeggende: Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij aan haar zonden gene gemeenschap hebt, en opdat gij van haar plagen niet ontvangt".

Wij moeten deze aansporing tot "separatie of afscheiding" eens vergelijken met dat, wat wij opgetekend vinden in Jer.51:45 + 2 Kor.6:14-18. Wij krijgen dan een nog duidelijker beeld van alles. Deze boodschap voor de laatste dagen geldt ook de eerste tijd van de Grote Verdrukking. De uitdrukking "MIJN VOLK" doet ons verstaan, dat er in die eerste tijd van de Grote Verdrukking nog kinderen Gods, heiligen Gods, getuigen van Jezus Christus, gevonden worden, die nu worden aangespoord om Babylon te verlaten.

Dit stemt overeen met hetgeen verteld wordt van de groep van de  "dwaze maagden" (Matth.25) en met "het overige van het zaad van de vrouw"(Openb.12:17),alsook met "de heiligen die door de antichrist worden overwonnen" (Openb.13:7). Zij, die als martelaren vallen, zijn dezelfde, die ten tijde van de Grote Verdrukking gedood worden door het zwaard van de antichrist. Zij zullen hun martelaarschap verzegelen met hun eigen bloed, en zij zijn degenen, voor wie de aansporing uit de hemel geldt. Laat ons een en ander vergelijken met Openb.14:6-12.
Het "waarom" met betrekking tot voornoemde aansporing wordt ons duidelijk door hetgeen geschreven staat in het vijfde vers van dit hoofdstuk, waar wij lezen....

Vers 5,
. "Want haar zonden zijn de ene op de andere gevolgd tot de hemelen en God is harer ongerechtigheid gedachtig eworden".

Het is hoogst leerrijk om de beweegredenen te (leren) kennen, die voor de afzondering uit Babylon worden gegeven. Zij, die de Here (nog) toebehoren, moeten Babylon niet verlaten, omdat haar oordeel reeds gekomen is, maar opdat zij geen gemeenschap zonden hebben met haar menigvuldige en ten hemel schreiende zonden! En laten wij nu het volgende niet vergeten, wetende, dat die verdoemelijke Babylonische geest ook deze laatste dagen, waarin wij leven, beheerst...

De verdorvenheid van Babylon, de zonden door haar begaan, de verderfelijke en verwoestende beginselen door haar gehuldigd en gepropageerd, moeten ook in onze dagen de beweegredenen zijn voor een ieder , die God waarlijk vreest, om zich "af te zonderen", zich "af te scheiden", in overgave en toewijding aan de Here Jezus Christus!
Het is niet genoeg, wanneer Gods volk zich onthoudt, van "de zonden van Babylon"; zij moet Babylon "verlaten". God wil per sé niet, dat de Zijnen in enige betrekking staan tot al dat boze.  Bedenken wij dit ernstig - een ieder voor zichzelf.

Des te ernstiger wordt deze waarschuwing, als wij opmerken, dat deze beginselen van Babylon toch al kenmerkend zijn voor de laatste dagen niet alleen, maar dat deze reeds hier en daar binnen geslopen zijn in het Lichaam van Christus! Daarom moeten al degenen, die Jezus liefhebben, zich met beslistheid ervan afwenden, en zich afzonderen in totale overgave en wijding aan Hem! Alleen hierin leven wij een "veilig gesteld leven", omdat wij dan niet ontvangen van al haar plagen. Amen. Doen wij dit niet, dan zijn wij in gemeenschap met datgene, wat door het gewisse oordeel van God zal worden getroffen.


De Beginselen van Babylon 
Deze beginselen van Babylon worden nu in dit hoofdstuk beschreven.
In plaats van te zoeken "de dingen, die boven zijn", wordt gezocht naar de dingen, die hier beneden zijn te vinden. In stede met Christus te lijden en te verlangen naar Zijn heerlijkheid, die eerst ná lijden komt, wordt in het hart gezegd:

Vers 7b,
"ik zit als een koningin, en ben geen weduwe en zal geen rouw zien".

