Die is, Die was en Die komen zal
De "Openbaring"nader beschouwd


* Verborgen hoop ...
Lees verder

* Waarom de Openbaring werd gegeven
Lees verder

* De brieven aan de zeven gemeenten
Lees verder

* Efeze
Lees verder

* Smyrna
Lees verder

* Pergamus
Lees verder

* Thyatira
Lees verder

* Sardes
Lees verder

* Filadelfia
Lees verder

* Laodicea
Lees verder

* Nabeschouwung
Lees verder

* De troonsheerlijkheid van de Vader
Lees verder

* De heerlijkheid der verzoening door God de Zoon
Lees verder

* De zegels worden geopend.
Lees verder

* 1ste zegel
Lees verder

* 2de zegel
Lees verder

* 3de zegel
Lees verder

* 4de zegel
Lees verder

* 5de zegel
Lees verder

* 6de zegel
Lees verder

* 7de zegel
Lees verder

*De Goddelijke oogst voor en na de grote oordelen van God
Lees verder

* De bazuinen gaan klinken
Lees verder

* 1ste - 4de bazuin
Lees verder

* 5de bazuin
Lees verder

* 6de bazuin
Lees verder

* 7de bazuin
Lees verder

* De culminatie der demonische machten
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt  de wereld aangezegd
Lees verder

* Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt de wereld gegeven
Lees verder

* De openbaring van Gods grote verborgenheid
Lees verder

* De antichrist en zijn heerschappij
Lees verder

* Gods wegen in genade en gericht
Lees verder

* De zeven fiolen vol van de toorn van God
Lees verder

* De zeven fiolen van Gods toorn worden uitgegoten
Lees verder

* Gods oordeel over het grote Babylon als geestelijke macht
Lees verder

* Gods oordeel  over het grote Babylon als politieke en economische macht
Lees verder

* De inleiding tot het grote duizendjarig Rijk van Christus
Lees verder

* Aanvang en slot van het duizendjarig Vrederijk
Lees verder

* Taferelen uit Gods eeuwigheid en van het Nieuwe Jeruzalem
Lees verder

* Besluitend visioen en Jezus' laatste woorden
Lees verder




 

 

 

Home - Sitemap

 

Gods wegen in genade en gericht 
De visioenen van twee oogsten


 

De 144.000, de eerstelingen voor God en het Lam

Dit hoofdstuk staat op zichzelf, alhoewel het ten nauwste verbonden is en blijft met de twee vorige hoofdstukken. Aan het slot van hoofdstuk 11 was het de aankondiging van de gebeurtenissen onder de laatste bazuin; doch de bijzonderheden benevens de middelen van hun vervulling, werden ons daar nog niet getoond.

De stemmen in de hemel bezongen het volheerlijke resultaat van alle handelingen en overwinningen van de Here aan het einde van alle dingen, doch in zeer algemene zin. Welke "oordelen" er over de aarde komen, welke "gerichten" de vijanden van de Here treffen zullen, en welke "gebeurtenissen" de wederkomst van Christus onmiddellijk zullen voorafgaan, wordt ons eerst later getoond, met alles wat daarmede in  verband staat. Aan de openbaring hiervan gaat evenwel, in de hoofdstukken 12 en 13, de beschrijving van de intense goddeloosheid der volkeren vooraf, welke de uitstorting van de toorn van God noodzakelijk maakt.

De satan, als de bewerker van alle goddeloosheid, en als de antichrist, werd ons in al zijn sluwheid, listen, lagen en nog veel meer voor ogen gesteld, en vervolgt dan in dit hoofdstuk de beschrijving van die meest wondere wegen van God in genade en in gericht. Het eerste tafereel stelt ons de heiligen voor, die in de dagen van de Grote Verdrukking op aarde, voor de Here God zijn "afgezonderd", en door Hem als de Zijnen worden erkend. Zij zijn in profetisch licht geheel "onderscheiden", zowel door hun "karakter, als door de "plaats", die zij innemen.

Bovendien wordt ons verteld, dat zij zijn vóór de troon van God en vóór de vier dieren en vóór de oudsten. Hier worden ons dan de bijzondere kenmerken, benevens plaats beschreven, die zij innemen. Wij lezen dan:

Vers 1,
"En ik zag, en ziet, Het Lam staande op de berg Sion;  en met Hem honderd vier en veertig duizend, hebbende, de Naam Zijns Vaders geschreven op hunne voorhoofden".

Deze 144.000 is "hetzelfde aantal" (d.w.z. hetzelfde symbolische getal als in Openb.7:3-8). Wij hebben hier dezelfde "groepering". Daar zijn in Gods raadsplan van verlossing met het oog hierop dus géén twee verschillede groeperingen!  In hoofdstuk 7 worden zij door de Here Jezus Christus zelf "verzegeld" voor hun speciale, bijzondere en meest wonderbaarlijke bediening. In dit hoofdstuk zien wij het Lam Gods op de berg Sion tezamen met deze 144.000. En het is hier, dat zij de "beloning" ontvangen voor hun glorieuze bediening. Ten aanzien van "de Naam" moeten wij hier opmerken, dat er in de Nieuwe Tijdsbedeling, in de Gemeente van de Here Jezus Christus, alleen maar één "ordonnantie" bekend is (gegeven is), waarbij de Naam van de Godheid "gelegd" wordt op de individuele gelovige Christen.

 
De waterdoop 
Deze ordonnantie is die van de Waterdoop;  krachtens de Godsopenbaring dopen wij in de "Drieënige"Naam" van de Drieënige God; namelijk "In de Naam des Vaders , en in de Naam des Zoons, en in de Naam des Heilgen Geestes": de Here Jezus Christus. Qua "groepering" zijn deze 144.000 dus evenzo goed lid van het Lichaam van Christus; d.w.z., dat zij als "groepering", als "lid", deel uitmaakt van de tot volmaaktheid gekomen Gemeente des Heren!  De profetische "tijd" waarin zij optreden, is "ten tijde" (bij het begin van...) de Grote Verdrukking. Hun bediening is alleszins volmaakt! Wij lezen hiervan in de verzen 2 en 3 en de climax wordt ons geopenbaard in vers 4 en 5.

. Vers 2-3,
"En ik hoorde een stem uit de hemel, als een stem veler wateren, en als een stem van een grote donderslag. En ik hoorde een stem van citerspelers, spelende op hun citers; en zij zongen als een nieuw gezang voor de troon, en voor de vier dieren, en de ouderlingen; en niemand kon dat gezang leren, dan de honderd vier en veertig duizend, die van de aarde gekocht waren".

 Vers 4-5,-
"Deze zijn het die met vrouwen niet bevlekt zijn,  want zij zijn maagden; dezen zijn het, die het Lam volgen waar Het ook heengaat, dezen zijn gekocht uit de mensen tot eerstelingen voor God en voor het Lam. En in hun mond is geen bedrog gevonden, want zij zijn onberispelijk voor de troon van 'God".

 

Deerstelingen
Welke is de betekenis van al hetgeen ons hier wordt verteld? Deze "absolute afscheiding van de wereld", en "het vlees de vleselijke natuur, volkomen gekruisigd (in de dood en wel "vanaf hun geboorte.
Deze 144.000 staan in de meest heerlijke betrekking tot God en Christus! Deze hebben, voor zo ver wij dat uit genade mogen verstaan, geenszins "de geest der aanneming tot kinderen", gelijk wij die bezitten; maar deze wandelen geheel en al in de voetstappen van het Lam Gods, Dat op aarde al de Vader openbaarde.