Zij heeft zichzelven verheerlijkt; zij heeft getracht zich een naam op aarde te maken; zij heeft geheerst, en zich verlustigd in de dingen der wereld. Evenals de zondaren van deze wereld onze, door de zonde vervloekte aarde hebben getracht te verfraaien, en er naar hebben gestreefd om door allerlei uitvindigen en vele genietingen zich het leven hier beneden zo aangenaam mogelijk te maken, zo heeft deze "vrouw-hoer-bruid en Babylon", de waarheid verlatend, zich gewend tot de wereld, en haar verdoemelijke beginselen.  Alles wat het vlees begeert , al wat de zinnen streelt, al wat op aarde schoon en verrukkelijk genoemd wordt, wordt ook in haar gevonden. De "begeerlijkheid des vlezes", en de "begeerlijkheid der ogen", en de "grootsheid des levens" die niet uit de Vader zijn, maar uit de wereld, gelijk de apostel in zijn eerste brief zegt, wordt alsdan nagejaagd en veroorzaken de val.


Gods oordeel over haar en haar zonden  
Waarlijk, Gods oordeel over haar is imminent, en er is zelfs sprake van een "dubbele portie", want wij lezen:

Vers 6,7 en 8,
"Vergeldt haar gelijk als zij ulieden vergolden heeft, en verdubbel haar dubbel naar hare werken; in de drinkbeker waarin zij geschonken heeft, schenkt haar dubbel: Zo veel als zij zichzelve verheerlijkt heeft en weelde gehad heeft, zo grote pijniging en rouw doet haar aan; want zij zegt in haar hart: Ik zit als een koningin; en ben geen weduwe, en zal geen rouw zien. Daarom zullen haar plagen op één dag komen, namelijk dood, en rouw en honger en zij zal met vuur verbrand worden; want sterk is de Here God, Die haar oordeelt". .

Wij lezen van "het effect" op de koningen der aarde in de verzen 9 en 10.


. Vers 9 en 10,
"En de koningen der aarde, die met haar gehoereerd en weelde gehad hebben, zullen haar bewenen en rouw over haar bedrijven, wanneer zij de rook haars brands zullen zien ; van verre staande uit vreze van haar pijniging, zeggende: Wee, wee, de grote stad Babylon, de sterke stad, want uw oordeel is in één uur gekomen."

In de verzen 11-19 wordt ons verteld van het effect op de kooplieden der aarde..

Vers 11,
"En de kooplieden der aarde zullen wenen en rouw maken over haar, omdat niemand hun waren meer koopt.".


Opmerkelijk is het, dat de Geest van God in de volgende verzen alle artikelen van weelde en koophandel achter elkaar opsomt. De reden kan geen andere zijn, dan om ons aan te tonen, waarmee "de kinderen van Babylon"zich bezig houden, en bij welke soort bedrijvigheden zij allen betrokken zijn.  Zij is dan ook, zoals wij al eerder geschreven hebben,"het centrum in de wereld van al die dingen. Alles is voor Babylon koophandel! Vandaar dat de bewoners der aarde zich uitermate verheugen, omdat lichamen en zielen op de ene of andere wijze zich kunnen overgeven aan al deze genietingen. Alles wordt gebruikt om de grootst mogelijke winst te boeken, alles dient als middel tot vermaak en koophandel..

Vers 12 en 13,
Waren van goud en van zilver en van kostelijk gesteente en van paarlen en van fijn lijnwaad en van purper, en van zijde en van scharlaken en allerlei welriekend hout, en allerlei ivoren vaten, en allerlei vaten van het kostelijkste hout en van koper en van ijzer en van marmersteen en kaneel en reukwerk, en welriekende zalf en wierook , en wijn  en olie, en meelbloem en tarwe, en lastbeesten , en schapen; en van paarden en van koetswagens, en van lichamen en de zielen der mensen ." .

Hoe verschrikkelijk, dat men er zelfs niet voor terugdeinst, zich te vergrijpen aan "lichamen en zielen der mensen"; dat deze gewoonweg als levende voorwerpen bij koophandel betrokken zijn en zodoende gelijk gesteld worden aan beesten!
Maar wat zullen wij ons toch verwonderen! Deze zelfde "geest des tijds" is ook nu reeds aanwezig, al worden dan de bijzonderheden nog niet volledig en ten volle aanschouwd. Is al wat wij heden ten dage zien reeds gekomen tot de graad van perversiteit, wij zijn nog lange na niet aan het einde ervan; wij weten, dat het met de dag erger en erger wordt. En het is zo opmerkelijk, dat degenen die er aan meedoen, dit niet willen zien noch weten.