Zij zijn in hun uitzonderlijke bediening de "eerstelingen" voor God en het Lam. De "volle oogst" komt later bij de wederkomst des Heren. Het lied, dat zij zingen, kan niemand anders zingen. En ook hierin zijn deze onderscheiden van de andere heiligen. Ziedaar, hoedanig deze gekenschetst worden. Hun wandelen "in maagdelijke reinheid" toont aan, dat zij in alles "de mate van de grootte van Christus" manifesteren! Zij worden de Here "toegebracht" voor Zijn terugkomst op aarde. Halleluja! Amen.  

Hun "positie" met het Lam, doet ons die wonderlijke karakteristieken kennen, als "zachtmoedigheid", "nederigheid", "onschuld", en "opofferende liefde". Zij bevinden zich op de berg Sion (Hebr.12:22 en Gal...4:26) en voor Gods troon en de vier dieren en de ouderlingen... en alleen zij kunnen dat gezang zingen, omdat alleen zij de inhoud ervan hebben "ervaren" en niemand anders! Van "harpen" en de 24 ouderlingen kunnen wij lezen in Openb. 5:8, terwijl de "citers Gods" ook bespeeld worden door hen, die de overwinning hebben behaald (Openb.15:2).

 

Een stem van vele wateren
Wat heeft Israëls grootste harpspeler uitgeroepen?
"Dat ik inga tot Gods altaar, tot de God der blijdschap mijner verheuging, en U met de harp love, o God, mijn God!" (Pslm.43:4).
De getuigenis van Godswege, wordt gehoord als "een stem uit de hemel, als een stem van vele wateren en als een stem van een grote donderslag" (v.2). Het is de majesteitelijke uitnodiging om te zingen, wat zij dan ook doen tot Gods eer en die van het Lam! Daar is maar één plaats in Gods hemelen, waar dit nieuwe gezang kan worden gezongen, en die is vóór Gods troon!

Willen wij een dieper inzicht verkrijgen aangaande deze Goddelijke manifestatie, zo doen wij goed e.e.a. te vergelijken met Openb.1:15 en met Openb.6:1; 10:3-4; 19:6. In deze 144.000 zijn alle werkingen van de Heilige Geest tot volmaaktheid gekomen. Zo zal dan straks de volkomenheid van de Verzoening in hen ten volle worden gemanifesteerd.
Zij kunnen niet meer gescheiden worden van het Lam, waardoor zij wandelen in volmaakte gemeenschap en aldus ook volmaakte blijdschap en verzadiging kennen in het Lam van God. Wij doen goed in dit verband de volgende passages te onderzoeken en met elkander te vergelijken: Exod.13:2, 13-15; 34:30; Deutr.12:5-6; Rom.8:23; 1 Kor. 15:20, 23; Jak.1:18; Pslm 15.

 

Abraham's zaad
De Oud Testamentische voorafschaduwing van de 144.000 vinden wij in Gen.15:13. De Here God vertelde Abraham, dat zijn zaad "vreemdelingen zouden zijn in een land, dat niet het hunne was".Daar zouden zij als "onderdrukten" (verdrukten) dienen - 400 jaren lang.
In profetisch licht en volgens de "Lunar" telt het Joodse heilige geestelijke jaar 360 dagen. Het is alsdan niet moeilijk te verstaan, dat wij te maken hebben met 400 x 360 dagen =144.000 dagen. Abrahams zaad zou dus, ingevolge Gods eigen voorzegging, vervolgd en verdrukt worden gedurende de profetische tijd van 144.000 dagen.

En hier hebben wij de voorafschaduwing van "de bediening van lijden" van deze in hoofdstuk 7 en 14 genoemde 144.000. Zij stonden zelfs voor hun geboorte in volle bedreiging van de draak. In het licht van de Godsopenbaring en in dit verband willen wij opmerken, dat er géén sprake zou (kunnen) zijn van het Nieuwe Jeruzalem (12:16) zonder deze 144.000 en ook zou er nooit gesproken kunnen worden van de Bruid van het Lam! Deze 144.000 zijn dan ook "essentieël" in de vervulling van Gods Plan van Verlossing!

Hieronder laten wij de "contrasten" volgen tussen de volgelingen van de antichrist enerzijds(Tabel 1)  en de 144.000 anderzijds, die het Lam volgen (Tabel 2).


Tabel (1)
1. Het best, zijn getal 666
2. Naam en merkteken op hun voorhoofden en rechterhanden
3. Satans zegel
4. Besmet, besmeerd, Godslasterlijk
5. Geheel overgegeven aan de duivel
6. Volgen het beest tot in de eeuwige verdoemenis
7. Zij geloven de leugen en worden verleid
8 Vol van ongerechtigheden en godslasterlijkheden in de tegenwoordigheid van het beest en de valse profeet.

Tabel (2)
1. Het Lam -144.000 (12x12x100)
2. Zijn Naam en de Naam Zijns Vaders aan hun voorhoofden
3. Gods zegel
4. Heilig en rein
5. De "eerstelingen" van God en van het Lam
6. Volgen het Lam in Zijn eeuwige heerlijkheid
7. Geen bedrog in hen - geen imitatie
8. Vol van hemelse glorie en aanbidding voor de troon van de almachtige  God.

 
De versterking van de verlatenen in de Grote Verdrukking d.m.v.  het Eeuwig Evangelie
Het tweede tafereel wordt ons getoond in de verzen 6-13.

Vers 6 en 7,
"En ik zag een andere engel, vliegende in het midden des hemels, en hij had het eeuwig Evangelie, om te verkondigen aan degenen, die op de aarde wonen, en aan alle natie en geslacht en taal en volk, zeggende met grote stem: Vreest God en geeft Hem heerlijkheid; want de ure Zijns oordeels is gekomen; en aanbidt Hem, Die de hemel en de aarde en de zee en de fonteinen der wateren gemaakt heeft".
Er zijn, als wij het zo noemen mogen, "verschillende soorten" van Evangeliën. Wat wij bedoelen, willen wij hieronder met enkele Bijbelse voorbeelden duidelijk maken.

 

Blijde Boodschappen
1.  Noach predikte "door de Geest van Christus" aan zijn tijdgenoten de "blijde boodschap", dat God Zijn oordelen niet zou zenden, indien zij zich zouden bekeren.
2. Abraham ontving het evangelie of de blijde boodschap, dat hij een vader van vele volkeren worden zou.
3. Aan Israël werd, in de woestijn, "het evangelie van de erfenis" in het land der belofte gepredikt.
4. Het evangelie van Johannes de Doper en van de Here Jezus en Zijn apostelen, in de eerste tijd van Zijn omwandeling op aarde, was, dat het "Koninkrijk der Hemelen" nabij gekomen was...
5. Thans wordt overal vergeving van zonden en eeuwig leven gepredikt door het bloed, in de dood en de opstanding des Heren Jezus Christus.

Zo zijn er dus verschillende "Blijde Boodschappen", door God tot de mensen gebracht; in overeenstemming met de verschillende "verwachtingen", waarop de Here in de loop der tijden het uitzicht gaf!
Hier wordt ons verteld, dat, in de tijd van de heerschappij van de antichrist, waar de gehele wereld zich zal nederbuigen voor het beest en voor de mens der zonde, juist HET EEUWIG EVANGELIE gepredikt zal worden. Gepredikt aan de GEHELE wereld!

Dit is het onloochenbare en eeuwigwe Getuigenis van God en van Zijn waarschuwing, welke "vanuit het midden des hemels" gegeven zal worden in het begin al van de tijd van de Grote Verdrukking! In deze tijd bevindt de Gemeente zich in de woestijn ( Openb.12) d.w.z. de Bruidsgemeente, waarin de Bruid zich bevindt.