Maar, welke dief zal erkennen, dat hij een dief is?!
Die oren heeft, die hore!
De politiek van de wereld is: handel drijven en zo vlug mogelijk schatrijk worden; en als dit doel moet worden bereikt, schroomt zij niet om met de lichamen en de zielen der mensen "handel te drijven", zelfs op grote schaal. Hoe gemakkelijker deze dorst naar winst en weelde en genot gestild kan worden, des te meer worden de zielen der mensen door de begeerte daarnaar verslonden en opgeslokt. De satan, die de vorst der wereld is (en dit heeft Jezus Zelf gezegd), tracht door al deze dingen mensenkinderen aan zich te binden, om zodoende allen onder zijn heerschappij te brengen!

In deze dagen is deze ontembare zucht naar weelde, vermaak en vleselijke genietingen (sex in alle mogelijke vormen en gedaanten) het grootste kwaad; en het is betreurenswaardig, dat, wanneer Christenen onder invloed geraken van deze wereldse beginselen en nog veel meer, hun  "geestelijke smaak" totaal bedorven en vergiftigd wordt.
De geschiedenis leert ons, dat al deze dingen door de mens zijn uitgedacht, toen hij van het aangezicht des Heren verdreven was...Nadat Kaïn zijn eigen broeder had vermoord, en door de Here God verworpen was, bouwde hij een stad, en begon terstond aan de verfraaiing van de wereld.

God zond Zijn eigen Zoon  als erfgenaam van  alle vlees tot de wereld, doch deze wereld verwierp Hem! Evenals Kain voegde de wereld bij al haar zonden tegen God, de grootste van alle misdaden, namelijk de moord op Gods geliefde Zoon, Die met genade en waarheid gekomen was en in haar midden had getabernakeld. Daarom verwacht God van Zijn kinderen, die nu nog in deze wereld vertoeven, maar door Zijn ontfermende liefde en genade daaruit geroepen en afgezonderd zijn, dat zij "hemelsgezind" zullen zijn in alles; wetende door hun geloof, dat de Vader tegenover de wereld staat - de Zoon tegenover satan, en de Heilige Geest tegenover alle vlees!

Wanneer Christenen de wegen der wereld bewandelen en de beginselen van die wereld huldigen (aanhangen), dan is dit in Gods ogen "openlijke hoererij". Geve de Here ons geopende ogen om te zien, oren om te horen, en een hart om op te merken, opdat wij vandaag-de-dag ons in géén enkel opzicht door deze verderfelijke beginselen zullen laten mee slepen!
Zodra Christenen de wereld met haar verdoemelijke beginselen in de plaats stellen van godsdienst en het volgen van Jezus, is het karakter van Babylon volledig geopenbaard. Reeds in"de onzichtbare afval des geloofs", was "Babylon" in zulke harten van te voren in de kiem aanwezig.

Maar dan komen plotseling, als op één dag, al de verschrikkelijke plagen over hen; het éne oordeel volgt bliksemsnel op het andere.  
Om ons, mensen van vandaag, dat oordeel zo ontzettend mogelijk voor te stellen, wordt ons de indruk geschilderd, die dit oordeel Gods op alle klassen der maatschappij kennen zal. En dit nu hebben wij in de vorengaande verzen kunnen lezen.

Allen, die hun aanzien en hun gewin aan de funeste invloed van Babylon te danken hebben, vinden straks in de val van dit geweldige, bloeiende systeem een oorzaak van wenen. Maar, wanneer hier op de aarde de weeklacht allerwege zal worden gehoord over de val van Babylon, ....in de hemel is er vreugde en gejuich! Halle-luja!
De Geest van God heeft aan Johannes duidelijk gemaakt wat er in realistische zin plaats vindt...

"De vrucht der begeerlijkheid uwer ziel is van u weggenomen, en al wat lekker en wat heerlijk was, is van u weggegaan en gij zult dat niet meer vinden. De kooplieden dezer dingen, die rijk geworden waren van haar, zullen van verre staan, uit vrees voor hare pijniging, wenende en rouw makende, en zeggende:

Vers 14-18,
 " Wee, wee, de grote stad, die bekleed was met fijn lijnwaad, en purper, en scharlaken, en versierd met goud en met kostelijk gesteente, en met paarlen; want in één ure is zo grote rijkdom verwoest. En alle stuurlieden, en al het volk op de schepen, en bootsgezellen, en allen die ter zee handelden, stonden van verre, en riepen, ziende de rook van hare brand, en zeggende; Wat stad was deze grote stad gelijk?"