De twee getuigen
De twee getuigen van Openb.11, Mozes en Elia, zullen in deze tijd hun getuigenis geven (uitdragen) in het bijzonder voor het Jodendom. In deze tijd wordt dan straks Gods "laatste waarschuwing aan de mensheid  gegeven wordt en voor het laatst Zijn roepstem wordt gehoord !
De Schepper moet worden aangebeden en niet het schepsel! Gods ure van oordeel is gekomen... (Openb.16).  Deze boodschap van boven de aarde, zal "het overige van het zaad der vrouw" (Openb.12 en 13) versterken, bemoedigen.

De groepering van de "Vijf Dwaze Maagden", want deze zijn het, die de bruiloft gemist hebben (en dus niet behoren tot de "wegenomen Bruidsgemeente/Bruid", die eerst "aangenomen en daarna weggenomen is op de vleugelen van de Grote Arend, zullen bij het horen van deze "andere Engel", die niemand anders is dan de Here Zelf, volharden in hun getuigenis; zij vallen als "martelaren" onder de moordende hand van ie antichrist.

De val van het grote Babylon
Het derde tafereel geeft ons de val van het Babylon te zien. Wij lezen nu:

Vers 8, 
"En een andere, een tweede engel, volgde, zeggende: Gevallen, gevallen is het grot Babylon, dat met de wijn der gramschap harer hoererij al de volken heeft gedrenkt!"

In de rij van Gods wegen moest deze val van Babylon noodzakelijkerwijze voorkomen. Doch, aangezien de Geest er later op terugkomt en ons een uitvoerige beschrijving geeft van deze zo hoogst belangrijke gebeurtenis in de ontwikkeling (ontvouwing)van het Goddelijk Verlossingsplan, wordt er hier slechts summier over gesproken.  Hier horen wij, als het ware, "de doodsklok" luiden over dit afschuwelijke Babylon, de oorzaak van de allerverschrikkelijkste verdorvenheid en van die grote afval der volkeren. Hier moeten wij e.e.a. vergelijken met hetgeen geschreven staat in respektievelijk Openb.17:16-18; 18:1-24; 19:1-4.  Dit "Babylon van de laatste dagen", valt door de handen van tien koningen. Zij haten de hoer, maken haar Woest en brengen haar tot razernij, maken haar naakt, eten haar vlees, en verbranden haar tenslotte met vuur.

Deze 10 koningen zijn straks van enerlei mening en geven alsdan hun koninkrijken over aan de antichrist (Openb.17:16-17; 12-13). De antichrist is dan universeel heerser op aarde, en de enige die moet worden aangebeden. Alle andere soorten van aanbidding moeten wijken; elke andere godsdienst is onmogelijk. Gedurende de regering van de antichrist is er alleen maar één antichristelijke godsdienst, want hij zal "als een god" zitten en aangebeden worden!   Dus,  kort nadat de "Vrouw" van'Openb.12, zal henenvliegen tot in de woestijn (Openb.12:6, 14), zal Babylon, de grote "hoer" door hare "liefhebbers" worden afgemaakt! Wij moeten dit goed (leren) zien en verstaan.

Het "wee U "over de aanbiders van het beest
Nu volgen er ernstige waarschuwingen en bedreigingen voor allen, die het beest en zijn beeld aanbidden; en die op hun voorhoofd of op hun hand een merkteken ontvangen hebben. Gods toorn wordt over hen uitgestort... 

Vers 9 en 10a,
"Hij zal drinken van de wijn der gramschap Gods, die ongemengd is ingeschonken in de drinkbeker Zijns toorns" (v.v.9 en 10a).

Vers 10b, 
"En zij zullen gepijnigd worden voor het aangezicht der engelen en voor het aangezicht des Lams met vuur en met zwavel (vers 10b).

Aan deze pijniging zal geen einde komen, want er staat geschreven:

Vers 11,
"En de rook hunner pijniging stijgt op "tot in alle eeuwigheid|" en zij hebben geen rust dag en nacht, die het beest aanbidden en zijn beeld, en zo iemand het merkteken zijns naams ontvangt" (vers 11).

Allen die weigeren het beest en zijn beeld te aanbidden worden vervolgd en gedood. Maar dit duurt maar een korte tijd. Hoe weten wij dit? Er staat in dit verband het volgende geschreven;

  Vers 12,
"Hier is de lijdzaamheid (leest: de volharding) der heiligen, die de geboden Gods en het geloof van Jezus bewaren" (v. 12).

Hij, Die gezegd heeft: "MIJ is de wrake, Ik zal het vergelden", zal aan die satanische woede en aan de aanmatigingen der mensen en aan het lijden van Zijn getrouwen een einde maken door het schrikkelijke oordeel, hetwelk Hij over de goddelozen zal brengen! Waarlijk, wij leren de duurzame les, dat het altijd beter is gedood te worden door het Beest, dan voor eeuwig gepijnigd te worden met het Beest!


De rust der zaligheid beloofd aan de nartelaren

Het vierde tafereel leert ons het treffend woord, bestemd voor de heiligen, die in de Here sterven.

Vers 13,
"En ik hoorde een stem uit de hemel, die tot mij zeide: Zalig zijn de doden, die in de Here sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hunne arbeid en hunne werken volgen met hen" (v.13).

Deze woorden kunnen in algemene zin worden opgevat en toegepast op al de ontslapen heiligen van alle eeuwen; doch zoals zij hier geplaatst zijn, dus in dit verband, zijn zij enkel toepasselijk op de gestorven heiligen in de dagen van die Grote Verdrukking!
Voorwaar, er zullen menigten vallen in die tijd en het bloed van Gods heiligen zal rijkelijk vloeien. Verlies voor de aarde - Winst voor de hemel!  Die stem uit de hemel zegt: "ZALIG,... VAN NU AAN!" Zij, die gevallen zijn, zullen straks weer worden opgewekt. Zij verliezen op aarde hun hoofd en hun plaats, maar straks ontvangen zij het hun toekomende deel in de hemel. Vandaar dat de Geest ook dat luidklinkende "JA" doet horen.

Hij is het, Die ook zucht met al die heiligen in hun leed en verdrukking; doch Hij verheugt zich ook in het uitzicht op de hun beloofde verlossing en de hun aangekondigde heerlijkeid. Hij was en is de Getuige van de lijddzaamheid en volharding en trouw van de heiligen. Hij weet dus, dat hun verlossing de meest rechtvaardige vergelding is voor hun werken, die zij hebben gedaan. En dit ales, "opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hunne werken volgen hen". Glorie voor God en voor Zijn Christus!


De visioenen van twee oogsten
De Oogst van de Rechtvaardigen" en de "Oogst van de goddelozen"|.
In de verzen 14 t/m. 20 vinden wij de beschrijving van de "Oogst-Gezichten".

" Vers 14 en 16, 
"En ik zag, en ziet, een witte wolk, en  op de wolk was Een gezeten, des mensen Zoon gelijk, hebbende op Zijn hoofd een gouden kroon; en in Zijn hand een scherpe sikkel. En Die op de wolk zat, zond Zijn sikkel op de aarde, en de aarde werd gemaaid."

 

De ogst van de Rechtvaardigen
De Zoon des Mensen is de Here des Oogstes (Matth.9: 38; Luk.10:2). Vergelijken wij in dit verband e.e.a. met Matth.13:39 en Mark.4:26-29.
Op Zijn hoofd draagt Hij een gouden kroon - het bewijs van de overwinning. In Zijn hand heeft Hij een sikkel. Hier is de Koning, Die heeft overwonnen: Christus Triomfator! Hij is gezeten op een wolk, het symbool van Gods Heerlijkheid; de SHEKINA, de Heilige Geest. Die scherpe sikkel is het Woord van God. Dan komt uit de Tempel een andere Engel, die riep:


Vers 15,
"Zendt Uw sikkel en maai; want de ure om te maaien is voor u gekomen , dewijl de oogst der aarde is rijp geworden".