Welk effect resulteert dit oordeel op alle handel ter zee (tussen de volkeren)! Zo groot zal dit zijn, dat er geschreven staat:

  Vers 19,
En zij wierpen stof op hun hoofden en riepen, wenende en rouw bedrijvende, zeggende: wee, wee, de grote stad, in dewelke allen die schepen ter zee hadden, van hare kostelijkheid rijk geworden zijn; want zij is in één uur verwoest geworden"..

Wat een tegenstelling, wanneer wij lezen van hen, die in de hemel wonen!

Vers 20,
"Bedrijft vreugde over haar, gij hemel en gij heilige apostelen en gij profeten, want God heeft uw oordeel aan haar geoordeeld".

Welk een vernedering enerzijds en welk een blijdschap anderzijds! Waarom? Omdat de verborgenheid der ongerechtigheid heeft opgehouden te bestaan en deze aarde niet langer het toneel zal zijn van de afschuwelijkste verdorvenheid, welke ooit op aarde is aanschouwd.
De heiligen in de hemel, onder wie apostelen en profeten een eerste plaats innemen, zijn het niet alleen eens over de uitoefening van Gods gerechtigheid, maar zij verheugen zich met grote vreugde, en vinden tevens in dat oordeel van Babylon de wraak des Heren over al de vervolgingen, pijnigingen, door haar aan al Gods heiligen aangedaan.

Hierop volgt dan het "slottoneel". Johannes de ziener  van Patmos, heeft uit de mond van de Engel over Babylons val gehoord, en over de geweldige indruk, die deze gebeurtenissen van de val op de volkeren der aarde maken  zullen. Thans wordt hem die verwoesting in de meest schrille kleuren getoond.... Wij lezen dan:

Vers  21-23,
"En deze sterke engel hief een steen op, als een grote  molensteen, en wierp die in de zee, zeggende:
Aldan  zal de grote stad Babylon met geweld geworpen worden en zal niet meer worden gevonden. En de stem der citersspelers, en der zangers en der fluiters en der bazuiners zal niet meer in u gehoord worden; en geen kunstenar van enige kunst zal meer in u gevonden worden; en geen geluid des molens zal meer in u gehoord worden. En het licht der kaars zal in u niet meer schijnen; en de stem  van een bruidegom en van een bruid  zal in u niet meer gehoord worden, want uw kooplieden waren de groten der aarde, want door uw toverij zijn alle volken verleid geweest."

Wij zien dus, dat Babylon met groot geweld wordt verwoest. Alle stem des gejuichs verstomt; alle kunstscheppingen verdwijnen; alle welvaarts-bronnen raken verstopt en diepe duisternis valt op haar, en iedere band  van genegenheid  en van liefde in welke vorm ook, wordt meedogenloos verbroken. En dit alles zal haar overkomen, omdat zij met "de groten der aarde", koningen en machtigen, handel gedreven, en gehoereerd heeft, en omdat zij al de volken door haar toverij, haar valse, bedriegelijke en verderfbrengende leeringen heeft verleid; maar bovenal, omdat zij bij al die gruwelijke  zonden gevoegd heeft: de vervolging en moord op Gods kinderen, Zijn heiligen!  En ook hier zien wij dan wederom een herhaling. Evenals›, de Here toentertijd van het afvallige Jeruzalem heeft gezegd: "opdat van dit geslacht geëist worde het bloed van al de profeten, dat vergoten is van de grondlegging der wereld af" (Luk. 11:50) , zo wordt ook hier gezegd van Babylon.

Vers 24,
"En in dezelve is gevonden het bloed der profeten en der  heiligen, en al dergenen, die gedood zijn op de aarde".