Wij vinden hier het tweeledig karakter van het oordeel Gods beschreven. In het raadsplan Gods is de Heilige Geest immer in "associatie" met de Zoon van God, als het gaat om de bediening van "redding en oordeel". Daar wordt enerzijds "verschoond", maar anderzijds wordt "geveld!" Hier hebben wij dan "de tijd van het einde".   Hier wordt de verborgenheid van de godvruchtigheid geopenbaard! Het is "oogsttijd"... er moet worden "gemaaid"... velen moeten nog worden ingebracht (gewonnen) voor de "hemelse schuur" (het Koninkrijk Gods). Hier wordt ons de "laatste dagen-bediening" van de Gemeente geopenbaard in hare absolute gehoorzaamheid aan haar Hoofd en Here (Matth.28:18-20; Mark.16:15-18; Hand.1:8 en Matth.24:14) Halleluja!


De oogst der godelozen
Thans volgt het slottoneel van dit hoofdstuk: "de Oogst der goddelozen". Wij hebben dan te maken met een geheel ander karakter. Het is het "snijden van de trossen van de wijnstok der aarde", en niet de oogst, zoals wij die gebruikelijk moeten verstaan. Het "afsnijden" is een profetische handeling, die alleen te doen heeft met hetgeen slecht en totaal verdorven is.  Hier heeft geen afzondering plaats! Dit afsnijden houdt verband met de verantwoordelijkheid van vrucht dragen. Daarom is er alleen maar oordeel zonder verschoning. Wij lezen:

  Vers 17-20,
"En een andere Engel kwam uit de Tempel,  die in de hemel is, hebbende ook zelf een scherpe sikkel. En een andere Engel kwam uit van het altaar, die macht had over het  vuur, en hij riep met een groot geroep tot degene die de scherpe sikkel had, zeggende: Zend uw scherpe sikkel en snijd af de druiventakken van de wijngaard der aarde, want  zijn druiven zijn rijp. En de Engel zond zijn sikkel op aarde, en sneed de druiven af van de wijngaard der aarde en wierp ze in de grote wijnpersbak van de toorn Gods. En de wijnpersbak werd buiten de stad getreden, en daar is bloed uit de wijnpersbak gekomen, tot aan de tomen der paarden, duizend zes honderd stadiën ver"


Wat een verschrikkelijk beeld, wat een bloedbad! Oordeel in haar vreselijkste gedaante. Het overschrijdt elke denkbare maat van hetgeen mensen in staat zouden zijn uit te voeren. Al mogen dan de stormen van dit oordeel zich naar alle kanten verspreiden, zo zal er straks toch een "beepaalde plaats", Gods Armageddon, zijn, waar deze allesverwoestende stormen zullen losbarsten. Er is immers sprake  van "buiten de stad", daar wordt de wijnpersbak van de gramschap Gods getreden, om wraak uit te oefenen, nadat zij de Here God, Schepper van hemel en aarde, zullen hebben verworpen. Die andere Engel met Zijn scherpe sikkel is weer niemand anders dan de Zone Gods, maar dan in de kwaliteit van hemelse rechter. Die andere, die hier eveneens wordt geeenoemd is de Heilige Geest. .

Nogmaals: Beide 'Personen in de Godheld zijn altijd verenigd in de uitoefening van genade, barmhartigheid en/of gericht, oordeel. Denken wij aan die twee, Die tezamen uittrokken om Sodom en Gomorra te
verdelgen vanwege ten-hemel-schreiende-zonden! Zij zijn Goddelijk in hun bemoeienissen (Gen.18:1-2, 20-22 en 19:24). Aan hen werd de naam "HERE" gegeven!


Een totaal goddeloze wereld geoordeeld
Kwam de eerste Engel uit de Tempel Gods, de andere kwam van het altaar. Vergelijken wij e.e.a. nu met Openb.8:3-5 en 9:13, dan zullen wij opmerken, dat de gebeden van Gods volk altijd een "integrerend deel" vormen van het Goddelijk oordeel. In dit licht moeten wij e.e.a. vergelijken net hetgeen geschreven staat in Openb.9:13; 16:7; Luk.18:1-8 en 1 Kor.6:2.  De beker van ongerechtigheden van een goddeloze wereld is thans vol. Dit herinnert ons aan het feit, dat de Here God eenmaal tot Abraham zei: "De ongerechtigheid der  Amorieten is tot nog toe niet volkomen. " (Gen,15:16). Deze profetie wordt vervuld op het einde dezer bedeling... us niet alleen nadat er 400 jaren zouden zijn voorbij gegaan, maar wanneer "Het uur van oordeel over de hele wereld" zal zijn aangebroken (Joël 3:12-14-16).


Totale vernietiging 
En hier wordt dan de afstand genoemd van 1.600 stadiën. Dat is dan overeenkomend met ongeveer 400 km. Het Bijbels symbolische getal 1.600 bestaat uit de samenstelling van 40 x 40. Deze zijn de Bijbelse symbolische getallen voor: "beproeving" en "einde van alle vlees".
Het symbolische getal "4" is dat van de aarde (wereld),terwijl het symbolische getal "10" dat is van Goddelijke volkomenheid in wet, in oordeel en gericht. Nu is 4 x 4= 16, en 10 x 10 = 100. Wij krijgen dan het volgende: 16 x 100 = 1.600. En dit is het symbolische getal van "TOTALE VERNIETIGING - VERDOEMENIS".

Gods Zoon werd "geperst", "verbroken" in Gethsemane (de Hof van de Olijfpers) en op Golgotha. Zijn bloed werd uigestort tot bevrijding der mensheid - om haar te verlossen van het toekomende oordeel. 
Hier wordt de wijnpersbak van Gods toorn getreden en zal er bloed gestort worden van een Godlasterlijke wereld met de komst van de Here Jezus (Openb.19:11-15-21 vergelijken met Deutr. 32:31-35).
Zowel het Beest als de Valse Profeet zullen straks levend geworpen worden in de Poel van Vuur (Openb. 19:20). De rest van die goddeloze scharen zal in de laatste dagen vernietigd worden door het zwaard van Hem, Die gezeten zal zijn op het Witte Paard - de Here Jezus Christus. Daar zal geen zondaar meer gevonden worden op de aarde, zodat geen zondaars het Millennium, Gods Duizendjarig Koninkrijk zullen binnengaan. Glorie voor God en Zijn Christus!

En hiermede wordt dit hoofdstuk besloten. In verschillende stadia werden ons de "crises der laatste dagen" voorgesteld. Gelijk er 7 Zegels zijn, 7 Bazuinen, 7 fiolen, zo vinden wij hier ook 7 verschillende wijzen van Gods rechtvaardige handelingen met het mensdom. Alle tezamen gevat in dit wonderbare hoofdstuk. Amen.

Redactionele toevoeging
De zeven handelingen van God van genade en gericht uit Openbaring 14.

1. De Goddelijke Beloning van de uitverkoren groep van 144.000
(Vers 1- 5.

2. De Goddelijke Versterking van de "Dwaze Maagden" in de Grote Verdrukking door middel van "Het Eeuwig Evangelie" (Vers 6- 7).

3. Het Gods-oordeel over het grote Babylon, de "Grote Hoer", omdat zij de volken heeft verleid met haar afgodische leer (vers 8).

4. Het Gods-oordeel over de aanbidding van het beest gedaan door zijn volgelingen (Vers 9-11).

5 De Goddelijke vertroosting van de martelaren uit de Grote Verdrukking met de zaligheid en de rust in Christus (Vers 12-13.)

6. Het binnenhalen door de Here van de graanoogst der aarde(
Vers 14-16).

7. Het afsnijden door de Here van de druiven van de wijngaard der aarde (Vers 17-20).

 

 

 


 

Terug  ~ Omhoog ~  Verder