Wat een verschrikkelijke toestand moet dit alles straks wel zijn! Voorwaar, een leven zonder God en gebod is wel de gruwelijkste en onverzoenlijkste vijand van de Here God en Zijn volk!
Dat wij ons toch verre zullen houden van zulk een levenshouding, en dat wij maar heel dicht aan Zijn zijde zullen blijven wandelen! God schenke ons allen Zijn wondere genade, opdat wij onszelf rein zullen bewaren, gelijk het een maagd betaamt voor haar bruidegom: zo ook de Gemeente voor haar Hemelbruidegom. Dit kunnen wij, en dit zullen wij ook kunnen doen, wanneer wij deze ernstige waarschuwingen en waardevolle lessen, gegeven in deze hoofdstukken, ter harte nemen, zodat wij in géén enkel opzicht onder de verdoemelijke invloed (zullen) geraken van dit Babylon der laatste dagen. God helpe ons, - Amen.

 

Afsluitende aantekeningen 
Nimrod werd geboren uit Cham (kleinzoon van Noach).
Nimrods vrouw: Semiramus, was de grondlegster van alle Babylonische mysteries.Zij was de "eerste hogepriesteres" van het afgodische heidendom. Babylon werd de bron, het middelpunt, van en "de moeder van alle heidense systemen in de wereld" - De "Verborgenheid der ongerechtigheid ....  een imitatie van de waarheid, door alle eeuwen heen!
Dit duivelse "systeem" is gefundeerd op de moederbelofte in Gen. 3 :15 . Want ook dit systeem ( de goddeloze vrouw) heeft een zoon gebaard, die op een wonderbaarlijke wijze  werd ntvangen.! Hij werd door haar aan het volk gepresenteerd, als een  grote verlosser en als zodanig verheerlijkt!


Deze was de "TAMMUZ", tegen wiens aanbidding de profeet Ezechiël heftig protesteerde (Ezech.8, in het bijzonder vers 14). Hiermede had de introductie plaats van de "verborgenheid van MOEDER EN KIND", de oudste vorm van afgoderij door mensen bedreven.
Deze was de satanische imitatie om de mens te verleiden en om zodoende te voorkomen, dat de WAARHEID aangaande  JEZUS CHRISTUS, GODS ENIGGEBOREN ZOON, zou worden geopenbaard  ontvangen (geboren uit een vrouw, geboren uit een maagd....).

Het is deze satanische leugen, welke alle volkeren hebben geloofd en het beeld van de  "Moeder en het kindeke in haar armen" werd en wordt (NOG) aangebeden, en deze zogenaamde "koningin des hemels el" werd en wordt nog steeds verheerlijkt  op de meest God-onterende manier... gepaard met de meest immorele praktijken!   Binnen korte tijd, naar Bijbelse chronologie, werd dit "Babylonisme" de "voertaal" van een wereld, die de Goddelijke Openbaring van Jezus Christus verworpen heeft er zulks nog steeds doet.   En vele"verborgenheden" zijn aar de originele toegevoegd; te weten:

a. De "vagevuur- reiniging" na de dood.
b. De "redding, verlossing, door ontelbare sacramenten" waartoe ook gerekend moet worden: de "priesterlijke absolutie".
c..De "wij-water-sprenkeling".'
d. Het "offeren van ronde koeken aan de koningin des hemels",  zoals beschreven in Jeremia 7:18 en 44:19.
e. De "toewijding van maagden aan de goden" - de zogenaamde "bruiden van Christus", wat in feite en letterlijk "verkapte, geheiligde prostitutie" was en nog is.
f. Het "bewenen van de Tammuz gedurende 40 dagen". Nadat deze gedood was door een beer, werd zijn opstanding uit de dood gesymboliseerd door het offeren van "dieren", en de "altijd-groene-boom" werd verkozen als het symbool van zijn geboorte in wintertijd. Alsdan werd ook de berenkop gegeten (genuttigd) ter gedachtenis, onder het aansteken van blokken hout voor het zogenaamde "kerstvuur".

g "Het kruisteken was de Tammuz heilig", want het symboliseerde het leven, tot uiting komende in de begin letter van de naam "Tammuz".

Ditzelfde "teken" wordt heden ten dage nog gevonden op oude altaren en aan de voorgevels van heidense tempels. Deze afgoderij begon niet met het komen van het Christendom in de wereld, zoals velen veronderstellen.
De sluwe duivel en satanas had en heeft nog vele en menigerlei "streken op zijn kompas", en hij weet beter dan ieder ander, dat "veelheid in verscheidenheid" telkenmale het menselijk oog bekoort en het menselijk gemoed ontroert. In dit licht van informatie moeten wij verstaan, hoe antichristelijk het ondervolgende "teken" is, dat eenvoudig een duivelse "verdraaiing =  vervorming" is van het zogenaamde "Tammuz-teken".Over de hele wereld wordt dit hedendaagse, zogenaamde "vredesteken" gekend en gebruikt.. Antichristelijke neigingen en handelingen zijn NU AL INTERNATIONAAL ! Zegt dit ons iets!?
 
Abraham heeft zich van deze afgoderij  door Gods genade in zijn persoonlijk leven afgescheiden, maar dit alles is Israël ten vloek geworden. Het volk van God werd ermede "geïnjecteerd" door de heidense Izebel (1 Kon.16 en 2 Kon. 9). Zij was een Phoenicische prinses, en werd de vrouw van koning Achab. Israël pleegde zo afgoderij,
totdat  het gevankelijk werd  weggevoerd in ballingschap, naar de
plaats van de oorsprong van al dit satanisme: Babylon.
Het is vreemd, maar God is de " IK BEN", Die zat en nog zit op Zijn Troon! Toen Jezus werd geboren, floreerde deze "Verborgenheid der ongerechtigheid" overal, en hierdoor weten wij nu, hoe groot de strijd was voor de eerste Christenen, die hiermede te maken hadden. Overal heerste er "verwarring'', en overal werd "'ongeloof" gevonden.
Toen de tempel in Jeruzalem werd verwoest, vluchtten de priesters naar Pergamus, alwaar "de slang" het symbool was van "verborgen wijsheid". Van hier heeft deze afgoderij zich verspreid over Italie, waar vanaf die dag ROME de zetel werd van alle Babylonisme!

 

Julius Caesar 
De heidense hogepriester in Rome gaf zichzelf de titel van
"Pontifex maximus", en de in de geschiedenis, de  zo welbekende Julius Caesar,  werd het hoofd van de staat, en droeg dezelfde titel.
Later droegen Rome's bisschoppen deze titel en nog later alle pausen van de Rooms- katholieke hiërarchie! Edoch, Gods Woord is waar, en wij hebben de machtige profetie van " De Molensteen", een profetische uitbeelding (symboliek) van de Goddelijke kracht  die Gods heiligen zal sterken in de laatste dagen, maar tegelijkertijd de dan bestaande volkeren zal vermorzelen!

Laten wij uitkijken, want wij hebben "de Toetssteen" hetwelk is Gods Profetisch Woord.  Wanneer straks "wereldgodsdienst", en "wereldhandel" hand in hand zullen gaan...., met andere woorden: wanneer straks "de Oekumene" plaats zal bieden aan alle " gesjacher  en koopmanschap van de wereld", dan is het einde dicht nabij.
Daarom geldt Gods ernstige waarschuwing voor alle eeuwen, want dit " Babylonisch systeem " blijft bestaan tot het einde van de tegenwoordige bedeling.Laat ons met zekerheid weten, op welk " fundament "wij bouwen (1 Kor.3 : 11 -15), opdat wij geen deel zullen hebben aan de grote verwoesting, waarvan de profeet Jeremia heeft gesproken in hoofdstuk 51, de verzen 60 t/m 64.


"Jeremia nu schreef al het kwaad, dat over Babel  komen zou, in een boek, te weten al deze woorden, die tegen Babel geschreven zijn. En Jeremia zeide tot Seraja: Als gij te Babel komt, zo zult gij zien en lezen al deze woorden; en gij zult zeggen: 0 Here! Gij hebt over deze plaats gesproken, dat Gij ze zult uitroeien, zodat er geen inwoner in zij, van de mens tot op het beest , maar dat zij worden zal tot eeuwige woestheden. En het zal geschieden, als gij geëindigd zult hebben dit boek te lezen, dan zult gij een steen daaraan binden, en werpen het midden van de Frath; en zult zeggen: Alzo zal Babel zinken, en niet weder opkomen, vanwege het kwaad, dat Ik over haar zal brengen, en zij zullen mat worden."
Amen.

 


 

Terug  ~ Omhoog  ~  Verder